'Moluks geweld is vandalisme'; Lilipaly: RMS-regering moet de realiteit van idealen duidelijk maken

DEN HAAG, 26 APRIL. De telefoon op de werkkamer van het sociaaldemocratische Tweede-Kamerlid J.J. Lilipaly rinkelt bijna voortdurend. Molukse jongeren hebben zojuist een spoor van vernielingen getrokken door de Groothertoginnelaan in Den Haag. Gisteren werd voor de 45-ste keer de proclamatie van de vrije Republik Maluku Selatan (RMS) herdacht en dat leidde tot ernstige ongeregeldheden. Lilipaly wordt constant gebeld om commentaar, maar hij houdt de boot af. “Het enige wat ik met hen gemeen heb, is dat ik Molukker ben van geboorte”, zegt hij tegen de telefoon, “maar ik ben verder gewoon Nederlands parlementariër. Officieel gá ik niet eens over dit onderwerp.”

Lilipaly, afkomstig van het Zuidmolukse eiland Saparua, is na meer dan veertig jaar stevig geworteld op het Zeeuwse eiland Walcheren, waar hij woont. Hij wil zich bovendien concentreren op de voorbereiding van het debat dat vanochtend in de Tweede Kamer zou plaatshebben over de oprichting van het Koerdische parlement in ballingschap enige weken geleden.

Maar Lilipaly weet nog altijd als geen ander wat er leeft onder de Molukkers. In de jaren zeventig was hij als jong leraar een van de leiders van de Vrije Zuid-Molukse Jongeren. En toen radicale jongeren in 1977 naar de wapens grepen, een trein kaapten bij De Punt en een school bezetten in Bovensmilde, werd Lilipaly er bij gehaald om te adviseren. Tevergeefs overigens.

Nu reageert hij vermoeid op het bericht van rellen bij de Indonesische ambassade, de gevechten met de politie en - in de marge - het geweld tegen een pompstationeigenaar. “Kijk, dat er een rel ontstaat bij de ambassade kan ik me nog voorstellen. Voor die demonstranten zit dáár de vijand. En dat er dan gevochten wordt met de politie, begrijp ik ook nog. Maar zo'n overval op een benzinestation, dat heeft helemaal niets met het ideaal van de vrije Molukken te maken.”

Lilipaly zegt dat hij tevoren al een onbestemd gevoel had over de 45-ste herdenking van de RMS. “Er is op tv en in diverse kranten aangekondigd dat de nieuwe generatie klaarstaat om geweld te gebruiken. Ik ben bang dat dat een self-fulfilling prophecy is geworden.”

U gelooft dus niet in berichten dat het RMS-ideaal onder deze jongeren van de derde generatie voortleeft?

“Er zit geen beleid achter. Wat er nu gebeurd is, schaar ik onder de categorie vandalisme met ernstige gevolgen. Veruit de meeste Molukkers kwamen gewoon om de proclamatie van de RMS te vieren. Zij zijn hier waarschijnlijk net als ik erg ongelukkig mee.”

Wie zijn deze jongeren?

“Het gaat om mensen die hier zijn geboren, die opgegroeid zijn met Nederlandse leeftijdgenoten. Maar zij zijn er door de oudere generatie van doordrongen dat zij in feite in ballingschap leven. Die mensen hebben een ideaal meegekregen: de RMS. Maar hun is niet het hele verhaal verteld. De realiteit van nu is dat de Molukken onderdeel uitmaken van Indonesië. Dat moet geaccepteerd worden als uitgangspunt. Mijn verwijt aan de Molukse leiders is dat zij dat niet doen. Een eerste prioriteit moet zijn dat ervoor gezorgd wordt dat Molukkers daar in Indonesië het goed hebben. Het is nogal makkelijk om vanuit een vrij Nederland af te geven op Indonesië zonder dat men zich rekenschap geeft van de eventuele consequenties voor onze mensen op de Molukken.”

En dat is een verwijt aan de leiders van de RMS?

“De RMS-regering heeft de plicht duidelijk te maken hoe realiteiten in elkaar zitten. Het is een goede zaak dat mensen idealen hebben, maar tegelijkertijd moeten de verantwoordelijke leiders duidelijk maken hoe die idealen te verwezenlijken zijn. Als je dat niet doet, neemt de kans toe dat mensen naar verkeerde middelen grijpen om hun idealen te verwezenlijken. Dat is wat er gebeurd is in de jaren zeventig.”

U heeft het ideaal voor de Vrije Molukse Republiek laten varen?

“We leven niet in 1950. Ik geloof in overleg tussen Molukkers die nu in Indonesië leven en hun regering om te komen tot meer decentralisatie. Tot een vorm van autonomie binnen het Indonesisch staatsverband waarbij Molukkers zelf meer zeggenschap verwerven over de eigen eilanden. En Molukkers in Nederland moeten zich een goede toekomst in Nederland verwerven. Het gros van de mensen die terugkeren naar de Molukken heeft nu al weer spijt. Onze toekomst ligt hier. Dat feit moet gewoon onder ogen worden gezien.”