Reorganisatieplan wekt grafstemming op hoofdkantoor; Felle ruzie bij Industriebond FNV

UTRECHT, 27 APRIL. Voor het bestuur van de Industriebond FNV breken spannende dagen aan. Vandaag en morgen buigt het congres van de bond zich over de nota met reorganisatieplannen, die van de Industriebond weer een machtige bondgenoot van werknemers moet maken. Voorlopig lijkt het bestuur er alleen in te zijn geslaagd om de eigen werknemers tegen zich in het harnas te jagen. “Er heerst hier de stemming van een grafkamer”, zei een werknemer op het Amsterdamse hoofdkantoor van de bond eerder deze week.

De congresnota Over wegen naar morgen, opgesteld onder leiding van bestuursvoorzitter B. van der Weg, bevat ambitieuze doelstellingen. De Industriebond FNV, met 240.000 leden de grootste bond in de marktsector, moet zich de komende jaren weer nadrukkelijk profileren op de werkvloer. Werknemers moeten het gevoel krijgen dat ze gemakkelijk bij de bond kunnen aankloppen voor hulp en advies, en dat het lidmaatschap van een vakbond werkelijk nog zin heeft.

Alleen op die manier, zo denkt het bondsbestuur, zal de Industriebond er in kunnen slagen om de positie van de vakbeweging te verstevigen. “We hebben behoefte aan een helder profiel waarin veel werknemers zich herkennen en waarmee zij zich willen verbinden. Geen paternalisme, zelfingenomenheid of arrogantie, geen oubollige presentatie, geen gezwollen machtsvertoon. Maar wel redelijkheid, dienstbetoon, deskundigheid, stiptheid en alertheid, kortom betrouwbaar en als het moet onverzettelijk”, schrijft het bestuur in de congresnota.

De veranderende arbeidsverhoudingen, waarbij steeds minder op centraal niveau wordt vastgelegd, maken de sterkere aanwezigheid van de vakbeweging in de bedrijven noodzakelijk. Onder druk van de werkgevers worden afspraken in collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) steeds globaler gesteld, met de mogelijkheid om de regelingen per bedrijf of per bedrijfsonderdeel nader in te vullen. Bij het toezicht op die uitwerking spelen ondernemingsraden een belangrijke rol, maar de Industriebond wil ook als vakbeweging hierbij betrokken blijven.

Voor dat streven naar betrokkenheid zijn mensen nodig, veel mensen. Het bondsbestuur acht het echter niet haalbaar om het eigen apparaat (met betaalde bestuurders) nog veel verder uit te breiden. “Hoe sterk het personeelsbestand de komende jaren ook zou groeien, aan de nabijheidseis valt nooit in voldoende mate te voldoen”, aldus Over wegen naar morgen. Het bestuur zegt een “veel meer voor de hand liggende weg” te zien, namelijk door de taakuitbreiding voor een groot deel neer te leggen bij de kaderleden. Deze leden, die het vakbondswerk in bedrijven op basis van vrijwilligheid doen, zouden de komende jaren extra geschoold moeten worden zodat zij meer verantwoordelijkheid kunnen dragen.

Vooral over dit laatste voorstel zijn de gemoederen binnen de Industriebond FNV de afgelopen maanden hoog opgelopen. Veel bestuurders zijn van mening dat het bondsbestuur met de voorgenomen taakoverheveling naar vrijwilligers te snelle en te grote stappen wil nemen. Zij betwijfelen of de kaderleden, die nu het vakbondswerk vaak al als zwaar en ondankbaar ervaren, die extra verantwoordelijkheden wel willen dragen.

Om de kaderleden beter bij te kunnen staan, wil het bondsbestuur de structuur van de organisatie veranderen. De lijnen tussen beleid en uitvoering moeten korter worden. Het huidige districtenstelsel moet daartoe vervangen worden door een organisatie die bestaat uit tientallen 'activiteitengroepen'. Deze groepen worden per bedrijfstak georganiseerd. Dat moet de betrokkenheid vergroten en meer mogelijkheden bieden voor specialisatie. De 400 betaalde werknemers van de Industriebond vrezen echter dat deze reorganisatie leidt tot inkrimpende takenpakketten en uiteindelijk banen zal kosten.

Ook veel kaderleden zelf hebben felle kritiek op de plannen van het bondsbestuur. Zij zijn bang dat zij straks door de bond in de kou worden gezet, dat zij wel allerlei extra taken op zich moeten nemen, maar dat het bondsapparaat daarvoor niet de ondersteuning kan leveren die nodig is. De kaderleden denken dat deze taakverzwaring het in de toekomst nog moeilijker maakt om collega's te werven. Het kaderbestand is nu al sterk vergrijsd.

De afgelopen maanden is de discussie over een herinrichting van de Industriebond FNV ontaard in een felle kantoorpolitieke ruzie. Vooral algemeen secretaris D. Nas, die eind jaren tachtig samen met voorzitter B. van der Weg aantrad, heeft intern veel kritiek gekregen. Nas ontbreekt het niet aan ideeën, zo erkent men binnen de bond, maar hij zou niet in staat zijn om daar open over te discussiëren.

Het bondsbestuur in zijn geheel zou meer open moeten staan voor kritische kanttekeningen, zou meer oog moeten hebben voor de de onzekerheid die onder het eigen personeel en onder de kaderleden leeft.

Dat de vakbeweging zich moet beraden op haar toekomst en moet zoeken naar andere manieren om de belangen van werknemers te dienen, is voor alle betrokkenen duidelijk. Het bestuur van de Industriebond heeft er vrijwillig voor gekozen om bij dit veranderingsproces in de voorhoede plaats te nemen. Dezer dagen moet blijken of het bestuur de troepen weer achter zich weet te scharen of dat de leiding toch te ver voor de muziek is uitgelopen.