Rapport: meer zure regen dan aangenomen

DEN HAAG, 27 APRIL. Nederland krijgt zeven procent meer zure neerslag te verwerken dan eerder werd aangenomen. Het aandeel van zwaveldioxide (SO) in de verzuring is groter dan verondersteld en dat van stikstofoxiden (NOx) kleiner.

Ammoniak, dat vrijkomt uit dierlijke mest, levert in Nederland nog altijd de grootste bijdrage aan de verzuring: 47 procent van het totaal.

Dit blijkt uit een vandaag verschenen rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in Bilthoven. Het bevat de resultaten van een omvangrijk verzuringsonderzoek tussen 1991 en 1994, waaraan ook andere instellingen hebben meegewerkt.

Zure neerslag, die wordt veroorzaakt door landbouw, industrie en verkeer, brengt schade toe aan onder meer bossen, heidevelden, meren en (monumentale) gebouwen. De onderzoekers stellen echter vast dat een overmaat aan stikstof voor bossen een grotere bedreiging vormt dan zuur. Het gecombineerde effect van een overdosis stikstof en bodemverzuring leidt tot tekorten aan overige voedingsstoffen. Dit maakt de bomen extra gevoelig voor ziektes, plagen en droogte.

Sinds 1991 zijn maatregelen van kracht om de emissie van ammoniak terug te dringen. Daarbij valt vooral te denken aan het onder de grond werken van drijfmest en het verkorten van de periode waarin mest mag worden uitgereden. Hierdoor is de hoeveelheid ammoniak in de atmosfeer in 1992 met ongeveer 25 procent gedaald. Maar 1993 gaf weer een stijging te zien doordat meer mest werd afgezet op grasland, dat een hogere emissie geeft dan bouwland. Dat jaar bedroeg de uitstoot aan ammoniak 208.000 ton.

Zwaveldioxide is vooral afkomstig uit olieraffinaderijen en kolencentrales. Sinds 1980 zijn de emissies geleidelijk gedaald tot ongeveer een derde van toen. In 1993 werd in Nederland een uitstoot van 168.000 ton SO gemeten. Stikstofoxiden zijn ook uit de industrie afkomstig en zitten bovendien in de uitlaatgassen van auto's. Sinds 1988 vertonen de emissies van deze verzuringscomponent een lichte daling.

Van de zure neerslag in Nederland komt 57 procent uit eigen bronnen; de rest wordt aangevoerd uit het buitenland. Landen die veel zwaveldioxide en stikstofoxiden uitstoten zijn Engeland, Duitsland, Polen, de Russische federatie en Spanje. Omgekeerd 'exporteert' Nederland verzurende stoffen naar het buitenland.

De verzuring door ammoniak heeft vaak een regionaal karakter. De grootste hoeveelheden worden aangetroffen in concentratiegebieden van de intensieve veehouderij, in het bijzonder Oost-Brabant, Noord-Limburg en de Gelderse Vallei. Van de ammoniakuitstoot komt 30 procent terecht binnen een straal van vijf kilometer van de bron. Uit deze stof ontstaan ook ammoniumverbindingen die over veel grotere afstanden worden verplaatst, zelfs tot duizend kilometer.

De fascisten zijn weer onder ons