Volleybalteam door blessures zonder spelverdeler

WOERDEN, 26 APRIL. Volleybalbondscoach Joop Alberda gaf in februari de namen van drie spelverdelers op aan de organisatie van de World League. Maar nog geen maand voor de start van het evenement zijn alle drie spelers geblesseerd. Peter Blangé, de aanvoerder van Oranje, heeft een vergroeiing aan zijn enkel en moet mogelijk worden geopereerd, Misha Latuhihin sukkelt met zijn knie en Jeroen Bijl is herstellende van een zweepslag. Alberda sprak gisteravond zijn vertrouwen uit in de leden van zijn medische staf. Hij verwacht dat zij in ieder geval één spelverdeler speelklaar zullen krijgen.

Als dat niet gebeurt zit de bondscoach met een enorm probleem. Vroeger telde de nationale selectie nog weleens een speler die ooit spelverdeler is geweest. Marko Klok bijvoorbeeld. Zo'n figuur is er nu niet. Niemand van de huidige groep valt snel om te scholen. Alberda zou ook nog dispensatie aan de organisatie kunnen vragen om een nieuwe spelverdeler op te roepen. Of dat lukt valt te betwijfelen. De bondscoach herinnerde zich gisteren alleen een geval waarbij een land (Zuid-Korea) toestemming kreeg een andere speler op te roepen toen er iemand uit de selectie was overleden.

Het is misschien een voordeel dat Alberda de machtige voorzitter van de FIVB, Ruben Acost, goed kent. De trainer zal de Mexicaan in geval van nood erop wijzen dat zijn team zonder een echte spelverdeler geen respectabel volleybal kan spelen. Zover is het echter nog niet. Daarom ook wilde Alberda niet ingaan op de vraag wie hij als vierde spelverdeler zou oproepen. Uiteraard werd in dat verband de naam van Avital Selinger genoemd. De befaamde oud-international riep afgelopen weekeinde, nadat hij met zijn club Alcom Capelle de nationale beker had gewonnen maar weer eens dat hij nog steeds beschikbaar is voor Oranje. Toch zal Alberda vrijwel zeker voor een jongere speler kiezen. Niettemin weigert hij te zeggen dat de interland-carrière van Selinger voorbij is. “Er kan in de wereld van alles gebeuren. Wat doe je als een auto met drie spelverdelers tegen een boom rijdt?”

De World League is dit jaar voor het Nederlands team ondergeschikt aan het Europees kampioenschap in september in Griekenland. Maar het echte einddoel is de Olympische Spelen in Atlanta. Met het oog op dat evenement krijgt een aantal internationals rust tijdens de World League. Ron Zwerver komt zelfs helemaal niet in actie. Blangé, Van der Goor en Grabert slechts gedeeltelijk. Desondanks acht Alberda zijn team niet kansloos om in de groep met Italië, Bulgarije en Griekenland bij de eerste twee te eindigen en de finale-ronde te bereiken. “We zijn in staat een meer dan goed niveau te halen”, is de overtuiging van de coach.

Door de steun van de Krasloterij, NOC-NSF en de extra bijdrage van de leden van de volleybalbond beschikt Alberda over voldoende geld, ongeveer 1,75 miljoen gulden, om een goed programma te draaien. Daarin speelt ook de opleiding van de jeugd een belangrijke rol. Hoewel de meeste internationals hun contract met de NeVoBo nog niet hebben getekend, verwacht de coach geen problemen. Hij begon vanmorgen met elf spelers aan de voorbereiding. Later zullen meer spelers zich bij het team voegen.

In tegenstelling tot andere jaren krijgt Alberda de steun van twee collega's. Toon van der Burgt, oud-coach van Rentokil ZVH, is eerste assistent en Peter Murphy de tweede. Laatstgenoemde zal bovendien technisch adviseur zijn voor alle nationale teams.

Voordat Nederland op 20 mei in Groningen zijn eerste wedstrijd voor de World League speelt, oefent het volgende week woensdag tijdens een trainingskamp in België tegen de gastheer. Half mei worden in Heerenveen en Eindhoven nog twee revanches tegen olympisch kampioen Brazilië gespeeld.