Bejaarde acteurs in voorstelling Oud

Bejaarde en hoogbejaarde toneelspelers bezetten de rollen in Koos Terpstra's voorstelling Oud. “Het is niet prettig om steeds dat contrast tussen lichaam en geest te ervaren.” Een ontmoeting met Jaap Hoogstra, Greet Groot en Georgette Reyevsky.

Oud is dagelijks (behalve 's zaterdags, 's maandags, 30 april en 5 mei) te zien in Theater Bellevue, Amsterdam, aanvang 12 uur 30.

“Iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn”, zegt een acteur in de lunchvoorstelling Oud. Terwijl buiten bootjes vol uitgelaten jongeren voorbijvaren, kijken binnen, in het Amsterdamse Theater Bellevue, vier grijsharigen stil de zaal in. Vanaf een heel smal podium dat als een eilandje in de ruimte ligt, sturen ze een bericht uit een andere wereld. De teksten voor Oud, opgetekend door regisseur Koos Terpstra, zijn vooral gebaseerd op persoonlijke herinneringen van de vertolkers over hun leven aan het toneel.

Aan het eind van de verstilde, bewust wat trage voorstelling, als de scripts zijn dichtgeklapt en de zaal langzaam leegstroomt, blijven die vertolkers roerloos op het podium zitten.

Ze zitten er drie kwartier later voor het vraaggesprek nog: Georgette Reyevsky (85); Jaap Hoogstra (80) en Greet Groot (76). Alleen de jongste, de 65-jarige Jurg Molenaar, is vertrokken. Jaap Hoogstra en Georgette Reyevsky zijn aan de Amsterdamse Toneelschool spraakleraren geweest van Greet Groot, die daar vijfenveertig jaar geleden eindexamen deed. Georgette Reyevsky debuteerde in 1932 in een revue. Meer dan achthonderd keer speelde ze Mrs. Higgins in de Nederlandse oerversie van de musical My Fair Lady waarin Wim Sonneveld haar zoon was. Greet Groot werkte bij Puck, bij Toneelgroep Centrum en bij Theater '80, een voorloper van het gezelschap Persona. Jaap Hoogstra was medeoprichter van Toneelgroep Studio. Hij speelde bij de Nederlandse Comedie, bij Baal en Hauser Orkater. Drie jaar geleden baarde hij opzien in Becketts Een stuk monoloog, als stervende oude man.

In Oud zegt eén van u: 'Oud zijn is dat de dingen langer duren'.

Georgette Reyevsky: “En dat is helemaal niet leuk. Het is heel moeilijk om je steeds aan te passen ... aan jezelf, aan het feit dat je tot steeds minder in staat bent.” Greet Groot: “Thee brengen als je visite hebt, duurt een eeuwigheid.”

Heeft oud zijn dan helemaal geen prettige kanten? Niets meer hoeven: dat is toch heerlijk?

Jaap Hoogsta: “Je meent een zekere vitaliteit te bezitten, maar je spiegelbeeld biedt een ontluisterende aanblik. Zo prettig is het niet om steeds dat contrast tussen lichaam en geest te ervaren. Je bent niet meer voor elke rol bruikbaar en dat is bitter. En dan heb ik nog geluk dat ik een man ben, want er zijn veel meer rollen voor oude mannen geschreven dan voor oude vrouwen.” Greet Groot: “Ik zou nog zo graag Antigone willen spelen of Elektra, maar zulke rollen zijn onmogelijk voor een vrouw van mijn leeftijd. Het ziet er gewoon níet uit.”

Moeten jonge acteurs dan per se jongeren spelen en oude acteurs ouderen?

Greet Groot: “Je kunt jonge acteurs oud maken maar oude acteurs jong maken, acceptabel jong, dat gaat niet.”

Was het vak van toneelspeler vroeger hoogstaander dan nu?

Jaap Hoogstra: “Vroeger had je als aankomend acteur meer kansen omdat je nog niet met zovelen was. Maar je familie ging met je beroepskeuze zelden akkoord.” Georgette Reyevsky: “Toen ik opbiechtte dat ik bij het toneel wilde zeiden mijn ouders: 'Die kermisklanten komen nooit in dit huis.' Dat was in 1929.”

Wat is er veranderd aan de manier van spelen?

Jaap Hoogstra: “Het souffleursvak is bijna helemaal verdwenen.” Georgette Reyevsky: “Theo Mann-Bouwmeester kreeg pas op de ochtend van de voorstelling het laatste bedrijf van een stuk te lezen. Daar gooide ze dan wat zware gevoelens tegenaan. Later kreeg je als tegenwicht het psychologisch uiteenrafelen van karakters. En op dit ogenblik kijken theatermakers vooral naar eerlijkheid, naar echtheid. Ze willen de tekst zo zuiver mogelijk brengen, met zo min mogelijk franje.” Greet Groot: “Tegenwoordig is het: hakken, hakken, hakken. Kappen, kaalslag.”

Is het zwaar om deze voorstelling te doen?

Greet Groot: “Helemaal niet. Ik moet er alleen een heel eind voor reizen.” Georgette Reyevsky: “Nee, 't is fijn. Want het blijft interessant: het zoeken naar dat wat mensen beweegt. Het zoeken is haast nog fijner dan het spelen zelf.” Stilte. En dan, voorzichtig: “Als dit beroep ergens aan verwant is, dan aan dat van doktoren. Doktoren geven iets aan mensen en als acteur verbeeld je je ook weleens dat je iets geeft.”