Onderzoek moet bij Glaxo produktiever worden

Glaxo-Wellcome, 's werelds op een na grootste farmaceutische concern, wil overleven door de produktiviteit van research and development sterk te verbeteren. Een nieuw 700 miljoen pond Sterling kostend onderzoekslaboratorium ten noorden van Londen is een belangrijk instrument. Het onderzoek wordt er gericht op de bio-informatica en de genomica, de wetenschap die het menselijke erfelijke materiaal exploreert.

In de moderne laboratoria doen de apparaten het werk. De mensen lopen er rond om ideeën te genereren. Daarom moeten ze elkaar vaak ontmoeten en veel met elkaar praten.” Daarmee verdedigt dr. Allan Baxter, directeur van het Glaxo-Wellcome laboratorium dat op 19 april door koningin Elisabeth is geopend, de vele zitjes, koffiehoeken en literatuurkasten die op kruispunten van gangen en in ieder trappenhuis zijn te vinden. Deze nodes belichamen de nieuwe researchfilosofie van Glaxo. Het lab is erop gebouwd om onderzoekers van verschillende disciplines elkaar vaak te laten ontmoeten, zodat ze ideeën kunnen uitwisselen. Baxter is ervan overtuigd dat die kruisbestuiving de produktiviteit verhoogt. “Verder is alles er aan gedaan om het de onderzoekers hier naar de zin te maken, zodat ze er 24 uur per dag willen verblijven. We willen hier een gemeenschap bouwen.”

Op een campus van 35 hectare bij het stadje Stevenage, tussen Londen en Cambridge, staan vier rechthoekige laboratoria en een rond gebouw rond een centraal plein in een vlekkeloze parkaanleg. Microbiologen, chemici en biologen beschikken er over 250 laboratoriumzalen waar ze chemicalieën testen in hun afvalrace naar het medicijnkastje. Behalve de laboratoria huisvest het lab proeffabrieken met 24 biologische fermentatiereactoren en 50 chemische reactievaten waar de produktie van medicijnen kan worden opgeschaald. Daar worden ook de kleine hoeveelheden van een medicijn gemaakt die nodig zijn voor de eerste proeven met patiënten. Laboratoria en proeffabrieken zijn geheel volgens de regels voor geneesmiddelenfabricage onderverdeeld in eenheden, die van elkaar zijn gescheiden door luchtsluizen en die met aparte luchtbehandelingsapparatuur zijn uitgerust. De laboratoria staan volgebouwd met werkkasten waar met agressieve stoffen (zoals chemotherapeutica) of met ziekteverwekkende micro-organismen kan worden gewerkt. Tegen de zomer zijn na een bouwperiode van zeven jaar alle verhuizingen voorbij en werken er in Stevenage in totaal 1500 mensen.

Glaxo, dat in maart voor 9,4 miljard pond het eveneens Britse farmaceutische bedrijf Wellcome heeft overgenomen, realiseert zich volgens dr. Jim Niedel, de hoogste man van Glaxo op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, dat voor een innovatiegerichte farmaceutische industrie moeilijke tijden zijn aangebroken. Zowel in de Verenigde Staten (waar Glaxo ongeveer de helft van zijn omzet realiseert) als in Europa proberen de overheden de kosten van geneesmiddelen terug te brengen. Maar de raad van bestuur van Glaxo ziet het nieuwe lab dat 700 miljoen pond Sterling heeft gekost, niet als een blok aan het been.

De grootste Amerikaanse concurrenten MSD (Merck, Sharp en Dohme) en SKB (Smith, Kline en Beecham) hanteren als overlevingsstrategie om de hele keten van ontwikkeling en produktie tot aan de patiënt binnen het concern te halen. “Glaxo heeft niet voor deze verticale integratie gekozen,” aldus Niedel. “Ons bedrijf, ook straks in combinatie met Wellcome, blijft zich uitsluitend bezighouden met de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Naast kostenreductie en schaalvergroting, waar de overname van Wellcome ook goed voor is, is de verbetering van de produktiviteit van onderzoek en ontwikkeling onze belangrijkste strategie. Het is een gedwongen keus, want iedere volgende innovatie waarmee we op de markt komen, brengt ons minder op. Daarom moeten we in plaats van één produkt jaarlijks minstens drie of vier nieuwe middelen uitbrengen. De druk op het gezondheidszorgbudget zorgt ervoor dat er aanmerkelijk minder medicijnen zullen komen die per jaar meer dan een miljard dollar omzetten. Maar tegenover de bezuiniging staat een toenemende behoefte aan medische zorg door de ouder wordende bevolking, terwijl de wetenschappelijke mogelijkheden toenemen.”

De overname van Wellcome maakt Glaxo een kwart groter, maar het blijft een bescheiden schaalvergroting. Glaxo alleen had ongeveer 3 procent van de wereldmarkt aan geneesmiddelen in handen. Samen met Wellcome wordt het 4 procent. Het is een bescheiden marktaandeel voor de op een na grootste farmaceutische industrie. De bedrijfstak is zeer versnipperd en er bestaan nog honderden slechts nationaal opererende bedrijven.

De overname van Wellcome en later in maart de overname voor een veel bescheidener bedrag (500 miljoen dollar) van het Californische biotech-bedrijf Affymax ziet Niedel vooral als middel om de opbrengst van het onderzoek te verbeteren. Niedel: “Wellcome had enkele goede groepen op het gebied van genetische technieken en eiwitten, waar wij niet zo sterk in waren. Bij Affymax werken 200 mensen aan slechts één technologie: het snel screenen van grote aantallen verschillende moleculen op een gewenste biomedische eigenschap. Dat screeningswerk is erg belangrijk. Vroeger testte één onderzoeker één molecuul in één week. Met de Affymax-technologie gaan enkele onderzoekers duizenden moleculen per week screenen. Affymax heeft technieken uit de computerindustrie in de farmaceutische industrie geïntroduceerd.”

De chemici, biologen, microbiologen en ingenieurs die nu in Stevenage werken zaten vroeger verspreid in laboratoria op Glaxo-terreinen in Greenford en Ware, ten oosten en noorden van Londen. Voor de onderzoekers en hun gezinnen die rond Greenford woonden is een volksverhuizing op gang gekomen. Ware was dichter in de buurt. De onderzoekers zijn in Stevenage in grotere werkgroepen georganiseerd. Geneesmiddelenonderzoek wordt langzamerhand big science, net als de wetenschap die rond grote apparaten als de deeltjesversnellers of sterrekijkers is georganiseerd.

Eenvijfde van de Glaxo-onderzoekers werkt aan de overkant van de Atlantische Oceaan in een Amerikaans lab in North Carolina. Glaxo heeft ook nog laboratoria in Italië en Frankrijk, die gehandhaafd blijven. Vooral met het Amerikaanse lab bestaat intensief contact. Van 8 uur 's morgens tot 11 uur 's avonds zijn er vrijwel permanent twee satellietverbindingen voor video-conferenties beschikbaar.

Labdirecteur Baxter: “Ook de toegankelijkheid van elektronische databanken en elektronische mailsystemen is in het nieuwe lab sterk verbeterd. Onderzoekers zullen in de toekomst langer achter de PC zitten, op zoek naar informatie en discussiërend met collega's over de hele wereld.”

In het lab doen intussen de automaten het werk. Een voorbeeld daarvan is het lab waar chemische verbindingen worden gescreend op een biomedische eigenschap. De laboratoriumzaal is vrijwel helemaal volgebouwd met een grote plexiglazen kast waarbinnen een robotarm op een rail heen en weer rijdt om geautomatiseerde analyse-apparatuur met nieuwe chemicaliën te voeden en aan het werk te houden. De robot voert 15.000 bepalingen per week uit. Dat zijn er 60 keer zoveel als vorig jaar nog door hetzelfde personeel werd gedaan. De onderzoekers moeten zo nu en dan de chemicaliënvoorraden aanvullen, maar verder vooral bedenken wat de machine heeft opgeleverd en de komende weken moet doen.

Volgens onderzoeksdirecteur dr. Barry Ross heeft de biologische revolutie het farmaceutische onderzoek ingrijpend veranderd. “Binnen tien jaar is alle erfelijke informatie van de mens, de muis en van enkele planten en dieren bekend. De volgorde van alle drie miljard baseparen in het DNA van de mens, het menselijk genoom, is dan vastgesteld. Het genoom levert honderden nieuwe doelen voor geneesmiddelenonderzoek. Je kunt het menselijk genoom beschouwen als de onderdelenlijst van het leven. De genomica, de wetenschap en technologie van het genoom is een belangrijke technologie voor Glaxo. We treden een tijdperk van enorme mogelijkheden binnen.”

Ross noemt de ziekte van Alzheimer, borstkanker en cystische fibrose als aandoeningen die snel zullen worden beschouwd als een ziekte met aangeboren of tijdens het leven ontstane genetische oorzaak. De rij kandidaten in de verdere toekomst is onafzienbaar.

Ross: “De tijd dat je nog succes kunt hebben met een middel dat symptomen bestrijdt is vrijwel voorbij. De geneesmiddelenindustrie zal zich in de komende decennia concentreren op het bestrijden van de onderliggende oorzaken van ziekte en dan denk je al snel aan beïnvloeding op genniveau.”