Tweegesprek

Prof. Arnold Heertje heeft zeker baanbrekend werk verricht bij het introduceren van het vak economie bij het voortgezet onderwijs. Als leraar in dit vak heb ik 13 jaar lang op havo/vwo-niveau zijn 'De Kern van de economie' als leerboek gebruikt en het genoegen mogen smaken hem enkele malen als gastdocent tijdens mijn lessen op de Osdorper schoolgemeenschap te mogen verwelkomen. In zekere zin beschouw ik hem dan ook als mijn goeroe op het gebied van de didactiek van de economie. Het tweegesprek van Heertje met Ginjaar Maas (W&O, 13 april) heb ik dan ook met meer dan gewone belangstelling gelezen.

Echter, met het idee van prof. Heertje om in het kader van de modieuze kreet 'studiehuis', afkomstig van de huidige staatssecretaris Netelenbos, het vak te gaan opsplitsen in een 'deel theorie' en een 'deel verwerking(sopgaven)' heb ik grote moeite. Zeker als prof. Heertje stelt het plan te hebben voor dit laatste onderdeel van het vak een 'verwerkingsboek met opgaven die vaardigheden aanspreken en ontwikkelen' te willen gaan samenstellen, welk boek vrouwen gaan maken. Voor dit vakonderdeel komen dan vrouwelijke leraren omdat die 'nu eenmaal instrumenteler denken dan mannen'.

Mijn bezwaar tegen dit idee van prof. Heertje is niet zozeer de onderwaardering die voor het onderdeel 'verwerkingsopgaven' zal ontstaan als het vak economie in tweeën wordt gesplitst, een onderwaardering die uiteindelijk het vak-als-geheel zal treffen. Mijn bezwaar is dat sinds de 'modelmatige' benadering van het vak op vwo-niveau (een benadering die Heertje heeft geïntroduceerd) de meisjes die economie kiezen zich, net als de meisjes die exacte vakken kiezen, in niets van jongens onderscheiden. Van een 'instrumenteler' omgaan met de leerstof heb ik in mijn 13 jaar ervaring als leraar economie niets gemerkt.

Ik neem aan dat dit niet verandert als deze meisjes na hun vwo economie gaan studeren omdat, ondanks het plukje 'vrouwenstudies' dat enkele universiteiten aan dit vak hebben toegevoegd, de benadering van het vak toch een 'modelmatige' blijft en het denken over het vak ook.

Ik heb ook nooit iets van een instrumentele(re) benadering van het vak gemerkt bij vrouwelijke collega's, of adspirant economie-leraressen die ik als mentor kreeg toegewezen. Het voorstel van Heertje kan ik daarom als niets anders zien dan een onnodig terugverwijzen van leraressen economie naar de keukenvloer van het economie-onderwijs. Als dit één van de gevolgen moet zijn van het begrip 'studiehuis' dan pleit ik ervoor dat dit begrip onmiddellijk los te laten, dat we doorgaan op de gewone manier les te geven.