Weinig glasnost in Rusland over gas- en olierampen

MOSKOU, 27 APRIL. Het lekken en breken van pijpleidingen in Rusland wordt wel gezien als een illustratie van de staat waarin het land verkeert na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Dat echter is maar ten deze waar. Het is eerder een symptoon van hoe Russen met het milieu omgaan, nu en vroeger. Het land is zo groot dat slechts weinigen zich druk maken om het te beschermen. Het behoorde bovendien altijd toe aan de staat, dus aan niemand.

De reactie van de autoriteiten op de gasexplosie van vannacht is illustratief. “Er is geen probleem”, zei een woordvoerder van Gazprom, 's werelds grootste gasleverancier nadat er vanuit overvliegende Japanse vliegtuigen een steekvlam van drie kilometer hoog, een rookpluim van bijna acht kilometer hoog en een brandend woud waren waargenomen. “De gasleveranties komen niet in gevaar.” Dat deed meteen denken aan de reactie van vorige maand, toen 3.500 ton olie uit een lekkende pijpleiding de Koerzanka rivier (375 kilometer ten noordwesten van Irkoetsk) inliep. “Tweederden van de verloren gegane olie kan worden gered”, berichtte het persbureau ITAR-TASS toen lakoniek - alsof het redden van de olie belangrijker was dan het opruimen: weinig glasnost over gas en olie.

Eind vorig jaar trok een grote lekkage in het uiterste noorden van Rusland even de aandacht, maar alleen omdat Amerikaanse kranten berichten hadden verspreid over een 'olieramp'. Het ongeluk had inderdaad een omvang twee keer die met de tanker Exxon Valdez in Alaska in 1989, maar de aandacht in Rusland richtte zich al gauw op de vraag waar de Amerikanen zich eigenlijk mee bemoeiden. Voor het opruimen van de olie heeft de Wereldbank deze eerder deze maand 99 miljoen dollar ter beschikking gesteld. “Als wij het niet betalen ruimt niemand het op”, zo zei een medewerker van de bank toen eenvoudig.

Amerikaanse waarschuwingssatellieten, bedoeld om met infraroodsensoren de steekvlam van een zojuist gelanceerde kernraket op te merken, slaan sinds decennia met een frequentie van eenmaal per dag vals alarm. Gewoonlijk gaat het daarbij om een Russische gasbrand.

Aleksei Jablokov, een soort regeringscommissaris voor milieu, zei vorige maand dat in Rusland per jaar ongeveer 700 lekken en breuken in pijpleidingen plaats hebben, samen verantwoordelijk voor zo'n drie miljoen ton gemorste olie en een niet nader aangeduide hoeveelheid gas. Veertien à vijftien procent van het Russische landareaal is volgens internationale milieunormen niet meer geschikt voor menselijke bewoning, maar toch wonen er 40 miljoen mensen, zei Jablokov. Van al het drinkwater in Rusland is de helft ongeschikt voor menselijke consumptie.

Uit de grote gasleiding vanuit Siberië lekt volgens cijfers van de VN-commissie die het broeikaseffect bestudeert jaarlijks ruim 10 miljoen ton van het belangrijke broeikasgas methaan. Dat is ruim dertig procent van de wereldproduktie van methaan. Het dichten van de lekken zou een wezenlijke bijdrage zijn aan het beperken van het broeikaseffect.

Het is de erfenis van de Sovjet-Unie, zei Jablokov, en de economische chaos van de afgelopen vijf jaar heeft het niet beter gemaakt. “De term ecocide geeft accuraat weer wat er gebeurt.” Die ecocide is voor een deel zelfmoord. Er is geen automobilist die niet zijn asbak op straat leegt en er is niemand die ervoer peinst na een heerlijk dagje aan de groene oevers van de rivier de Moskou zijn afval en lege flessen mee te nemen. Opruimen gaat overigens ook moeilijk, want er staan nergens afvalbakken.