Meer dan alleen een 'Nieuwe Bouwer'

Tentoonstelling: Van Loghem - Beelding van levenshouding. T/m 14 mei in ABC Architectuurcentrum, Groot Heiligland 47 Haarlem. Geopend: di t/m za 12-17 uur, zo 13-17 uur.

Boek: Wim de Wagt: Van Loghem 1881-1940. Beelding van levenshouding. Uitg. Schuyt & Co, 363 blz. Prijs ƒ 59,50

Socialisme en het Nieuwe Bouwen zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar ze hebben wel iets met elkaar te maken. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het leven en werk van architect J.B. van Loghem (1881-1940), de Haarlemse architect aan wiens werk nu een tentoonstelling is gewijd in het Haarlemse ABC Architectuurcentrum. Van Loghem was een socialist én een Nieuwe Bouwer die met zijn gebouwen de wereld wilde verbeteren.

Hij was zelfs zo overtuigd van het socialisme dat hij in 1926 naar de Sovjet-Unie vertrok om te helpen bij de opbouw van de Autonome Industriële Kolonie (AIK) in Kemerovo. Daar bouwde hij onder meer woningen en een school met watertoren, waarvan nu oude foto's in Haarlem hangen.

Al in 1927 keerde Van Loghem teleurgesteld terug naar Nederland, maar zijn verblijf in de Sovjet-Unie leidde wel tot een breuk in zijn oeuvre. Voor zijn Sovjet-periode zocht Van Loghem naar een nieuwe bouwkunst die paste bij de nieuwe tijd. In Haarlem en omgeving bouwde hij landhuizen en woningen van voornamelijk baksteen en hout, die een keur aan invloeden laten zien (Berlage, Frank Lloyd Wright, Amsterdamse School, Nederlandse plattelandsarchitectuur, De Stijl). Na 1927 had hij de nieuwe bouwkunst definitief gevonden in het Nieuwe Bouwen dat tijdens zijn afwezigheid in Nederland zijn witgepleisterde, ornamentloze eindvorm had aangenomen.

De tentoonstelling laat inderdaad een groot verschil zien tussen Van Loghems gebouwen van voor en na 1927. Maar het gaat hier om gezichtsbedrog. Althans, dat schrijft Wim de Wagt in zijn onlangs verschenen boek dat dezelfde titel als de tentoonstelling draagt. Van Loghem was niet een Saulus die Paulus werd, maar de wortels van zijn Nieuwe Bouwen waren al te vinden in zijn werk van voor 1927. Anderzijds wil De Wagt wil met zijn boek (en de tentoonstelling) juist laten zien dat Van Loghem veel meer was dan de typische Nieuwe Bouwer waarvoor hij meestal wordt versleten. Dat is hem gelukt dankzij uitvoerige beschrijvingen van Van Loghems landhuizen, stadswoonhuizen en woningbouwprojecten. Het is hem zelfs iets te goed gelukt, want soms gaan de beschrijvingen zo lang door dat de lezer zich gaat afvragen waarom De Wagt zich heeft beperkt tot Van Loghems woningen en de opsommingen niet heeft ingekort om in het toch dikke boek ruimte te maken voor een behandeling van het gehele oeuvre. Op de tentoonstelling is Van Loghems overige werk, waaronder het inmiddels afgebroken Sportfondsenbad in Haarlem, trouwens wel te zien. Maar hier leidt de nadruk op een fotografische weergave van Van Loghems gebouwen ook al tot monotonie en dringt zich een vraag op: wat is er toch met het archief van Van Loghem gebeurd? Zowel in het boek als op de tentoonstelling komen nauwelijks tekeningen voor.