Chemische industrie verwacht verdubbeling winst na slechte jaren

GOUDA, 27 APRIL. De chemische industrie in Nederland verwacht dit jaar haar winst bijna te kunnen verdubbelen ten opzichte van 1994. Vorig jaar werd 3,2 miljard gulden winst geboekt, terwijl de sector in 1993 nagenoeg quitte speelde. De omslag in 1994 kwam na een gestage daling van de winst in deze bedrijfstak, die vanaf 1988 werd ingezet. In dat jaar werd nog 7,5 miljard gulden winst gemaakt.

Dat heeft de voorzitter van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, ir. R.M.J. van der Meer gisteren bekendgemaakt. Hij verwacht dat de chemie zich vooralsnog voorspoedig blijft ontwikkelen.

Uit het jaarverslag over 1994 blijkt dat de omzet dit jaar naar verwachting uitkomt op 47 miljard gulden. De rendementen van de bedrijven zijn volgens Van der Meer overigens nog steeds veel te laag. Gerekend naar het geïnvesteerd vermogen van in totaal zo'n 70 miljard gulden is de winst te gering. Volgens de voorzitter kan pas bij een winstpercentage van minimaal vijftien ten opzichte van de investeringen van tevredenheid worden gesproken.

De verbetering van de resultaten in 1994 is onder meer een gevolg van exportgroei. Van de totale produktie van de Nederlandse chemische industrie is 97 procent bestemd voor export. Daarvan blijft 70 procent binnen de Europese Unie. Bij elkaar is de chemie goed voor twintig procent van onze totale export. Ook door omvangrijke afslankingsprogramma's gedurende de afgelopen jaren is er herstel ingetreden. Daardoor is de arbeidsproduktiviteit gestegen. Er werken nu 81.500 mensen in de chemische industrie. Drie jaar geleden waren dat er nog 85.000. Met de omzetgroei zal echter ook de werkgelegenheid weer stijgen, zo meent Van der Meer, al moet die dan worden gezocht in de dienstverlenende sector. Verwacht wordt dat de werkgelegenheid in de chemie zelf zich nu zal stabiliseren.

Met die 81.500 arbeidsplaatsen is de branche goed voor tien procent van de industriële werkgelegenheid en vijftien procent van de industriële produktie in Nederland.

Vorig jaar werd, evenals het jaar daarvoor 2,5 miljard uitgetrokken voor investeringen, dat is een kwart van het totaal aan industrële investeringen in Nederland. Verwacht wordt dat dit jaar nog 25 procent meer wordt geïnvesteerd dan vorig jaar.

De VNCI en de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging zullen binnenkort plannen aan minister Wijers (economische zaken) voorleggen om te komen tot een chemisch topinstituut. De bewindsman heeft eerder te kennen gegeven twee tot vijf van dergelijke instituten in Nederland te willen vestigen. Van der Meer meent dat een dergelijk instituut voor de chemie zich moet kunnen meten met het Max Planckinstituut in Duitsland en het Institut Pasteur in Frankrijk. De instelling zou aan rond 250 vooraanstaande chemici werk moeten gaan bieden. De overheid moet dit initiatief financieren. Daarvoor is een bedrag van rond 100 miljoen nodig. Als het eenmaal functioneert, zo verwacht Van der Meer, zullen de vestigingen van chemische bedrijven in Nederland er jaarlijks voor een dergelijk bedrag aan onderzoeksopdrachten aan uitbesteden, waarmee de 'running costs' worden gedekt. Van der Meer verwacht nog voor de zomer een positief antwoord van de minister. Het instituut is hard nodig, zo zegt hij, omdat de technologische voorsprong van Nederland de voorbije jaren snel is afgenomen.