Knorren tijdens eerlijk knokwerk

Streetfighter. Regie: Steven de Souza. Met: Jean-Claude van Damme, Raul Julia. In 40 theaters.

Er zit zowaar iets van ironie in Streetfighter, de zoveelste op de spieren van Jean-Claude van Damme gebaseerde produktie. Alleen de titel al is een understatement voor een film, die weliswaar nog genoeg respect aan de dag legt voor het eerlijke knokwerk, maar die in hoge mate bepaald wordt door high-technology, zowel in het verhaal als in de digitale stunts. Misschien is trouwens de humor wel een blijk van infantiliteit, maar enigszins geestig blijft het als het vleesgeworden kwaad, generaal Bison (gespeeld door de inmiddels overleden en uit Kiss of the Spider Woman bekende acteur Raul Julia), gifkleurige cocktails schudt boven een aan het Swastika-teken herinnerend, futuristisch vormgegeven buffetje en als een tot inkeer gekomen wetenschapper het monster dat hij ten behoeve van Bison aan het scheppen is niet langer voedt met geweldfilms, maar met beelden van de 'I have a dream'-rede van Martin Luther King en van vredig in een weitje spelende kinderen.

Niet dat het monster er verder iets toe doet, het raakt roemloos bedolven onder de puinhopen van Bisons imperium, ergens in Zuidoost-Azië. Dank zij Van Damme en zijn mannen, die als Allied Nation-troepen hun leven in de waagschaal leggen ten behoeve van u en mij. Hun tekst in het door Steven Souza (scenarist van onder meer Die Hard en Die Hard 2) geschreven en geregisseerde drama reikt tijdens de talloze gevechten vaak niet verder dan gegrom en geknor, maar ze hebben intussen wel het hart op de juiste plaats.