Rusland kritiseert VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden

MOSKOU, 26 APRIL. Het onderzoek van het Haagse VN-tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië naar de verantwoordelijkheid van de hoogste Bosnisch-Servische leiders voor oorlogsmisdaden “kan het vredesproces in ex-Joegoslavië in gevaar brengen”.

Dat zei gisteren in Moskou een woordvoerder van het Russische ministerie van buitenlandse zaken. Zijn reactie contrasteert scherp met de Amerikaanse lof voor de beslissing van het tribunaal en illustreert de meningsverschillen tussen de landen van de internationale contactgroep, die het vredesproces in Bosnië op gang tracht te houden. Rusland en de VS maken deel uit van die contactgroep.

Volgens de Russische woordvoerder komt het besluit van het tribunaal neer op het “oprakelen van het verleden” en is dat “de moeite niet waard”. “Als we afglijden naar schelden en het ontmaskeren van misdadigers in ex-Joegoslavië kunnen we de actieve diplomatie wel opgeven en op de stoel van de openbare aanklager gaan zitten”, aldus de woordvoerder, geciteerd door het persbureau Interfax.

Het tribunaal liet eerder deze week weten een onderzoek in te stellen naar de vraag of Radovan Karadzic, de politieke leider van de Bosnische Serviërs, en Ratko Mladic, hun militaire leider, persoonlijk verantwoordelijk zijn voor in Bosnië gepleegd oorlogsmisdaden.

De speciale VN-gezant voor de mensenrechten in ex-Joegoslavië, Tadeusz Mazowiecki, heeft gisteren gemeld dat in Bosnië nog dagelijks oorlogsmisdaden worden gepleegd waarbij de autoriteiten van de 'Servische Republiek' in Bosnië - waarvan Karadzic 'president' is - direct zijn betrokken.

Mazowiecki meldde gisteren dat de Bosnische Serviërs de 'etnische zuivering' in Noord-Bosnië nu vrijwel hebben voltooid. In Banja Luka woonden begin 1992 nog 530.000 Bosnische Kroaten en moslims - nu zijn dat er nog maar 67.000. De resterende niet-Serviërs mogen vermoedelijk alleen maar blijven om als dwangarbeiders en gijzelaars te dienen, aldus Mazowiecki. Ze staan bloot aan “niet aflatende terreur en discriminatie”. Hoewel “rondzwervende criminele benden” van Bosnische Serviërs verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de terreur, zijn volgens Mazowiecki de leiders van de 'Servische Republiek' in Bosnië “direct en persoonlijk verantwoordelijk” voor de vervolging.

In zijn rapport schreef Mazowiecki dat niet-Serviërs in de regio zich weken- en maandenlang in hun woningen verschuilen uit angst voor willekeurige mishandelingen en vernederingen die ze riskeren als ze zich op straat vertonen. In veel dorpen worden ze gedwongen dag en nacht hun voordeur open te laten. Er zijn verder aanwijzingen dat de leiders van de islamitische hulporganisatie Merhamet, die in februari door de Bosnische Serviërs werden gearresteerd, in de gevangenis worden mishandeld, aldus Mazowiecki in zijn rapport. (AP, Reuter)