Tweede Kamer verzwakt norm prestatiebeurs

DEN HAAG, 27 APRIL. De Tweede Kamer heeft verzachtingen van prestatiebeurs afgedwongen bij minister Ritzen, voor eerstejaars als voor de rest van de studenten. Ook heeft de Kamer verscherping van de tempobeurs afgewezen.

Niet bekend

Overigens gingen de regeringspartijen akkoord met invoering van de prestatiebeurs in september 1995. Het CDA en de meeste andere oppositiepartijen wijzen het gehele wetsvoorstel af. Gistermiddag werd het debat een paar minuten onderbroken toen een tiental jonge studenten protestspandoeken vanaf de publieke tribune ontvouwden. Ze lieten zich zonder veel aandrang wegleiden door de ordebewakers.

De prestatiebeurs houdt in dat de nieuwe generaties studenten nog slechts vier jaar een basisbeurs krijgen (nu is dat nog vijf jaar) en dat die basisbeurs eerst als lening wordt verstrekt. Na die vier jaar heeft de student nog drie jaar lang de mogelijkheid om 'echte' studieleningen aan te gaan. De 'geleende basisbeurs' kan op twee momenten worden omgezet in een echte gift: wanneer de student in zijn eerste jaar tenminste 50 procent van zijn studiepunten heeft gehaald en voor de overige jaren wanneer hij binnen zes jaar naar aanvang van zijn studie een hoger-onderwijsdiploma haalt.

De coalitiepartijen hebben het diplomamodel verzacht door de mogelijkheid om eenmaal 'de klok een jaar stil te zetten', waardoor de termijn dus zeven jaar wordt. In die periode krijgt de student geen enkele vorm van studiefinanciering, maar hij of zij kan zich wel inschrijven bij een universiteit of hogeschool - tegen een vrij door de instelling te bepalen collegegeld. De tweede verzachting van de prestatiebeurs is een 'herkansing' voor eerstejaars. Wie in zijn eerste jaar de norm van 50 procent niet haalt krijgt zijn 'basislening' alsnog omgezet in een echte gift als hij er vervolgens in slaagt zijn diploma binnen vier jaar te halen.

Verder wordt de verhoging van de eerstejaars-norm in de prestatiebeurs tot 67 procent in 1997 afhankelijk van een beoordeling door de Kamer van de dan bereikte verbetering en stroomlijning van het onderwijs. De gelijktijdige verhoging van de tempobeursnorm voor de zittende generatie wees de Kamer geheel af, omdat dat in strijd is met de verwekte verwachtingen.

CDA-Kamerlid A. Lansink noemde Ritzen gisteren “politiek onbetrouwbaar” omdat hij vorig jaar nog te kennen had gegeven dat de grenzen van de bezuinigingen bereikt waren. Ook verweet Lansink Ritzen dat hij nu ingrijpende wijzigingen doorvoert maar pas in 1996 fundamenteel over het beurzenstelsel wil gaan discussieren. Ritzen verdedigde zich met de opmerking dat hij vorig jaar vooral wilde waarschuwingen tegen verdere verlaging van het maandelijkse bedrag van de basisbeurs. In de nieuwste veranderingen blijft deze hoogte gelijk. Ook belast de prestatiebeurs een komende discussie niet, aldus Ritzen. “Dit past in bijna elke toekomstige ontwikkeling.”

Ritzen zei zich over zijn wijzigingen van de studiefinanciering “buitengewoon goed ” te voelen “omdat er heel kleine, noodzakelijke stapjes zijn gezet, steeds in de dezelfde richting”. “Stel dat in 1991 het beeld naar voren was gebracht dat er nu is. Er zou dan zeker niets van haalbaar zijn geweest.” Volgens Ritzen heeft hij dat beeld toen overigens al wel in “kleine kring” naar voren gebracht. In reactie hierop vergeleek het GPV-Kamerlid Schutte vanmorgen de door Ritzen beloofde 'openheid' van de komende discussie met de legendarische vrijheid bij de aankoop van een T-Ford: “U mag alle kleuren kiezen, als het maar zwart is”.