Op intensivkurs

Door de gangen van het Bernrode Gymnasium in Heeswijk lopen een week lang 23 leerlingen van het Collegium Augustinianum, een groot jongensgymnasium in het Duitse plaatsje Goch. Deze elf- tot dertienjarigen hebben geheel uit vrije wil hun voorjaarsvakantie opgeofferd om op het Brabantse gymnasium een intensivkurs Nederlands te volgen. Zes tot acht uur per dag krijgen de jongens les in de Nederlandse taal. Thuisgekomen bij hun gastgezin, niet zelden na een vermoeiende fietstocht van tien tot vijftien kilometer, moeten ze nog woordjes leren en invuloefeningen maken. 'Het is bepaald geen vakantiereisje', zegt docente Duits T. Tax, die de uitwisseling van leerlingen tussen de twee scholen organiseert. In de carnavalsvakantie reisde onlangs een groep vijfdeklassers met Duits in hun pakket af naar Goch om daar een week lang de lessen te volgen.

Op de vierde dag van hun verblijf spreken de kinderen al een aardig mondje Nederlands en brengen ze, staand naast hun tafel, vrijwel accentloos het lied 'Ik zag twee beren broodjes smeren' ten gehore. Op de feestelijke laatste avond zingen ze samen met hun Bernrodense leeftijdgenootjes ook nog andere liederen: 'Wie rusten wil in het groene woud' en 'Een knaapje zag een roosje staan'. Daarnaast dragen de Duitse leerlingen een Nederlands vers voor, waarbij dankbaar geput wordt uit het verzameld werk van Toon Hermans.

Als ik de klas binnenkom ontstaat onder de Duitse scholieren zichtbaar verwarring. Vragend kijken ze elkaar aan: moeten ze nu opstaan of niet? Ze doen het toch maar, ook al heeft mevrouw Thelen de eerste dag gezegd dat het opstaan voor leraren op Bernrode geen gebruik is. Docente Thelen onderwijst klassieke talen en omdat zij is gespecialiseerd in het geven van Nederlands als tweede taal is ze bij deze intensivkurs betrokken. In simpele zinnetjes praat ze met de leerlingen over hun hobbies en over het leven op het internaat. De docente schrijft 'kuiken' en 'keuken' op het bord en hardop worden deze lastige klanken geoefend. En als een van de leerlingen 'gebegrepen' zegt komt ook het probleem van het onregelmatige voltooid deelwoord aan de orde. Het is de hele dag praten, lezen en oefeningen maken.

Als afsluiting van de cursus zullen alle jongens 's middags een schriftelijke en mondelinge eindtoets doen. En om het geleerde niet meteen weer te vergeten reist mevrouw Thelen binnenkort enkele malen naar het tachtig kilometer verderop gelegen Collegium Augustinianum in Goch om daar een aantal herhalingslessen te geven. Volgend jaar mogen deze leerlingen een tweede intensivkurs volgen en het jaar daarop, zo hoopt men, kunnen ze de reguliere lessen op het Bernrode Gymnasium bijwonen. Want dat is pas echt Austausch.

Toen de beide gymnasia drie jaar geleden de eerste contacten begonnen uit te wisselen was er onder het personeel van Bernrode sprake van enige terughoudendheid, erkent rector M. Jonkers. 'Alle andere Europese landen liggen beter in de markt, zo blijkt uit het relatief geringe aantal uitwisselingsprogramma's tussen Nederlandse en Duitse scholen.'

Om de leerlingen met elkaar kennis te laten maken werd om te beginnen een voetbalwedstrijd tussen de twee scholen georganiseerd. 'Het stomste dat je kunt doen', oordeelt de rector achteraf. Want de wedstrijd bleek totaal verkeerde sentimenten op te roepen. Een echte beginnersfout. Sindsdien wordt er alleen nog in gemengde teams gesport. Het gezamenlijk ingestudeerde toneelstuk dat in het Latijn werd opgevoerd bracht meer verbroedering teweeg.

De besturen van beide scholen legden de relatie na enige tijd officieel vast in een schriftelijk samenwerkingscontract. Er gaan nu geregeld groepen leerlingen heen en weer en de docentencorpsen dineren zo nu en dan in grote harmonie. Al snel ontstond er een Nederlands-Duitse schoolkrantredactie die met de International School Magazine startte. Deze krant heeft zijn bereik inmiddels uitgebreid tot België, Frankrijk, Italië en Zweden. Met scholen uit al deze landen heeft het uitdrukkelijk Europees georiënteerde Bernrode Gymnasium uitwisselingscontacten. 'De interesse voor Nederland is erg groot onder Duitsers die in de grensstreek wonen', zegt docent J. Böhmer van het Augustinianum. 'De kinderen willen heel graag Nederlands leren. Zozeer zelfs dat wij binnenkort Nederlands bij ons op het rooster willen zetten en er over denken een tweetalige klas te starten die uit Duitse en Nederlandse kinderen bestaat.'

In januari was Böhmer al drie weken bij zijn collega's op Bernrode te gast en ook hij spreekt intussen een aardig woordje Nederlands. Van een negatieve houding van Nederlanders tegenover Duitsers heeft hij tot nog toe niets gemerkt. In tegendeel, als docent geschiedenis (en Engels en Duits) is hij onder de indruk van de 'feitelijke en faire' behandeling die de Tweede Wereldoorlog hier in de geschiedenisboeken krijgt. Maar tijdens excursie met klas 3D naar het Anne Frankhuis voelde hij zich als Duitser toch niet helemaal op zijn gemak, moet hij erkennen.

Als Franz (11), Sven (13) en Mathias (12) - in het Nederlands - over de verschillen tussen hun land en Nederland praten komt allereerst de hagelslag ter sprake die elke morgen bij hun gastgezin op de ontbijttafel staat. Ook de Cola-automaat in de hal van Bernrode vinden ze 'super', want op hun eigen school kunnen ze alleen melk en chocolade krijgen. En ja, de schooldagen zijn wel lang, er moet hard gewerkt worden. 'Maar de kinderen zijn richtig nett en de kurs is heel gut', vindt Franz. Als hij het lokaal uitloopt zwaait hij nog even en roept vrolijk: 'houdoe'.