De 'vijftigste mei' belooft een spektakelstuk te worden

Op 8 mei 1945 klampte A. Rodenburg zich op het Hofplein vast aan een reservewiel. De bevrijding van Rotterdam beleefde hij op de dissel van een Canadese jeep met aanhangwagen. “Ik bewonderde die Canadezen enorm. Het was een jongensdroom om ook zelf eens als bevrijder een stad binnen te rijden.” Op 5 mei is het zover: Rodenburg zal achter het stuur van een Canadese legertruck voormalige bevrijders de Maasstad binnenrijden.

Rodenburg (66), vice-voorzitter van 'Keep them Rolling', een vereniging van zo'n 1.200 verzamelaars van oude legervoertuigen, wacht een drukke week. In een schuur in Barendrecht legt hij de laatste hand aan zijn zes jeeps, commandowagens en trucks, zijn parachutisten-vouwfiets en parascooter. In zijn oogappel, een Canadese Chevrolet-truck van 1,5 ton, heeft hij veldbedden gezet om tussen de vele intochten van de komende week nog ergens in de berm van de weg te slapen. Morgen rijden zijn wagens Vlaardingen binnen, op 2 mei is Gouda aan de beurt, op 5 mei volgt Rotterdam, op 6 mei Alblasserdam, een dag later is er het grote veteranendefilé in Apeldoorn en dan volgen er nog wat kleinere ritjes in het land. Het hoogtepunt wordt 5 mei: dan brengt 'Keep them Rolling' zo'n 1.100 voertuigen op de weg, verspreid over 17 parades in het hele land.

De viering van vijftig jaar bevrijding wordt een spektakelstuk - uitgesmeerd over anderhalve week en over honderden steden en dorpen in het hele land. Meer dan 600 comités organiseren plaatselijke festiviteiten. De viering bestaat deels uit de beproefde, nostalgische elementen: de bevrijdingintochten, de voedseldroppings, de verspreiding van het 'bevrijdingsvuur' vanuit Wageningen door heel Nederland. Duizenden historische legervoertuigen, vliegtuigen en schepen rijden, vliegen en varen in formatie door het land.

Naar schatting 12.000 voornamelijk Canadese veteranen maken dit jaar hun opwachting, vijfmaal zoveel als in 1985 en 1990. Op Schiphol heerst sinds gisteren enige chaos door 'de grootste luchtbrug tussen Canada en Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog'. L. Kloosterziel van 'Welcome Again Veterans' heeft de handen vol aan 'verstekelingen', Canadezen die in de verkeerde bus zijn gestapt en nu naar de juiste gastgezinnen moeten worden geloodst. Haar comité brengt 3.700 veteranen onder in Overijssel. Kloosterziel: “Vooralsnog loop het niet slecht, al raken er wat mensen zoek die hun badge niet ophebben. De invaliden zijn een probleem, we proberen nu overal rolstoelen vandaan zien te jatten, bij wijze van spreken.”

Het comité 'Welcome Again Veterans' heeft vanaf 2 mei bijna elke dag een herdenking op het programma voor de Canadezen, culminerend in het defilé op 7 mei in Apeldoorn, dat wordt afgenomen door de in Canada geboren prinses Margriet. Op bevrijdingsdag kunnen de veteranen in een plaats naar keuze aan een intocht deelnemen. H. Lievendag, eveneens van 'Welcome Again Veterans': “Maar gezien het programma en de hoge ouderdom van de deelnemers kan ik me ook voorstellen dat ze rustig een dagje in de achtertuin van hun gastgezin gaan zitten.”

Jongeren tracht men van overheidswege bij de festiviteiten te betrekken door dertien bevrijdingsfestivals, die een statement moeten zijn tegen hedendaags fascisme en racisme. Alom zoeken opvoeders naar manieren om de 'les van de Tweede Wereldoorlog' te actualiseren. Het gelijkheidsbeginsel - artikel 1 van de Grondwet - en de multiculturele samenleving domineren dit jaar de herdenking. '1 Voor allen, allen voor 1' is de naam van een rondrijdende antidiscriminatietrein. In Den Haag mogen groepen jongeren videoclips maken met het thema 'allemaal gelijk, allemaal anders', Dordrecht heeft een antiracistische posterwedstrijd, en ook elders staan vele dicht-, schrijf- en tekenwedstrijden over discriminatie op het programma.

Bij de rondreizende tentoonstelling 'Gelijk in een wereld van verschil' van de Anne Frankstichting, op dit moment in Haarlem te bezichtigen, kunnen scholieren testen of hun schoolregels discriminatie verbieden en of hun docenten wel afdoende respect tonen voor allochtone leerlingen, bijvoorbeeld door hun namen correct uit te spreken. Ook mogen ze op de tentoonstelling proberen een discotheek in te komen, waarbij ze een racistische uitsmijter op hun pad vinden. Naast de disco is er ook een sportveld, een schoolplein, een winkel en een arbeidsbureau, kennelijk de geijkte tonelen van 'alledaagsracisme'.

Traditioneel is de vijfde mei in Nederland altijd een wat ongemakkelijke feestdag geweest. De eerste tien naoorlogse jaren stonden in het teken van het grote zwijgen. De generatie die de oorlog had meegemaakt had het druk genoeg met wederopbouw, Koude Oorlog en dekolonisatie. Als manifestatie van nationale eenheid stond de bevrijdingsdag ook toen al in de schaduw van koninginnedag, vijf dagen eerder.

De opeenvolging van 4 en 5 mei heeft iets van de paasviering: dood en wederopstanding. Toen de oorlog nog vers in het geheugen lag, werd er vaak en hardop getwijfeld of het wel gepast was om één dag na de dodenherdenking feest te vieren. De NRC verbaasde zich op 4 mei 1955 over het feit dat juist het voormalig verzet, “waar het bestaan van lege plaatsen, door de oorlog gelaten, zo diep wordt ervaren”, ijverde voor erkenning van 5 mei als nationale feestdag. “Zeker, het leven overwint de dood; zij die vielen, stierven, opdat wij zouden leven; ook feestviering kan een waardig karakter dragen. Maar de verwezenlijking daarvan is altijd een wat zwak punt in ons volksleven gebleven”, aldus het hoofdredactioneel commentaar.

Het middelpunt van het tweede lustrum van de bevrijding in 1955 was - onder gure weersomstandigheden - Wageningen, waar tien jaar eerder in hotel 'De Wereld' de capitulatiepapieren aan de Duitsers waren overhandigd. Daar had een militaire parade plaats van zeven NAVO-landen, waakzaam tegen de dreigende Sovjet-slavernij. Den Haag en Rotterdam waren op 5 mei het toneel van een historische optocht, waarin drie periodes van bezetting en bevrijding werden uitgebeeld: de Spaanse, Franse en Duitse bezetting. Sprekers over het hele land riepen op tot soberheid en ootmoed, godsvrucht en waakzaamheid. “Wij zullen één moeten blijven en met oer-Hollandse degelijkheid blijven doorwerken”, sprak minister Kernkamp van overzeese gebiedsdelen te Utrecht.

Professor L. de Jong heeft eens geschreven dat een ingrijpende ervaring als de bezetting een incubatietijd van zeker vijftien jaar heeft. Inderdaad begonnen na 1960 de in welvaart opgroeiende babyboomers over het verleden na te denken. De wijze waarop de oorlog herdacht werd ervoer men in toenemende mate als 'rechts' en militaristisch, als een bevestiging van de naoorlogse status-quo. Verzet tegen de oorlog in Vietnam en tegen het gezag van de 'regenten' werd in de fantasie van de naoorlogse generatie een heropvoering van het verzet tegen de nazi's. Het 'naoorlogs verzet' deed zijn intrede.

In 1970, 25 jaar na de bevrijding, stonden 4 en 5 mei nadrukkelijk in het teken van de generatiekloof. Het feest werd overschaduwd door de Nationale Kraakdag, die eveneens op vijf mei werd gehouden. Bij krakersrellen in Amsterdam werden 137 mensen aangehouden, er vielen 14 gewonden. In de kranten ging veel aandacht uit naar de herdenking van de executie van sergeant Meijer op 12 mei 1940, wegens 'desertie' van de Grebbelinie. De verwijdering van een delegatie van homoseksuelen die op 4 mei een krans wilden leggen bij het nationaal monument op de Dam leidde tot grote verontwaardiging.

Vijfien jaar later begon het tij weer te keren. Een voorafschaduwing was er al in 1980, toen Nederland nog nasidderde van de rellen in Amsterdam bij de inhuldiging van koningin Beatrix, en de nieuwe vorstin op 5 mei in de Houtrusthallen opnieuw opriep tot begrip tussen de generaties. Op diezelfde dag werd er een protestdemonstratie gehouden in Enschede tegen nieuwe vormen van fascisme, en kwamen de eerste bevrijdingspopfestivals van de grond.

Vijf jaar later, in 1985, werd de bevrijding, tot verbazing van de oorlogsgeneratie, massaler gevierd dan ooit tevoren. De beide lijnen - herdenking van de nazi-tirannie, protest tegen hedendaagse onderdrukking - kwamen weer bijeen. De herdenking oude stijl - “het afkeren van de chaotische werkelijkheid van nu, het verwijlen bij de duidelijkheid van vroeger, waarbij nostalgie en valse heroïsering soms om de voorrang streden”, zo schreef NRC Handelsblad - was passé, de aandacht ging nu uit naar de actuele 'lessen' van de nazi-overheersing. De bevrijding werd een politiek correct herdenken, een dag waarop de algemeen aanvaarde waarden van de rechtsstaat werden gevierd.

Het duurde nog tot 1990 voordat 5 mei bij koninklijk besluit werd erkend als 'nationale feestdag'. Het kabinet wenste er overigens geen wettelijke vrije dag van te maken, maar beperkte zich tot een oproep aan de sociale partners om de zaken onderling te regelen. Hoewel de Stichting van de Arbeid vorig jaar heeft opgeroepen in elk lustrumjaar van de bevrijding op 5 mei vrij te geven, moeten werknemers in de ene sector een onbetaalde snipperdag opnemen en krijgen ze in de andere sector gewoon doorbetaald.

De 'vijftigste mei' van 1995 wordt niet alleen een hoogtepunt, het is in veel opzichten ook een afsluiting. In januari was er grote ophef in de media toen kroonprins Willem-Alexander in een persgesprek met Duitse journalisten zou hebben gezegd dat 5 mei opgeheven kon worden “omdat niemand meer aan de Tweede Wereldoorlog denkt”. In de vele tentoonstellingen en boeken die rond het tiende lustrum van de bevrijding verschijnen, ligt de nadruk op de lokale en regionale geschiedenis van bezetting en bevrijding. De laatste leemten in de geschiedschrijving worden opgevuld, de laatste ooggetuigen gehoord.

De 'vijftigste mei' staat ook in het teken van de nationale schuldbelijdenis. Met het verdwijnen van de oorlogsgeneratie maakt het zwart-wit beeld van Duitse onderdrukker en Nederlands slachtoffer definitief plaats voor historische grijstinten. Premier Kok noemde de hardnekkige Nederlandse Germanofobie deze week in het Duitse weekblad Die Zeit een “verontschuldiging en alibi” voor het eigen knagende geweten over de apathische houding tijdens de oorlog. Ook koningin Beatrix stak vorige maand tijdens een redevoering voor de Israelische Knesset de hand nadrukkelijk in eigen boezem. De naoorlogse wereld heeft al plaats gemaakt voor een nieuwe wereldorde, de Tweede Wereldoorlog wordt bijgezet in de geschiedenis.

Bij zowel organisatoren als oorlogsveteranen leeft het gevoel dat dit echt de laatste keer is. W.J.C. Tensen, voorzitter van 'Thank You Liberators', een landelijk comité dat de opvang van Canadese oud-strijders coördineert: “Onze gasten zijn tussen de 70 en 90 jaar oud, en ook de organisatie wordt gedragen door ouderen. Wij gaan niet lang meer mee.”