Hermans als fotograaf

Willem Frederik Hermans droeg bijna altijd een fotocamera bij zich, zoals te zien is in zijn fotoboek Koningin Eenoog, dat in de jaren tachtig bij de Bezige Bij verscheen. Fotografie zag hij als de kunst waarmee het “over het hoofd geziene toch onder het oog gebracht wordt.”

Het gaat, zei hij bij de opening van een expositie van zijn foto's in het Stedelijk Museum in 1986, om het fixeren in vliesdunne fracties van tijd “op weg naar de muil van de onverzadigbare vergetelheid.” Daarbij gaat het hem om het kenmerkende onbelangrijke: “Aanplakbiljetten op schuttingen, vuilnis op straat, vervallen huizen, honden zonder halsbanden en verloren voorwerpen.” Het hoogst bereikbare, schrijft hij in Koningin Eenoog, is “mooie foto's maken van lelijke onderwerpen, genot ontlenen aan ellende”. Hiernaast een kleine selectie uit de vorig jaar door Rap uitgegeven doos met foto's van Hermans Een foto uit eigen doos.