Perlman speelt vrijgevochten als straatmuzikant; Vioolspel met kwinkslagen

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev, mmv Itzhak Perlman, viool. Programma: Ljadow: Uit de Apocalyps, op. 66. Tsjaikovski: Vioolconcert. Moessorgsky: Schilderijen van een tentoonstelling (orkestbewerking Ravel). Gehoord: 26/4 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 27/4 De Doelen Rotterdam

Dit jaar wordt hij vijftig, maar zijn vioolspel klinkt even vitaal als toen hij vijfentwintig was. Itzhak Perlman, die na de dood van Jascha Heifetz in 1987 algemeen beschouwd wordt als 's werelds leading violinist, heeft nog altijd hoorbaar plezier in zijn werk. Ter ere van zijn vijftigste verjaardag zal EMI Classics in juni een beperkte oplage van 'The Perlman Collection' op de markt brengen, een set van twinitg cd's met een dwarsdoorsnede uit Perlmans veelzijdige discografie.

Gisteravond speelde Perlman met het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev het Vioolconcert van Tsjaikovski, een stuk dat hij meerdere malen heeft opgenomen. Het werd een gedenkwaardige uitvoering, waarin de bijzondere kwaliteiten van Perlmans vioolspel optimaal tot uitdrukking kwamen: een stralende toon, een fabuleuze techniek, een ongecompliceerde muzikaliteit, en de gave zelfs de meest afgezaagde werken van het IJzeren Repertoire als nieuw te laten klinken.

De kracht van Perlmans vioolspel laat zich verklaren uit twee aspecten van zijn persoonlijkheid. Enerzijds is hij zich terdege bewust van de violistische traditie waaruit hij is voortgekomen en waarvan hij de belangrijkste verworvenheden in zijn spel heeft geïntegreerd: “Er bestaat een fantastische traditie van oude violisten zoals Kreisler, Heifetz, Stern en anderen. Ik voel mij gelukkig dat die mensen voor mij kwamen, dat ik ergens naar om kan kijken, dat ik de grootheid van deze kunstenaars kan ervaren. Dat is inspirerend.”

Anderzijds maakt Perlman van nature muziek met de spontaniteit en de vrijgevochtenheid van een straatmuzikant: “Op de dag dat ik voel dat het niet goed gaat en dat oefenen niet meer helpt, moet ik stoppen. Maar tot zolang blijf ik vioolspelen. Zonder zorgen. Als een fiddler on the roof.”

Zo klonk Perlmans Tsjaikovski niet alleen als een proeve van uitzonderlijke violistische bekwaamheid en raffinement, maar ook als een bijna naïeve liefdesverklaring aan de muziek en de goede dingen van het leven. Perlman is geen theoreticus, die indruk probeert te maken met 'bedachte' fraseringen. Hij is ook geen ijdeltuit, die wil pronken met zijn virtuoze veren. Perlman is op zijn bijna-50ste nog altijd een natuurtalent, die vioolspeelt zoals een zwaluw door het luchtruim tuimelt, een en al beweeglijkheid, onbekommerd en vol gratie.

Fascinerend was de dialoog tussen de charmante Perlman en de naar het excessieve en demonische neigende Valery Gergiev, die het Rotterdams Philharmonisch Orkest in korte tijd tot grote bloei heeft gebracht. Af en toe raakte Tsjaikovski wel even uit balans, maar dat werd gecompenseerd door de vurigheid en het elan waartoe beide musici elkaar inspireerden.

Tijdens zijn weergaloze interpretatie van de Apocalyps, op. 46 van Ljadow liet Gergiev de sterke engel uit de Openbaring van Johannes op onheilspellende wijze de aardse gemoedelijkheid verstoren. En met zijn flamboyante lezing van Moessorgsky's Schilderijen van een tentoonstelling deed hij het Amsterdamse Concertgebouw dusdanig op zijn grondvesten schudden, dat alle schilderijen van de muur donderden om in het vrije luchtruim een eigenzinnig leven te gaan leiden.