Inval Brussel bij fabrikanten krantenpapier

BRUSSEL/AMSTERDAM, 27 APRIL. De Europese Commissie heeft een onderzoek ingesteld naar de scherpe prijsstijging van krantenpapier. Het vermoeden bestaat dat een groot aantal fabrikanten onderling afspraken heeft gemaakt, die in strijd zijn met het beginsel van vrije concurrentie.

Europees commissaris K. van Miert (mededinging) maakte dat gisteren bekend. De Commissie heeft, in nauwe samenwerking met de nationale autoriteiten, op dinsdagochtend invallen gedaan bij een veertigtal bedrijven, gevestigd in totaal zeven lidstaten. Het betreft producenten uit Duitsland, Frankrijk, Italië, Groot-Brittannië, Zweden, Finland en Oostenrijk. Bij een dochteronderneming van het Nederlandse concern KNP BT (papier, verpakkingen, grafische systemen) in Oostenrijk is ook een inval gedaan.

Het onderzoek is volgens commissaris Van Miert ingesteld na aanleiding van een aantal klachten van verschillende regeringen en van dagbladuitgevers over een verdachte prijsontwikkeling. De prijzen van krantenpapier, die tussen 1990 en 1993 extreem laag waren, schoten begin dit jaar circa 25 procent omhoog. De papierprijs maakt 20 à 25 procent uit van de produktieprijs van kranten. Daardoor is sprake van een belangrijke invloed op de rentabiliteit van de dagbladuitgevers en kan zelfs de verscheidenheid en de onafhankelijkheid van de dagbladpers - die toch al structureel kampt met afnemende advertentie-inkomsten - in het geding komen, aldus de Commissie. De uitkomst van het onderzoek zal volgens de Commissie drie à zes maanden op zich laten wachten.

De Commissie richt zich in het bijzonder op de vraag of papierfabrikanten hun machines voor krantenpapier hebben omgesteld in machines voor duurderde soorten papier. Daardoor zou de capaciteit voor krantenpapier kunstmatig worden gereduceerd en komen de prijzen onder druk te staan.

Volgens directiesecretaris J.P.E. Barbas van KNP BT is daar “geen sprake van”. Hij kent twee voorbeelden van een dergelijke omstelling bij Scandinavische fabrikanten. Maar dat dit gecoördineerd, op grote schaal en om reden van capaciteitsreductie is gebeurd, acht Barbas onwaarschijnlijk.

De fabriek van KNP BT in Oostenrijk, die de Commissie heeft laten bezoeken, is onderdeel van de papierpoot van het concern, KNP Leykam. Deze fabriek heeft één machine met een jaarlijkse capaciteit van 100.000 ton krantenpapier.

Bij de enige in Nederland gevestigde producent van krantenpapier, Parenco in Renkum, is geen inval gedaan. Ook directiesecretaris T. Ellenbroek van Parenco, dat jaarlijks 400.000 ton produceert, ontkent dat er sprake is van een kartel: “We stellen zelfstandig de prijs vast.” Parenco is een dochteronderneming van het Duitse papierconcern Haindl, een van de grootste aanbieders op de Europese markt die wel op een bezoek van de Commissie kon rekenen.

Ellenbroek zegt de klacht van de uitgevers dat de prijzen te hard stijgen wel te begrijpen, maar vindt deze niet redelijk. Hij wijst erop dat gedurende de periode 1992-1994 de prijzen van krantenpapier op historische dieptepunten lagen. Debet daaraan was vooral een overcapaciteit in de industrie, gecombineerd met een dalende vraag. Nadat begin 1994 mondiaal de economie weer aantrok ontstond volgens Ellenbroek een omgekeerde beweging. De vraag naar krantenpapier loopt volgens hem nagenoeg parallel aan de conjunctuur: “Hoe meer advertenties, des te dikker de krant”. Naast de aantrekkende vraag werkt verder het explosief duurder worden van de belangrijkste grondstof voor krantenpapier, oud papier, prijsverhogingen in de hand.

De dagbladuitgevers in Europa hebben de afgelopen tijd herhaaldelijk geklaagd over de forse prijsstijging van krantenpapier.