'Kabinet weinig zorgvuldig met Raad van State'

DEN HAAG, 26 APRIL. Het paarse kabinet gaat soms weinig zorgvuldig om met de Raad van State. Dit schrijft W. Scholten, vice-president van de Raad van State, in de inleiding bij het jaarverslag over 1994 dat vanmorgen is gepresenteerd.

Het kabinet betrekt Nederlands hoogste raadgevend college te weinig bij politiek gevoelige discussies zoals de Winkelsluitingswet. Tevens probeert het kabinet, net als het vorige, de Raad te vaak tot allerlei spoedadviezen te bewegen. In het geval van de Winkelsluitingswet werd tot nu toe “de meer dan strikt juridische functie” van de Raad van State niet benut, schrijft Scholten, “sterker nog, die functie wordt mogelijk uitgeschakeld. Een gang van zaken als deze moet ik dan ook weinig zorgvuldig noemen”.

De vice-president schrijft zich niet te kunnen “voorstellen dat de grondwetgever procedures als deze voor ogen heeft gestaan toen hij in de Grondwet het proces van wetgeving heeft vastgelegd”. In zijn toelichting op het jaarverslag legde Scholten (CDA) vanmorgen geen relatie tussen de handelwijze van het kabinet en diens afstandelijke houding tegenover adviescolleges. “Dit probleem deed zich ook onder vorige kabinetten voor.”

Scholten toont begrip voor het spoedeisende karakter van een aantal zaken zoals de Deltawet grote rivieren. Toch zet hij vraagtekens bij de overige vele “spoedeisende” gevallen die naar zijn mening door een betere voorbereiding veel ongerief hadden kunnen voorkomen.

Ook vindt Scholten dat het kabinet te weinig ruimte laat voor advisering door, na vooroverleg met maatschappelijke organisaties, de voorstellen “aard- en nagelvast” te formuleren. Op die manier wordt de advisering door de Raad van State “gefrustreerd”, zei Scholten vanmorgen.

In 1994 zijn bij de Raad 791 wetgevingszaken aanhangig gemaakt. In het 'oogstjaar' van het kabinet-Lubbers/Kok bedroeg dat aantal 865. De instroom van nieuwe zaken bij de afdeling Bestuursrechtspraak, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, bleef vorig jaar achter bij de verwachtingen, aldus het jaarverslag. Een reden daarvoor is vooralsnog niet te geven.