'HSL kan veel goedkoper over bestaand tracé'

DEN HAAG, 27 APRIL. De hogesnelheidstrein kan goedkoper over bestaand spoor van Rotterdam naar Schiphol dan tot nog toe werd verondersteld.

Dit stellen onderzoekers van de vakgroep infrastructuur van de TU Delft in een vandaag verschenen rapport. Dit rapport is een vervolg op een eerdere studie van medewerkers van de vakgroep over het hogesnelheidstreinverkeer over bestaand spoor. Net als in die studie is dit onderzoek verricht in opdracht van de gemeenten Den Haag en Delft, en van de Haagse Kamer van Koophandel.

Verschil met het vorige onderzoek studie is dat de onderzoekers toen nog uitgingen van de noodzaak van een grotendeels zessporig traject. De kosten daarvan zouden 3,3 miljard gulden bedragen. Dat is aanzienlijk duurder dan de 2,6 miljard die de voorkeursvariant van het kabinet moet kosten. Die voorkeursvariant gaat vanaf Rotterdam door het Groene Hart. In deze vervolgstudie komen de onderzoekers tot de conclusie dat het tracé grotendeels viersporig kan blijven. Hierdoor blijven de kosten beperkt tot 2,8 miljard gulden. Overigens is hierbij inbegrepen een viersporige tunnel in Delft. Uitbreiding van de twee huidige sporen in Delft zou op langere termijn waarschijnlijk toch nodig zijn, redeneren de onderzoekers, dus bij de 2,6 miljard voor de voorkeursvariant van het kabinet moet je eigenlijk de kosten van een tunnel in Delft optellen om ze goed te kunnen vergelijken.

De beperking tot vier sporen, en daarmee de kostenbesparing, is mogelijk doordat de onderzoekers uitgaan van lagere ramingen voor het aantal reizigers. Dit in navolging van de Nederlandse Spoorwegen, die ook hun ramingen hebben verlaagd.

Het ministerie van verkeer en waterstaat heeft steeds gesteld dat de hogesnelheidstrein over bestaand spoor ten noorden van Rotterdam weliswaar mogelijk is, maar dat dan op langere termijn knelpunten in de dienstregeling ontstaan. De onderzoekers stellen dat de capaciteit door enkele aanvullende maatregelen drastisch kan worden vergroot: verhoging van de bovenleidingspanning van 1.500 naar 25.000 volt (voordeel: meer vermogen beschikbaar, dus treinen kunnen dichter op elkaar rijden en sneller optrekken), lichter en korter, metro-achtig stoptreinmaterieel en een nieuw beveiligingssysteem.