De Grave: voor opknappen Amsterdam 150 mln nodig

AMSTERDAM, 27 APRIL. Amsterdam wil 150 miljoen gulden investeren in achterstallig onderhoud aan openbare voorzieningen. Dat stelt wethouder F. de Grave (financiën) voor aan het college van burgemeester en wethouders.

Van dat geld zouden de centrale stad, de stadsdelen en het rijk elk eenderde moeten bijdragen. De deelraden hadden vorig jaar een brandbrief gestuurd naar de centrale stad, dat er in de stad voor 500 miljoen aan achterstallig onderhoud ligt. Het gaat om een opknapbeurt voor onder meer bruggen, sportaccommodaties, straten en scholen.

De Grave ziet de financiële ruimte voor de investering omdat Amsterdam in goeden doen is. Sinds hij in 1990 wethouder werd, is de financiële reserve van Amsterdam opgelopen van min 50 miljoen gulden naar plus 70 miljoen voor dit jaar. Zelfs tegenvallers, zoals het mislukken van het werkgelegenheidsproject de Y-markt, konden volgens De Grave worden betaald uit de lopende rekening.

De in het college-akkoord van vorig jaar vastgelegde extra bezuinigingen à 14,5 miljoen gulden hoeven van De Grave in deze college-periode niet te worden uitgevoerd. Dat geld moet volgens hem worden geïnvesteerd in de toekomstige stadsprovincie. De andere bezuinigingen die waren afgesproken, worden gewoon doorgevoerd. Ook de omstreden bezuiniging van zes miljoen op de GG en GD.

Volgens De Grave kunnen de zestien stadsdelen hun aandeel van 50 miljoen best bijleggen. “Ze hoeven echt niet elk dubbeltje tien keer om te draaien.” Gezamenlijk beschikken de stadsdelen over zeker 200 miljoen gulden aan reserves, aldus De Grave.