Houvast ontbreekt in film over kamp Westerbork

Sporen: Buren van Westerbork, Ned.1, 22.53-23.30u.

Omdat de VPRO begin deze maand twee avonden opofferde aan de herhaling van het monumentale Shoah, was laatst nog weer eens te zien hoe wraakzuchtig en boosaardig de Poolse omwonenden van een concentratiekamp destijds door Claude Lanzmann werden benaderd. Niet alleen wilde hij exact alles weten, maar hij gaf ook ieder in goed vertrouwen gegeven antwoord een zodanige lading dat die mensen voor zijn camera alsnog minstens medeschuldig werden aan de moord.

Herman Vuijsje doet dat, in de documentaire Buren van Westerbork, anders. Hij informeert belangstellend naar de wederwaardigheden en de gedragingen van de Drentse boeren die tijdens de bezetting in de nabijheid woonden van het doorgangskamp (o gruwelijk germanisme). Allemaal nette mensen, zo te zien, die weinig meer konden doen dan de joodse gevangenen vriendelijk bejegenen als ze met hen in contact kwamen. “Achteraf gezien, als we 't allemaal geweten hadden, had er ongetwijfeld veel meer voor ze gedaan kunnen worden”, zegt één van hen. “Je had nog veel meer kunnen doen”, beaamt een ander. “Maar da's allemaal achteraf natuurlijk, hè, want je moest tenslotte ook aan je gezin denken.”

Terwijl de winkeliers van Hooghalen goede zaken deden met het kamp, hadden de boeren van Westerbork veel contact met de gevangenen. Er waren joden verplicht te werk gesteld op het land en er werkten joden aan het onderhoud van het speciale spoorlijntje - in beide gevallen niet onder leiding van Duitse bewakers, maar bewaakt door hun eigen joodse ordedienst. Terugkijkend stellen de boeren verbaasd vast dat er niet meer ontsnappingspogingen zijn geweest, hoewel één van hen toegeeft dat hij niet wilde ingaan op het verzoek om onder zijn schillen een paar joden te verstoppen. Zij, de omwonenden, werden nu eenmaal sneller dan anderen verdacht van hulp aan joden.

Herman Vuijsje en Henk Renou, de makers van de documentaire die vanavond wordt uitgezonden in de KRO-rubriek Sporen, registreren hun verhalen. Niet meer en niet minder. Aan hun werk ontbreekt de vooringenomenheid, maar helaas ook de precisie van Lanzmann. Ik had graag meer willen weten over de geografie van het gebied; het is verwarrend dat de namen Hooghalen en Westerbork door elkaar worden gebruikt en dat er ook verder geen enkel topografisch houvast wordt geboden. Ik weet nog steeds niet hóe dicht ze nu eigenlijk bij het kamp woonden, hoe de tewerkstelling op de akkers formeel was geregeld en wie daar nu eigenlijk het meest van heeft geprofiteerd. En ook de boer die betrokken was bij de gereformeerde geloofsstrijd van 1944 - en die beaamt dat al in Ezechiël 25 het onheil over de joden is uitgeroepen - wordt niet nader aan de tand gevoeld. Kennelijk heeft hij zich desondanks fatsoenlijk gedragen, maar welke rol zijn geloof daarbij speelde, wordt niet duidelijk.