Kok: vrijheid is thans belangrijker dan bevrijding

BONN, 27 APRIL. Minister-president Wim Kok heeft er “nooit” aan gedacht om kanselier Helmut Kohl of de Duitse bondspresident dit jaar uit te nodigen voor het Nederlandse bevrijdingsfeest op 5 mei. De “korte verwarring” daarover vorig najaar moet worden toegeschreven aan een suggestie in die richting van prins Bernhard, vorig najaar. Aldus Kok in een vandaag verschenen interview met het Duitse weekblad Die Zeit.

De minister-president zegt dat hij “zonder twijfel” wèl een uitnodiging van Kohl zou hebben aangenomen om op 8 mei in Berlijn aanwezig te zijn bij de Duitse herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog, vijftig jaar geleden. Daarmee maakt Kok een einde aan speculaties als zou Nederland behoren tot de landen die per se niet naar Berlijn hadden willen komen. Bezwaren uit door de Duitsers in de oorlog bezette landen waren voor kanselier Kohl reden geweest om naast de Grote Vier (geallieerden) uit de oorlog dan maar helemaal geen vertegenwoordigers uit andere staten, bijvoorbeeld de Poolse president Lech Walensa, te vragen.

Maar voor zo'n uitnodiging aan Den Haag eventueel aan de orde had kunnen komen had de premier vorige herfst, tijdens een kort kennismakingsbezoek in Bonn, de kanselier al duidelijk gemaakt dat hij op 8 mei niet vrij zou zijn omdat de Nederlandse regering dan een symposium over de omgang met het verleden organiseert. Aan dat symposium nemen de Koningin en buitenlandse, ook Duitse, sprekers deel. Wat Kok betreft moet dat symposium niet alleen over de rol van Duitsland in het verleden gaan, maar moet ook Nederland zelf “met een open oog” naar zijn vroegere rol kijken. En dat dan liever niet “volgens zwart-witsjablonen - wij waren de goeden, de anderen de slechten”.

Volgens de premier mag niet worden vergeten “dat destijds ook veel Hollanders hun plichten op het stuk van de medemenselijkheid niet nakwamen, en dat ook ettelijke Duitsers, net als Hollanders, onder de nazi's hebben geleden”. Kok zegt “niet trots” te zijn op de manier waarop “enige langenoten” zich jegens “de Duitsers” gedragen. Gevraagd of hij ook vindt dat Nederlanders met het beeld van “de lelijke Duitser” hun eigen aandacht afleiden van Nederlandse fouten tijdens de bezetting, antwoordt de premier: “Dat ben ik met u eens. Ik kan geen rechter spelen, maar het is volkomen duidelijk dat de almacht van de Duitsers door sommige Hollanders ook vandaag nog wordt gezien als een excuus, als een alibi voor het eigen nietsdoen.”

In het interview - kop: “Wat betekent dat: verzoenen?” - zegt Kok dat men vandaag niet alleen moet terugzien op de confrontatie van Nederlanders en Duitsers van vijftig jaar geleden. Een halve eeuw later moeten vrijheid, democratie, tolerantie en de toekomst belangrijker zijn dan alleen de herinnering aan de bevrijding van de Duitse bezetting. “Meer dan de bevrijding moet ons de vrijheid interesseren.”

Kok erkent in het interview dat het beeld van Nederland als tolerant land wel enige schade heeft opgelopen. De grote aantallen asielzoekers en illegalen “wekken ook bij ons een gevoel van angst bij veel mensen. (...) Dan heet het al snel: de boot is vol, de grenzen moeten dicht, gooi ze eruit! Daarmee zijn we dan dicht in de buurt van wat tot de oorsprong van het nationaal-socialisme behoorde. Daar precies ligt onze taak: We moeten eindelijk, vijftig jaar na de oorlog, de lessen van het verleden leren. (...) Het zaad van de intolerantie komt weer op - in Duitsland, in Frankrijk, maar ook bij ons, in Nederland. Op dat gebied bestaan er geen verschillen”, waarschuwt Kok.