De seksuele bevrijding

De Canadezen komen weer in het land. Niet zoveel als in 1945 natuurlijk, maar ze komen, zoals elk jaar, om de bevrijding nog eens te vieren. Het is moeilijk, als je die oude gerimpelde mannen nu ziet lopen, om je voor te stellen dat Nederlandse meisjes en vrouwen zich eens gillend in hun armen wierpen, alsof het een leger Frank Sinatra's betrof.

Max Beckmann schreef op 11 mei 1945 in zijn dagboek: 'Man sieht die Canadesen mit holländischen Meisjes ausgewechselt gegen die Germans. That's all.' Dit was misschien een wat overdreven voorstelling van zaken. Duitse soldaten klaagden hoe moeilijk het was contact met Hollandse meisjes te krijgen. Canadezen, Engelsen en Amerikanen hadden hier geen moeite mee. De feestroes van zomer '45 leverde minstens 7000 onwettig geboren baby's op. De Duitsers hadden overigens ook niet helemaal stilgezeten: ongeveer 15.000 buitenechtelijke kinderen in vijf jaar. Hoe de meeste Nederlanders hier over dachten kan als volgt worden samengevat: 'Héél droevig, die illegale kindertjes, maar beter 100 Canadeesjes dan één moffenkind.'

Dit citaat is van een lezeres van Je Maintiendrai, orgaan van de Nederlandse Volksbeweging. Ik vond het in een fascinerend artikel van Herman de Liagre Böhl, in 1985 verschenen in De Gids. Hij is een van de weinigen die de aandacht heeft gevestigd op de problematische houding van Nederlanders tegenover hun bevrijders. Het kon ook niet anders dan problematisch zijn: seks is een problematisch onderwerp. In de eerste plaats wordt seks, zoals we nu ook in Bosnië zien, altijd gebruikt als een vorm van oorlogvoering. Vrouwen worden buitgemaakt, of verkracht, niet alleen om de vrouwen te vernederen, maar juist ook de mannen.

Het is niet voor niets dat in Japanse films over de naoorlogse Amerikaanse bezetting steevast een scène voorkomt van (meestal zwarte) GI's die Japanse meisjes verkrachten. Dit is nog steeds voor Japanners het symbool van hun onderwerping. En de Japanners zelf, op hun veldtocht door China en Zuidoost-Azië, hebben vrouwen verkracht op een schaal die nooit eerder was vertoond. Dit was seks als een vorm van massale terreur.

Niet alle meisjes worden gedwongen met de vijand te vrijen. Maar de vrijwilligsters verscherpen het gevoel van vernedering onder de onderworpen mannen: zo is de overwinnaar niet alleen op het slachtveld oppermachtig, maar ook in bed. Vandaar dat de zogenaamde moffenhoeren zo hard zijn aangepakt na de oorlog. Door die meisjes kaal te scheren, voelden de Nederlandse mannen hun geslachtsleden als het ware weer stijf worden. Het verhaal van Simson en Delilah, maar dan andersom.

Maar hoe zit het nu als de pikeurs geen vijanden zijn, maar vrienden, bevrijders zelfs? Dan wordt het pas echt ingewikkeld, vooral als die vrienden ook nog rijker en aantrekkelijker zijn dan de mannen van het thuisfront. Neem het geval van de Amerikanen in Engeland. De Engelse houding tegenover hun wapenbroeders komt mooi tot uiting in het bekende zinnetje 'Oversexed, overpaid, and over here'. Engelse jongens hadden geen geld, slechte gebitten, stijve manieren, en preutse opvattingen. En daar kwamen nu de Amerikanen, en Canadezen, met hun swingmuziek, hun losse manieren, hun savoir faire. Dit wekte natuurlijk afgunst.

Als dat in Engeland al het geval was, zoveel te meer in het arme, ondervoede, vernederde Nederland. Herman de Liagre Böhl citeert een Maastrichtenaar over de Amerikanen: 'Jij: Je keurige vlotte uniform. Je athletische, weldoorvoede lichaam. Je jeugd, je kracht, je zonnige lach. Je overrompelende onverschilligheid voor de diepere dingen in dit leven. Je gezellige clubs. Je sigaretten. Je geld. Je dancings. Je theaters, met de nieuwste films en de beste artiesten. Je drank. Je donuts. Je vrijheid van bewegen, en vooral: je vrijheid van opvattingen.'

Het is een merkwaardige litanie, een soort seks-advertentie, die druipt van jaloezie. Dit is des te beter te begrijpen, als we bedenken dat de beste theaters, dancings, restaurants, etcetera, werden gereserveerd voor geallieerde soldaten, en hun Hollandse meisjes, maar niet voor Hollandse jongens. Voor hen was dit vertier Off Limits. Dit gaf dan ook de nodige deining. In september 1945 kwam het tot een rel in Utrecht tussen Canadezen en Nederlanders. Er werden messen getrokken, er werd met stenen gegooid, de Canadezen gebruikten zelfs vuurwapens. Dit handgemeen tussen Hollanders en hun bevrijders ontstond toen Hollandse mannen meisjes die met Canadezen gingen kaal wilden knippen.

Deze neiging om vriendinnen van Canadezen met moffenhoeren over een kam te scheren, was, volgens het onderzoek van De Liagre Böhl, geen toeval. Want niet de Canadezen kregen de schuld voor de losbandigheid van zomer '45, maar die Hollandse meisjes. Zij golden als 'vlinders', 'pickups', amateurhoeren, die het deden met soldaten, niet omdat ze ook eens wilden genieten, maar voor chocola, sigaretten of nylonkousen. Erger, het zouden voormalige moffenhoeren zijn, die nu geslachtsziekten verspreidden onder de bevrijders.

Dit is niets bijzonders natuurlijk, want als mannen zich laten gaan, krijgen vrouwen altijd de schuld. De voornaamste reden dat de gedwongen prostitutie in het door Japan bezette Azië pas onlangs aandacht heeft gekregen, is dat de slachtoffers hun verhaal niet durfden te doen. Meisjes die door Japanners waren gekidnapt, werden na hun 'bevrijding' vaak ingezet in bordelen voor geallieerde soldaten. Zij waren gebrandmerkt. Zij deugden nergens anders meer voor.

Het siert die Hollandse meisjes van 1945 dat zij zich blijkbaar niet veel hebben aangetrokken van de mannelijke moralisten van de Nederlandse pers. De oorlog heeft bij alle ellende namelijk ook positieve gevolgen gehad. Vrouwen die het thuisfront hadden bewaakt, in fabrieken hadden gewerkt, in legers gediend, of verzetswerk verricht, lieten zich niet zo gemakkelijk meer de les lezen. Zij waren door de oorlog geëmancipeerd. Ook seksueel. En zij kregen hierin na de oorlog ook wel steun van sommige verlichte denkers, zoals de psycholoog George G. Lampe, die schreef: 'Het is, vooral van de meisjes, een teeken van grooteren levensdurf, wanneer ze zich op dit gebied een recht trachten te veroveren, dat haar in evenredigheid met haar natuurlijke, lichamelijke en geestelijke ontwikkelingsphase nooit ontzegd had mogen worden.'

Uit het verslag van De Liagre Böhl blijkt dat het seksuele bevrijdingsfeest snel weer afgelopen was. Moralisten waren bang dat de Nederlandse fatsoensnormen voorgoed waren verloederd, maar statistieken wijzen uit dat de meeste Nederlanders in de jaren vijftig weer keurig waren getrouwd. Heel weinig kinderen werden nog buitenechtelijk geboren. Wat het 'Canadezenprobleem' had achtergelaten was niet verloedering, maar een groot aantal mensen dat hun vaders eens wilde zien. De conclusie ligt dus voor de hand dat de roes van '45 maar een rimpeling was in de zedengeschiedenis van Nederland, zonder diepere gevolgen.

Ik twijfel hier toch aan. Met Glen Millermuziek, de jitterbug, kauwgom en chocolade, kwam er, niet alleen in Nederland, een frisse wind binnenwaaien, die een hoop oude spinnewebben moet hebben weggeblazen. In zekere zin hebben de Canadezen Nederland ook seksueel bevrijd. Maar daar kunnen we die oude heertjes beter niet al te luid voor bedanken: het zou hen nu in verlegenheid kunnen brengen, om maar niet te spreken van de Nederlandse mannen, die van hen nog het een en ander moesten leren.