Zuid-Afrika is een gewoner land geworden

JOHANNESBURG, 26 APRIL. Met enige borstklopperij vieren de politieke leiders van Zuid-Afrika deze dagen het succes van een jaar democratie. Aan de vooravond van Vrijheidsdag - een jaar na de officiële eerste dag van de algemene verkiezingen van 27 april 1994 (26 april mochten zieken en bejaarden al stemmen) - trokken president Mandela en vice-president De Klerk van spreekgestoelte naar persbijeenkomst om de public relations van het nieuwe Zuid-Afrika te behartigen. Ontbijt met Mandela en diner met De Klerk op één dag - alles was deze week mogelijk voor de buitenlandse pers.

Het feit dat Zuid-Afrika herdenkingen nodig heeft om internationaal weer eens de aandacht op zich te vestigen, is misschien de grootste winst die de regering van nationale eenheid heeft geboekt. Zuid-Afrika is een gewoner land geworden. De dreiging van een grote raciale explosie is verdwenen. Het land moet met een gematigd economisch beleid wedijveren op de wereldmarkt. De titel 'regenboogvolk' is hooguit een sympathiek extraatje.

De statistieken van nieuwe huizen, banen en klinieken mogen nog niet imposant zijn, Zuid-Afrika kan volgens president Mandela trots zijn op de stabiliteit die in een jaar tijd is gerealiseerd. Waar de meerderheid van de Zuidafrikanen er voorheen op uit was de staat omver te werpen, heeft nu in brede lagen van de bevolking het natie-idee wortel geschoten. “Er is een nieuwe Zuidafrikaanse beschaving in de maak”, meent president Mandela. En ook de leider van de Nationale Partij, F.W. de Klerk, die een stap terug moest doen naar de anonimiteit van het vice-presidentschap, meent dat Zuid-Afrika “terecht blij mag zijn met de vooruitgang die wij hebben geboekt”.

De dissonant in de 'Viva Wijzelf'-campagne was, zoals vaker, Mangosuthu Buthelezi. De leider van de Inkatha Vrijheids Partij, de derde partner in de 'grote coalitie' die het land regeert, viel dit weekeinde terug in de Zuidafrikaanse politiek-oude-stijl. De minister van binnenlandse zaken wordt met de dag bozer over het feit dat het ANC en de Nationale Partij hun belofte van internationale bemiddeling over de nieuwe grondwet niet nakomen. Buthelezi riep zijn Zoeloe-aanhangers op “in opstand te komen” tegen de regering waarvan hijzelf deel uitmaakt. Zoeloes moeten volgens Buthelezi bereid zijn “te sterven” voor zelfstandigheid en de vrijheid van de provincie KwaZulu/Natal, waar Inkatha regeert.

De rest van Zuid-Afrika gaat Vrijheidsdag vieren met toespraken, feesten en evenementen, Inkatha houdt een protestmars in Durban. Die leidde in het verleden vaak tot geweld. President Mandela verklaarde dat hij niet zal buigen voor 'afpersing'. Het herinnert de Zuidafrikanen eraan dat te veel euforie voorbarig is. Het kernconflict van autonomie voor de provincies - een federaal bestel of niet - zweeft nog steeds boven de fragiele consensus-democratie. “Het feit blijft dat dit een kwetsbare en potentieel explosieve samenleving is”, waarschuwde De Klerk.

Voor even worden de problemen van Zuid-Afrika - de werkloosheid, de enorm hoge criminaliteit, de crisis in het onderwijs, de groei van de aids-epidemie - niet te scherp belicht. De regering belooft dat de fase van voorbereiding nu voorbij is, het komend jaar zullen de verbeteringen zichtbaar worden. Mandela en De Klerk wezen op de toegenomen economische groei en het vertrouwen dat binnen- en buitenlandse investeerders beginnen te tonen, maar het belangrijkste pluspunt is de groeiende harmonie tussen de bevolkingsgroepen. Het is soms verbijsterend te zien met welke enthousiasme Afrikaners die 46 jaar in de apartheid hebben geloofd, zich aansluiten bij de nieuwe orde. De eerste borstbeelden van president Mandela zijn onthuld in conservatieve blanke gemeenten. “Dit is moeilijk te bevatten, zelfs voor mijzelf”, gaf Mandela toe.

Veel van het goede nieuws is toe te schrijven aan de president zèlf. Hij is het symbool geworden van de nationale verzoening en stelt minderheden keer op keer gerust. Blanken lopen met hem weg en vragen zich af waarom Mandela niet dertig jaar eerder aan de macht is gekomen. “Wat zou ons land er dan beter hebben uitgezien”, verzuchtte onlangs een blanke boer, die altijd op de Nationale Partij had gestemd. Mandela is voor Zuidafrikanen meer dan een president geworden: hij is de oppersmid van de nationale eenheid. “Hij heeft staatsmanschap getoond door heel sterk telkens naar een consensus te zoeken”, oordeelde zijn voorganger De Klerk.

De president gedraagt zich volledig ontspannen in zijn nieuwe rol. Hij lijkt wel het morele geweten van de hele wereld. Deze week werd hij tijdens een persconferentie gevraagd om suggesties voor een oplossing van het Ierse conflict en de toekomst van de relatie tussen China en Taiwan. Een vraag over de Betuwelijn had hier niet misstaan. Het buitenlandse perscorps is een fanclub geworden. Na afloop stormden journalisten op Mandela af met een exemplaar van zijn autobiografie. “Kunt u er bijschrijven: 'Voor je 40ste verjaardag' ”, vroeg iemand. Mandela zette welwillend in elk boek zijn handtekening en zei hoofdschuddend: “Ik begrijp niet waarom u zo'n boek leest. Such cheap stuff.”

De betekenis van één man voor de gemoedsrust van een heel volk heeft ook iets beangstigends. Mandela is bijna 77 en moet de natie geruststellen over zijn gezondheid. “Volgens mijn medische adviseurs ben ik fit voor mijn leeftijd. Op mijn leeftijd heeft een mens kwalen en ik heb ook terugslagen gekend. Maar ik voel me goed genoeg om Mike Tyson uit te dagen”, zei de oud-bokser Mandela in een ideale CNN-quote. Na deze ambtsperiode van vijf jaar gaat hij met pensioen. “Als 81-jarige kun je geen president zijn van een land als Zuid-Afrika. Ik wil mij terugtrekken en genieten van mijn kleinkinderen. Dat is mijn ambitie.”