Brits fonds koopt met geld loterij archief Churchill

LONDEN, 27 APRIL. Een Brits nationaal fonds heeft met geld van de nationale loterij het archief van voormalig premier Winston Churchill gekocht. De Labour-partij heeft onmiddellijk om een onafhankelijk onderzoek naar de aankoop gevraagd. Volgens Labour waren veel geschriften al bezit van de Britse natie.

Het Churchill-archief, ook wel de Chartwell-geschriften genoemd naar het huis van de Britse politicus, bevat anderhalf miljoenen documenten. Het omvat kinderbrieven vol heimwee aan zijn moeder tot afschriften van zijn legendarische oorlogstoespraken. De verzameling beslaat de periode tot 27 juli 1945 en was tot dusverre niet voor het publiek toegankelijk. De na-oorlogse geschriften van Churchill waren al door zijn echtgenote Lady Spencer-Churchill aan het Churchill College in Cambridge geschonken, waar beide collecties zullen worden geconserveerd en tentoongesteld.

Met de aankoop is een bedrag gemoeid van 12,5 miljoen pond, circa 33 miljoen gulden. Het is afkomstig uit de nationale loterij die vorig jaar werd ingesteld. Het fonds voor het behoud van het 'nationale erfgoed', dat het archief heeft gekocht, is een van de vijf fondsen aan wie het geld van de loterij ten goede komt. De opbrengst van de aankoop van het archief komt ten goede aan de familie Churchill, van wie Winston Churchills gelijknamige kleinzoon - parlementslid voor de Conservatieven - de belangrijkste erfgenaam is.

De Chartwell-geschriften waren jarenlang het onderwerp van venijnige touwtrekkerij tussen de centrale overheid en de Churchill Trust die het archief beheert. De regering heeft steeds verklaard dat een deel van de documenten staatseigendom is. Maar volgens de minister voor nationaal erfgoed Stephen Dorrell had dat conflict nog jaren kunnen slepen en bestond intussen het gevaar dat het archief in delen zou worden verkocht. Met die mogelijkheid had de Churchill Trust gedreigd.

Dr. John Charmley, schrijver van een controversiële biografie over de oud-premier, sprak er gisteren zijn verontwaardiging over uit dat de “afzetterspraktijken van de familie Churchill hadden gewerkt”. Maar Lord Rotschild, voorzitter van het Britse fonds voor behoud van nationaal erfgoed, zei dat de Churchill-familie op de vrije markt een veel hoger bedrag voor de documenten had kunnen krijgen. Hij zei dat de Chartwell-geschriften voor Groot-Brittannië net zo belangrijk zijn als de Onafhankelijkheidsverklaring voor het Amerikaanse volk.