En beflijsters

Vannacht viel er sneeuw - grote, natte vlokken in het schijnsel van het buitenlicht. Vanmorgen was het maar net boven nul; bergen en bossen waren helemaal opnieuw bepoederd. Op het ogenblik regen en mist.

Op deze manier zal het nog wel even duren voordat de boerenzwaluwen, die we gisteren beneden in het dal hebben gezien, in de buurt van het chalet beginnen te komen. Niet vanwege de afstand, maar vanwege de hoogte: ze waren pas 950 meter boven de zeespiegel (zijspiegel had ik haast geschreven en inderdaad, we zaten in de auto) en wij verblijven op ongeveer 1270.

Ondertussen miegelt het hierboven van de vogels die nóg weer veel hogerop moeten zijn. Waterpiepers, tapuiten en beflijsters schuimen de randen van smeltende sneeuwveldjes af. 's Zomers tref je deze soorten aan op wandelingen rond de 2000 meter. Nu maken ze duidelijk dat je dergelijke wandelingen wel uit je hoofd kunt zetten. Ik bedoel, als het mogelijk was om daar te zijn, zouden zij er zijn!

Mij persoonlijk kost het altijd grote moeite om de onbegaanbaarheid van sneeuw te accepteren. Maar hier is elke twijfel absurd. Zelfs de eenvoudigste routes zijn zwaar bedolven en liggen nog onder een spervuur van lawines. Deze onbegaanbaarheid is zo overweldigend dat je je van elke inspanningsverplichting ontslagen mag achten.

Toch hecht zich aan zo'n dag een sfeer van oponthoud.