Sterftecijfer onder de Britse armen loopt na een halve eeuw weer op

LONDEN, 27 APRIL. Het sterftecijfer onder de armen in de Britse samenleving loopt voor het eerst in meer dan een halve eeuw op. Dat blijkt uit een onderzoek dat gisteren is gepubliceerd door het King's Fund, de toonaangevende researchinstelling op het gebied van de volksgezondheid. Sir Donald Acheson, voormalige topambtenaar van het ministerie van gezondheidszorg en leider van het onderzoek, riep op tot een grootscheepse campagne om de gezondheidsongelijkheid tussen arm en rijk te verkleinen. Hij pleitte voor de oprichting van een koninklijke commissie die met het toezicht moet worden belast.

Welgestelden hadden altijd al meer kans om ouder te worden dan armen. Maar bij beide bevolkingsgroepen vertoonde de gemiddelde levensduur sinds de crisisjaren dertig een opgaande lijn. Aan die paralelle ontwikkeling is in de jaren tachtig een einde gekomen.

Volgens de studie lopen ongeschoolde mannelijke werknemers tweeënhalf keer zoveel kans om voor hun 65-ste te sterven dan hun hoger opgeleide collega's. Hartkwalen, de belangrijkste doodsoorzaak in Groot-Brittannië, namen onder handarbeiders toe terwijl ze onder alle andere beroepsgroepen daalden. King's Fund-directeur Ken Judge legde gisteren een verband tussen de gezondheidsverschillen en de sterk toegenomen inkomensongelijkheid in Groot-Brittannië. “Sociale verschillen zijn gegroeid in een tempo dat door geen enkele ander rijk, geïndustrialiseerd land gedurende eenzelfde aaneengesloten periode wordt geëvenaard”, constateert het rapport.

De groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk op het gebied van gezondheid bleek ook vorige week al uit een rapport van de liefdadigheidsorganisatie Crisis. De instelling signaleerde een alarmerende stijging van het aantal tuberculose-gevallen onder thuislozen. In de vorige eeuw stierf één op de zeven Britten aan de witte dood, in 1946 nog altijd ruim 23.000 mensen. Door betere huisvesting en stijgende welvaart werd de ziekte vrijwel uitgebannen. Maar sinds het einde van de jaren tachtig is tbc in Engeland en Wales weer in opmars. Twee procent van de thuislozen lijdt aan tubercolose. De kans dat een thuisloze de ziekte opdoet is 200 keer zo groot als voor de gemiddelde Brit.

De gezaghebbende Joseph Rowntree Foundation kwam eerder dit jaar na een uitgebreid onderzoek al tot de conclusie dat de kloof tussen arm en rijk in Groot-Brittannië sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer zo groot is geweest. Sinds de Conservatieven in 1979 aan het bewind kwamen, is de koopkracht van de rijkste 10 procent van de bevolking met 50 procent gestegen. In die periode ging de armste 10 procent er 17 procent op achteruit.