IMF verscherpt toezicht 'probleemlanden'; Zwarte lijst gaat Camdessus veel te ver

WASHINGTON, 27 APRIL. De bij het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) aangesloten landen hebben gisteren ingestemd met een beperkte versterking van zijn toezichthoudende rol. Maar het fonds krijgt voorlopig geen extra financiële middelen om een crisis als in Mexico te bestrijden.

Volgens IMF-topman Michel Camdessus zal het strengere toezicht niet zover gaan dat een “zwarte lijst” van landen met problemen wordt opgesteld. Dat zou hen te gemakkelijk tot slachtoffer van speculanten kunnen maken. “We zijn er om landen te helpen, niet om ze met de vinger na te wijzen”, aldus de managing director na afloop van de halfjaarlijkse bijeenkomst van het Interim Comité van het IMF.

Zijn uitlatingen onderstreepten het dilemma van een organisatie als het IMF, die bestaat uit 179 soevereine landen. De slotverklaring van het Interim Comité, het beleidsbepalend orgaan waarin de ministers van financiën en bankpresidenten zitting hebben, draagt dan ook duidelijk het karakter van een compromis. De discussie over hervorming van het IMF was afgelopen maanden door de financiële crisis in Mexico in een stroomversnelling geraakt. In het Canadese Halifax wordt er tijdens de top van de zeven belangrijkste industrielanden (G7) verder over gepraat.

In de slotverklaring van het Interim Comité staan enkele concrete punten aangegeven waarop het toezicht wordt versterkt. Gesproken wordt van een “nauwe” dialoog met de lidstaten die een meer continu karakter krijgt. Het IMF wordt door het Interim Comité aangemoedigd “eerlijk” en “openhartig” te zijn met aanbevelingen over mogelijke risico's in het beleid. Verder moeten landen tijdig en regelmatig economische gegevens aan het fonds verstrekken, waardoor in een vroegtijdig stadium eventuele noodsituaties kunnen worden gesignaleerd. Aan de staf van het IMF is gevraagd standaarden op te stellen, waaraan gegevens van lidstaten moeten voldoen. Landen die in gebreke blijven, kunnen op technische bijstand rekenen.

Het Interim Comité onderstreept de risico's in landen die teveel op kapitaalimport steunen. Het IMF moet daarom meer aandacht schenken aan het financiële beleid van de aangesloten landen en de gezondheid van financiële sectoren in het toezicht betrekken. Verder zou het toezicht zich moeten toespitsen op landen waar onevenwichtigheden in de economie of het beleid grote gevolgen kunnen hebben voor andere landen. De Britse minister Clarke had het over 30 à 40 landen.

Met name de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en ook Nederland hadden verdergaande voorstellen voor toezichtverscherping gedaan. Zo wilden de Amerikaanse minister Rubin en zijn collega Clarke dat het IMF een lijst publiceert van landen die aan bepaalde standaarden voor gegevensverstrekking voldoen. Rubin sprak van een “rode vlag” voor landen die niet de nodige gegevens op tafel leggen. Indien ze meermalen in gebreke blijven, zou dat consequenties moeten hebben voor de mogelijkheden bij het fonds te lenen. Hij voegde er overigens aan toe dat het IMF zich niet moet ontwikkelen tot een organisatie die ratings geeft zoals in de particuliere sector.

Voor de Nederlandse gedachte om de stafrapporten openbaar te maken die het IMF jaarlijks over elke lidstaat opstelt, was in het Interim Comité weinig steun. Voor zo'n stap, die wijziging van de IMF-artikelen vergt, is een meerderheid van 85 procent vereist. Niet alleen ontwikkelingslanden verzetten zich ertegen, ook een aantal Europese landen voelt er weinig voor. Daaronder zijn onder meer de Scandinavische landen. Zij vrezen kritiek op hun omvangrijke publieke uitgaven. Bovendien menen zij met nog een aantal landen dat publicatie van het stafrapport ten koste gaat van de kwaliteit van de dialoog tussen IMF en betrokken lidstaat.

Thesaurier-generaal Brouwer, die de afwezige minister Zalm verving, meende dat een strenger toezicht van het IMF vooral tot uiting zal komen in een grotere “alertheid” en een andere “cultuur” bij het fonds. Bovendien zal de staf van het fonds bij de beoordeling van landen vaker deskundigen van buiten betrekken.

In de slotverklaring wordt benadrukt dat de versterking van het toezicht op “symmetrische wijze” zal plaatsvinden. Ontwikkelingslanden hadden hierop aangedrongen, omdat zij vrezen dat vooral landen die IMF-kredieten ontvangen en veel minder de rijke industrielanden op een hardere aanpak van het IMF moeten rekenen.

In het Interim Comité is uitvoerig gesproken over de wijze waarop het fonds lidstaten kan bijstaan die met een plotselinge crisis te maken krijgen. Het dagelijks bestuur van het IMF is gevraagd in nauwe samenwerking met andere instellingen verder onderzoek te doen naar “alle relevante” kwesties. IMF-Managing directeur Camdessus zei in een toelichting dat onder meer zal worden gekeken naar een rol voor het IMF bij het treffen van een schuldenregeling voor een land dat in acute liquiditeitsproblemen raakt. Een dergelijke rol van 'curator' levert volgens deskundigen de nodige problemen op, omdat voor soevereine landen nu eenmaal geen faillissementsrecht kan gelden. Bovendien is het IMF zelf ook kredietverlener.

Ook een eventuele uitbreiding van de financiële middelen van het IMF zal eerst aan een grondige studie worden onderworpen. Er was te weinig eensgezindheid om nu al besluiten te nemen. Volgens IMF-topman Camdessus is op dit moment voldoende aan liquide middelen beschikbaar om een eventuele nieuwe 'Mexico-crisis' op te vangen.

In de eerste plaats zijn er de quota, de verplichte stortingen van elke lidstaat naar draagkracht, waarvan nog zo'n 80 miljard dollar op de plank ligt. Ter vergelijking: het hulppakket voor Mexico omvat 50 miljard dollar, waarvan het IMF bijna 18 miljard voor zijn rekening neemt.

Pag.20: Hulppakket Mexico volgens IMF-topman Camdessus effectief

Bovendien is er sinds 1962 nog het Algemene Leningenarrangement (GAB in Engelse afkorting), waarmee industrielanden elkaar onderling kunnen steunen. Volgens dit arrangement kan het IMF zonodig 28 miljard dollar lenen van de tien belangrijkste industrielanden, waaronder Nederland en Saoedi-Arabië. In het verleden is er negen keer een beroep op gedaan. De VS wilden al op korte termijn de mogelijkheid scheppen voor extra geld. Minister Rubin had gisteren gesuggereerd het GAB aan te passen en met andere landen uit te breiden.

Camdessus onderstreepte dat het IMF in staat is snel geld te mobiliseren. “Indien nodig door het GAB te activeren of door bilaterale leningenovereenkomsten. Of zelfs via de markt, al is voor het laatste niet veel steun.” De aangekondigde studie omvat alle financieringsbronnen, waarover het IMF volgens de eigen artikelen kan beschikken. Camdessus had de crisis in Mexico willen aangrijpen om op een snelle verhoging van de quota aan te dringen. Dat past in het streven van Camdessus de positie van het IMF als financiële instelling te profileren. Maar de meeste landen voelen er weinig voor haast te maken, omdat het hun geld kost en het fonds nog zeker tot eind volgend jaar vooruit kan. De laatste verhoging van de quota (met 50 procent) had plaats in 1992. Volgens de IMF-artikelen moet elke vijf jaar de noodzaak van een quotawijziging worden bezien.

In de studie zal ook aandacht worden besteed aan eventuele uitbreiding van de speciale trekkingsrechten (sdr's), het 'papiergoud' van het IMF. Het lijkt vooral een compromisformulie om het gezicht van de managing director te redden. De rijke landen voelen niets voor uitbreiding van de sdr's, omdat er volgens hen geen behoefte is aan een dergelijke liquiditeitscreatie. De kwestie leidde vorig jaar op de jaarvergadering in Madrid tot een harde botsing met de ontwikkelingslanden.

Eensgezindheid was er gisteren wel over de “wenselijkheid” de speciale leningsfaciliteit voor de armste landen (ESAF) voort te zetten. Volgens Camdessus zal ESAF zich over acht jaar zelf in stand kunnen houden, een gevolg van het goede terugbetalingsgedrag van de debiteuren. Tot die tijd moet er nog wel financiering komen voor het gesubsidieerde rentedeel van de zachte leningen. Enkele landen, waaronder de VS, Groot-Brittannië en Nederland, hebben gesuggereerd hiervoor een klein deel van het goudbezit van het IMF te verkopen.

Camdessus is er nooit de man naar geweest bij nederlagen stil te staan. De 'bloedneus' die hij vorig jaar in Madrid opliep met zijn sdr-voorstel lijkt al weer vergeten. Ook gisteren telde de IMF-topman slechts zijn zegeningen. Het omvangrijke hulppakket voor Mexico had de VS en Europa enkele maanden geleden verdeeld, omdat de Europeanen zich door de Amerikanen voor het blok gezet voelden, maar nu constateerde Camdessus met een verwijzing naar de slotverklaring van het Interim Comité triomfantelijk dat ook Europa inmiddels inziet dat 'Mexico' niet als een regionale crisis kon worden beschouwd. De IMF-topman voegde eraan toe dat gezien de recente gunstige cijfers het hulppakket goed heeft gewerkt.