Macedonie; Op de rand van een explosie

Macedonië balanceert vandaag op de rand van een explosie. In veel steden gaan vandaag leden van de Albanese minderheid de straat op voor protestdemonstraties tegen hun behandeling. De woede onder de Albanezen is groot en het risico van etnisch geweld is niet uitgesloten.

Aanleiding tot de betogingen - een initiatief van op één na alle politieke partijen van de Albanese minderheid - is het begin van het proces tegen Fadil Sulejmani, de 'rector' van de door de Albanese minderheid zelf opgerichte Albaneestalige universiteit, die volgens de Macedonische autoriteiten illegaal is en die in februari met geweld werd gesloten. Daarbij vielen in Tetovo, bolwerk van de Albanese minderheid en de plaats van de universiteit, een dode en 28 gewonden. Sulejmani werd gearresteerd en beschuldigd van opruiing; hij kan vijf jaar cel krijgen. Het gebouwtje in Tetovo werd met de grond gelijk gemaakt. De Albanezen, aldus de regering in Skopje, schenden met hun project de Macedonische grondwet, die bepaalt dat onderwijs een overheidszaak is. Eind vorige week werd de enige Albaneestalige middelbare school, in Struga, door de autoriteiten gesloten.

In wezen zag een aanzienlijk deel van de Albanese minderheid in Macedonië niet zoveel heil in de plannen voor een eigen universiteit. Volgens gematigde Albanezen werden de radicalen in eigen kring opgestookt door de Albanezen uit het naburige Kosovo of zelfs door de Serviërs. Macedonië is voor Servië een nachtmerrie, zo redeneerden ze, omdat Macedonië het bewijs is dat orthodoxen en moslims vreedzaam kunnen samenleven. Dat 'rector' Sulejmani twee broers heeft die bij de politie in Kosovo werken - de politie die daar in dienst van de Serviërs de Albanese meerderheid onderdrukt - zou geen toeval zijn.

Dergelijke zelfkritische geluiden kunnen echter sinds 17 februari, toen die ene dode viel bij de verdediging van de Albanese universiteit, niet meer hardop worden geuit: wie in de kwestie nog de kant van de regering koos, zoals de PDP (Partij van Democratische Welvaart, een van de partijen van de minderheid en lid van de regerende coalitie), verloor op slag alle geloofwaardigheid. De PDP doet niet mee aan de betogingen van vandaag, maar de aanhang van deze partij is vrijwel weggesmolten en ze heeft het imago vann een quislingpartij gekregen.

De kwestie heeft de minderheid drastisch geradicaliseerd. In maart liepen - op de PDP na - alle Albanese partijen weg uit het Macedonische parlement. Ze keren er pas in terug als in het parlement het Albanees als gebruikstaal wordt erkend, als de verantwoordelijkheid voor “de brute onderbreking van het onderwijs in Tetovo” wordt vastgesteld, als Sulejmani en twee andere gearresteerde Albanezen worden vrijgelaten en als de universiteit van Tetovo wordt erkend. Inmiddels hebben de Albanezen hun universiteit naar de illegaliteit verplaatst: er wordt, analoog aan de situatie in Kosovo, nu in privéwoningen gedoceerd.

Niet alleen in Macedonië is sprake van een radicalisering. Het buurland Albanië heeft kwaad gereageerd. Tirana dreigde de relaties met Skopje te herzien en president Berisha wekte voor het eerst openlijk twijfel aan het bestaan van een Macedonische minderheid in Albanië: dat is “een Slavische minderheid waarvan de herkomst discutabel is: Bulgaars of Macedonisch”. Dat wekte weer de woede van Macedonië. Het blad Nova Makedonija schreef dat “Berisha doet wat [de Albanese stalinist] Hoxha nooit durfde: twijfel wekken aan het bestaan van een Macedonische minderheid in Albanië”. De leider van die Macedoniërs in Albanië, Alim Saitoiski, begon een grote handtekeningenactie om elke twijfel over bestaan van die minderheid weg te werken.

Dreigementen van Albanese leiders in Macedonië dat geweld niet moet worden uitgesloten hebben inmiddels de VS gealarmeerd. Onderminister van buitenlandse zaken Richard Holbrooke zei onlangs: “Macedonië is het soort probleem dat kan ontploffen, waarna de wereld, die niet goed heeft opgelet, zich opeens afvraagt hoe het zover is gekomen.”