Hoe de Walpurgisnacht de lente brengt; Heksenfeest in de Harz

Met tienduizenden komen de Walpurgisfans op 30 april naar de berg de Brocken in het voormalig Oost-Duitsland om er de heksensabbat te vieren. Een oud Germaans feest dat het voorjaar inluidt.

Wie het heksenfeest in de Harz wil bijwonen, moet vooral stevige schoenen aantrekken en warme (regen-)kleding meenemen, want de Brocken is hard voor zijn bezoekers. Driehonderd dagen per jaar is hij gehuld in nevelen en dikke wolken en er waait vaak een ijskoude straffe wind.

Het stadje Schierke, waar de milieubewuste duivels en heksen tegenwoordig feesten om de Brocken ecologisch te ontzien, kan de toeloop nauwelijks meer aan. Verleden jaar kwamen er zo'n 30.000 feestvierders aangereisd en de tendens is stijgend.

De Brockenbahn rijdt, als het weer het toelaat, vijf maal per dag van Wernigerode via Drei Annen Hohne en Schierke naar station Brocken en terug. Een enkele reis Wernigerode-Brocken kost ca. 18 DM pp, retour 36 DM. Informatie over de reis naar Wernigerode is verkrijgbaar bij de NS-loketten Internationaal op de grotere stations, bij reisbureaus en telefonisch 06-9296.

Hoessa!' - gieren de nieuwkomers, 'Hoessa-hoe!' galmt het veelstemmig terug ter ere van de baarlijke duivel, want Guten Abend, dat zeg je niet in de nacht van 30 april op de Brocken. Dit is de nacht van de heksensabbat. Waarom hier en waarom die datum? Volgens de legende wordt het huwelijk van de Germaanse oppergod Wodan met Freya, de godin van de liefde, gevierd bij het begin van de lente, in de nacht voor 1 mei. In oude tijden kwamen vanuit alle hemelrichtingen heidense goden aangestormd op vurige paarden met wapperende manen. Uit de neusgaten van de rijdieren druppelde schuim op de weiden van de Brocken zodat het gras sappig en overvloedig groeide. Dit feest zou sindsdien jaarlijks op de Brocken gevierd worden om de vruchtbaarheid te waarborgen. Een traditie die tot op de dag van vandaag standhoudt.

Telkens nieuwe feestvierders voegen zich bij de menigte en banen zich een weg naar het zengende vuur in het midden waarvan de rode gloed de gezichten flakkerend verlicht. Enkelen houden poppen vast: oude vrouwen met kromme neuzen, soms gezeten op een bezem. Iemand roept: Flamme, empor! De poppen vliegen het vuur in dat nog hoger oplaait. Het gejuich stijgt uit boven de knetterende vlammen die zich gulzig sluiten rond hun prooi. “De heks is dood!” roept de een, “nee, de winter!” corrigeert een betweter.

Hoe oud is dit 'feest'? In de moderne tijd vierden de eerste 'goddelozen' in 1889 de heksensabbat op de Brocken. 'Voor herhaling vatbaar', luidde jaar na jaar het unanieme oordeel van geestdriftige deelnemers. In 1892 was de Walpurgisnacht - genoemd naar de heilige Walpurgis, de beschermster tegen heidense goden en demonen - uitgegroeid tot een openbaar evenement. De voorzichtige kastelein van het Brockenrestaurant had eerst zijn medewerking geweigerd, maar draaide snel bij: het Walpurgisfeest zorgde voor een enorme omzet. Vanaf 1901 moest de spoorwegmaatschappij Nordhausen-Wernigerode extra treinen inzetten naar de Brocken. Een uitbundig feest met veel Wein, Weib und Gesang, declamaties van Goethe en/of zelfgemaakte 'duivelsverzen' en dansen van gekostumeerde hobbyheksen en would-be-duivels. Om twaalf uur beklom de Opperlucifer de duivelskansel en hield zijn duivelsspeech, die echter al gauw werd afgelost door liederen met een meer actuele boodschap zoals Der Mai ist gekommen.

Meteen in 1945 - de oorlog had de viering enkele jaren onmogelijk gemaakt - pakten de Walpurgisfans de draad weer op. Maar niet voor lang. Na de bouw van de Muur in 1961 werd de Brocken afgezet met beton en prikkeldraad. In de dalen eromheen werden mijnenvelden aangelegd, en bloedhonden bewaakten de grens met West-Duitsland. Viering van de heksensabbat was in Sperrzone de Brocken niet meer mogelijk. Tot de Bundeswehr de muur op de Brocken afbrak. Eerder al waren de Russische militairen afgedropen.

“Nee hoor, de Russen waren juist erg aardig geweest,” zegt de beheerster van het plaatselijke museum. Ze vergastten de eerste bezoekers van de Brocken na de val van de Muur - op 3 december 1989 - op thee uit hun samowars. Die zijn nu, samen met uniformen, bommen, munitie en prikkeldraad, in het museum te bezichtigen, naast oude oorkonden en tekeningen van de Brocken - mét of zónder heksen.

De museumbeheerster gelooft niet in ouwe spoken. “Nee hoor,” houdt ze vol in weerwil van de oude heksenetsen, “alles komt door Goethe; de Walpurgisnacht-vierders hebben zich door hem laten inspireren.” Maar heeft Goethe, die het orgiastische heksenfeest in zijn 'Faust I' schildert, dan alles uit zijn duim gezogen?

In februari 1801 leende hij uit de hofbibliotheek van Weimar verschillende boeken over hekserij, waaronder het standaardwerk Blockesberges Verrichtung van Johann Praetorius uit 1669, met een beschrijving van de Walpurgisnacht: “Bijeenkomsten van demonen op verschillende plaatsen maar vooral op de Blocksberg [= Brocken, JQS]; daarheen komen naar men zegt alle heksen uit heel Duitsland als ze zich op bepaalde plaatsen hebben ingesmeerd in de nacht van 1 mei, voor een deel gedragen door hun minnaars, boze geesten die naar hen toe komen in de gedaante van een bok, varken, kalf of iets dergelijks; een ander deel vliegt erheen op bezems en stokken; en daar brengen ze de nacht door met hun minnaars, met wie ze spelen, schranzen, zuipen, dansen en zich op allerlei andere manieren amuseren.”

In Goethe's staccato: Die Hexen zu dem Brocken ziehn,/ Die Stoppel ist gelb, die Saat ist grün./ Dort sammelt sich der groe Hauf / Herr Urian sitzt oben auf./ ... Die Salbe gibt den Hexen Mut,/ Ein Lumpen ist zum Segel gut,/ Ein gutes Schiff ist jeder Trog;/ Der flieget nie, der heut nicht flog.

Waar had Praetorius trouwens zijn kennis over de heksen vandaan? Bronnen te over. Innocentius VIII, paus van 1484 tot 1492, had alarm geslagen met zijn 'heksenbul'. Talrijke mensen bedreven ontucht met de duivel, wist de paus. Ze doodden door heksenkunsten kinderen en dieren, vergiftigden de bronnen en vernietigden de oogst op het veld en de vruchten aan de bomen, ze dwarsboomden de huwelijkse bijslaap en de bevruchting.

Om die misdadigers en heiligschenners beter te kunnen bestrijden kregen de wereldlijke machthebbers hulp van de Inquisitie, en als theoretische steun de Malleus Maleficarum, de beruchte 'Heksenhamer', van de Dominicanen Jakob Sprenger en Heinrich Institoris. Om vooral geen heks te missen, riepen de beide monniken iedereen op alle verdachten bij justitie te melden. Ze drukten de rechters vragenlijsten in de hand en gaven morele ruggesteun aan de beulen die de slachtoffers moesten martelen. Voor het gemak gold een door zijn buren aangegeven slachtoffer meteen ook maar als ontmaskerd.

Loochenen wees alleen maar op verstoktheid in het kwaad dat omwille van het zieleheil van de zondaren zelf (man of vrouw, maar in de praktijk vooral vrouw) gebroken moest worden. In de Harz, met de Brocken als magneet voor allerlei demonische onverlaten, heeft de hysterie van de heksenjacht ook welig getierd.

Ter plekke begrijpt de toerist de angst van de middeleeuwer voor demonen in de donkere bossen en moerassen rond de berg. 'Natuur in oertoestand' belooft de reisgids. De wandelaar kan urenlang in het Nationale Park Hochharz zijn hart ophalen aan ruige schoonheid en de alpine bekoorlijkheid van de Brockengarten. Onder bepaalde atmosferische omstandigheden en met veel mazzel kan hij misschien zelfs een glimp van een Brockenspook opvangen.