Stafbureau politiechefs nagenoeg ontmanteld

ROTTERDAM, 27 APRIL. Het landelijke lobby-orgaan van politiechefs, de Raad van Hoofdcommissarissen (HC's), wordt vrijwel volledig ontbonden. Het stafbureau van de politiechefs in Zoetermeer, waar nu nog zo'n twintig mensen werken, wordt beperkt tot twee werknemers “met een secretariaatsfunctie”.

Het overige personeel gaat werken in een centraal orgaan waarvoor de burgemeesters-korpsbeheerders in eerste instantie verantwoordelijk zijn. Hierover bestaat “globale consensus” tussen korpsbeheerders, hoofdofficieren van justitie en politiechefs, zo heeft C. Breure, secretaris van de Raad van Hoofdcommissarissen, desgevraagd bevestigd. Volgens Breure is de ontmanteling van de Raad van HC's een nieuwe illustratie van de “veranderde machtsverhoudingen” bij de politie. “De korpschefs leveren terrein in. De korpsbeheerders/burgemeesters eisen hun positie op.”

Het functioneren van de Raad van HC's zorgt al jaren voor ongenoegen bij de 25 burgemeesters die sinds de reorganisatie van de politie de taak van korpsbeheerder vervullen. De Raad voert een actieve lobby om de departementen te beïnvloeden bij het te voeren politiebeleid. Ook tijdens kabinetsformaties weet de Raad van HC's, voorgezeten door de Haagse politiechef J. Brand, met succes zijn invloed aan te wenden.

Volgens de burgemeesterskorpsbeheerders behoort deze taak echter tot hun competentie. “Ten onrechte is de laatste jaren de indruk ontstaan dat politiechefs eigen beleidsmatige standpunten kunnen hebben. Dat moet voorbij zijn. Zij zijn hiërarchisch ondergeschikt aan de korpsbeheerder”, aldus de Tilburgse burgemeester G. Brokx, beheerder van het korps Midden- en West-Brabant, het grootste politiekorps van Nederland. Over de “aanschaf van een nieuw pistool of handboeien” mogen de politiechefs in de toekomst nog wel een opinie hebben, meent Brokx, “maar over het beleid moeten ze hun mond houden”.

Pag.2: 'Onder curatele gesteld'

Medio mei zullen de voorzitters van het Korpsbeheerdersberaad (KBB), de Raad van hoofdoffcieren en de Raad van HC's een definitief besluit nemen over de ontmanteling van de Raad van HC's. Zij baseren zich daarbij op een onlangs gereedgekomen rapport van het Amsterdamse organisatie-adviesbureau Van der Bunt. Zowel Breure als de Nijmeegse burgemeester E. d'Hondt, voorzitter van het KBB, gaan er vanuit dat het advies in grote lijnen wordt overgenomen. Tijdens een vergadering van het KBB op 10 juni zal het advies naar verwachting bekrachtigd worden, aldus d'Hondt.

Adviesbureau Van der Bunt meent dat het stafbureau van de Raad van HC's, dat nu nog jaarlijks enkele miljoenen kost, in omvang moet worden gelijkgeschakeld met de twee leden tellende staf die het KBB en de Raad van Hoofdofficieren tot hun beschikking hebben. De functie van de nieuwe staf van de Raad van HC's beperkt zich in het voorstel nog slechts tot het voorbereiden en uitschrijven van vergaderingen. Van der Bunt wil dat het overige personeel van de Raad van HC's wordt overgeheveld naar een centraal bureau voor de politie dat voor alle drie de raden werkt. KBB-voorzitter d'Hondt meent dat “de korpsbeheerders de eerste verantwoordelijkheid voor dit bureau moeten krijgen”.

Enkele politiechefs zijn bijzonder slecht te spreken over de wijze waarop de Raad van HC's, in hun ogen, wordt gekortwiekt. “We worden onder curatele gesteld, ze proberen ons terug te pakken”, aldus een van hen. Secretaris Breure van de Raad van HC's zegt “dat geluid te kennen”, maar volgens hem is het “niet representatief” voor de opvattingen van de politiechefs. “De meesten leggen zich neer bij de nieuwe situatie.”

Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) gaf eind vorig jaar de aanzet voor de ontmanteling van de Raad van HC's. Hij zette de directe financiering door Binnenlandse Zaken stop en verordonneerde dat de korpsen voortaan zelf de kosten van de Raad moesten dragen. Daarmee kregen de burgemeesters/ korpsbeheerders de zeggenschap over de bekostiging van de Raad. Volgens KBB-voorzitter d'Hondt “is dit een logische uitkomst van een lange discussie”. “Ik ga er vanuit dat we vanaf nu de inhoud van het vak voorop stellen en ophouden met discussiëren over status en macht”, aldus d'Hondt.