'Hongarije heeft tien normale jaren nodig'

Hoe goed of hoe slecht gaat het Hongarije? Het is een vraag waarover men in Hongarije zelf van mening verschilt. De regering is somber: zij heeft een mini-schoktherapie afgekondigd - eenzijdig, want met de veel minder pessimistische sociale partners, de werkgevers en de vakbonden, bleek een sociaal pact niet haalbaar. Een gesprek over die mini-schoktherapie met László Pál, minister van industrie, handel, investeringen en energie.

In 1989, bij de val van het socialisme had Hongarije een voorsprong op de rest van het oostblok: er was bijna twintig jaar hervormd, hoe imperfect ook. Nu, zes jaar later, is die voorsprong verloren gegaan. In Tsjechië en Polen wordt doortastender en met meer resultaat hervormd dan in Hongarije. In zijn eerste toespraak tot het parlement na zijn aantreden als premier luidde bijna een jaar geleden de ex-communist Gyula Horn de alarmklok: vier jaar centrum-rechts bewind had Hongarije opgezadeld met een 'economische puinhoop'. Belastingen werden niet geïnd, het bruto nationaal produkt (BNP) was met 20 procent gedaald, de landbouwproduktie met eenderde. Hongarije dreigde te worden gewurgd door een buitenlandse schuld die in vier jaar was verdubbeld en eenderde van de begroting aan rente en aflossing opsoupeerde. Het tekort op de handelsbalans was opgelopen tot 3,4 miljard dollar, de inflatie was met 21 procent verre van bedwongen, de werkloosheid met meer dan een half miljoen evenmin, de investeringen waren gedaald en het privatiseringsprogramma van de voorgaande regering was 'georganiseerde onverantwoordelijkheid' en leverde nauwelijks genoeg op om de onkosten van het staatsprivatiseringsbureau te dekken. Nog in februari klaagde een hoge regeringsfunctionaris dat de economische situatie slechter was dan ooit in de laatste tien tot vijftien jaar.

Gyula Horn beloofde vorig jaar veel: straffe maatregelen zouden er komen, om de onofficiële economie aan te pakken bijvoorbeeld, die dertig procent van het BNP voor haar rekening neemt maar geen forint belasting betaalt, en de achterstand bij de belastingsheffing - een achterstand van een miljard dollar - in te lopen. Maar na enkele moedige ingrepen, zoals de afgelasting van het dure project voor een Expo in Boedapest en forse stijgingen van de energieprijzen, bleef het maandenlang stil.

Tot maart, toen Horn met zijn mini-schoktherapie kwam: de regering zette het mes in de staatsuitgaven, door loonkortingen en ontslagen in de staatssector, kortingen op de kinderbijslag en de uitkeringen voor schoolverlaters, de introductie van collegegeld op de universiteiten, nieuwe prijsstijgingen in de energiesector, en vooral een stijging van importheffingen (met acht procent) en een devaluatie van de forint (met negen procent). En die devaluatie wordt voortgezet: tot juli wordt de forint met 1,9 procent per maand verder gedevalueerd en vanaf juli nog eens met 1,3 procent per maand: dit jaar wordt de Hongaarse munt aldus in totaal 25 procent minder waard. Het belangrijkste doel: export stimuleren en import bemoeilijken.

De maatregelen, vooral de kortingen op sociale uitkeringen, kwamen hard aan: met het gratis hoger onderwijs, automatische kinderbijslag voor iedereen en betaald moederschapsverlof verdween meer dan zomaar een handvol prettige sociale zekerheden: hier verdwenen de laatste restanten van de sociale veiligheid. Hier verdween ook de illusie dat een door de ex-communisten geleide regering de bevolking beter dan het vroegere centrum-rechtse bewind zou kunnen beschermen tegen de harde markteconomie. En juist om die betere bescherming hadden de Hongaren vorig jaar op de socialisten gestemd.

Helaas - het moest, zegt minister László Pál: er was niet aan te ontkomen, ook al valt het de Hongaren moeilijk en ook al slaagt de regering er niet erg goed in de bevolking duidelijk te maken dat de broekriem na jaren van offers nòg verder moet worden aangehaald.

De mini-schoktherapie moet in principe twee jaar van kracht blijven. Een van de redenen voor die therapie is de moordende buitenlandse schuld. Die zal niet binnen twee jaar zijn weggewerkt. Betekent dat dat ook na twee jaar nog zo drastisch zal moeten worden bezuinigd?

“Niet die buitenlandse schuld is de belangrijkste reden, maar het gebrek aan evenwicht op de handelsbalans: dat tekort van 3,4 miljard dollar. We moeten de invoer beperken en de uitvoer vergroten. Dat laatste is het belangrijkste. Daarvoor moeten we de koers van de forint in de hand houden en de investeringen stimuleren. En het lukt: sinds de maatregelen van maart is de kloof tussen invoer en uitvoer al met 450 miljoen dollar kleiner geworden.

Het is ook niet waar dat het hele programma een looptijd van twee jaar heeft. Alleen de extra invoerheffing van acht procent op de import duurt twee jaar, maximaal: de heffingen worden geleidelijk afgeschaft en over twee jaar moeten ze zijn verdwenen. De andere maatregelen zijn vooral bedoeld om de staatsuitgaven te saneren, de begroting, het systeem van financiering van de staatsuitgaven, de sociale uitgaven en de uitgaven van regio's en gemeenten. Hongarije is op de meeste gebieden vergelijkbaar met Europa, alleen op het gebied van de staatsfinanciën was het dat nog niet. Ook daarom zijn de maatregelen van maart genomen.''

U maakt de invoer duurder. Maar veel Hongaarse exportprodukten hebben een grote importcomponent: exporteurs zijn voor veel op import aangewezen. Loopt de exportgroei daardoor geen gevaar?

“Dat is inderdaad een probleem. Maar we proberen juist die exporteurs te beschermen. Machines, reserve-onderdelen en energie-apparatuur zijn vrij van die invoerheffingen.”

Toch is dit niet aantrekkelijk voor investeerders. De investeringen zijn in 1992 en 1993 teruggelopen en veel investeerders kijken liever naar Polen, Tsjechië en Slovenië dan naar Hongarije.

“Dat klopt, maar vorig jaar zijn de investeringen alweer met zeventien procent gestegen. Ik ben optimistisch. Ik heb in vier weken de leiding van dertig buitenlandse bedrijven ontmoet, die samen een kwart van de hele uitvoer voor hun rekening nemen. Zij zijn tevreden. Sterker: ze overwegen nieuwe investeringen voor in totaal 2,5 miljard dollar.”

Waarom eigenlijk is er pas in maart iets gebeurd? Waarom zijn deze maatregelen niet al vorig jaar genomen? Wie lag er dwars? De vakbonden?

“De vakbonden èn de werkgevers. We hebben een lange periode van onzekerheid achter de rug. We hebben geprobeerd een akkoord te sluiten met de werkgevers en de vakbonden. We hoopten dat binnen een maand voor elkaar te krijgen. Helaas: het is niet gelukt. We hebben een analyse gemaakt en maatregelen voorgesteld, maar die maatregelen werden niet geaccepteerd omdat de sociale partners het met onze analyse niet eens waren. Ze vonden ons te pessimistisch. We hebben lang gepraat, maar op een bepaald moment hadden we gewoon geen tijd meer te verliezen. Toen hebben we de maatregelen maar zonder akkoord afgesloten.”

“De toestand is tegenstrijdig: aan de ene kant is er een dynamische micro-economische ontwikkeling. De investeringen stegen vorig jaar met 17 procent, de industriële produktie met negen, de landbouwproduktie met 4,5, de arbeidsproduktiviteit in twee jaar met 22 en de export met 20 procent. Tegelijkertijd is er macro-economisch een groot gebrek aan evenwicht. De werkgevers en vakbonden kijken alleen maar naar de dynamiek.”

De vakbonden zijn het dus niet met het programma eens. En u kreeg vorige week prompt een spoorwegstaking aan uw broek. Dat was niet mis, want de spoorwegen zijn een grote werkgever en bovendien heeft een staking bij het spoor een symbolische bijwerking.

“Maar die staking ging over de CAO, ze was niet tegen onze therapie gericht. Men heeft hard onderhandeld, 84 uur lang, en wij zijn heel tevreden met het akkoord dat uit de bus kwam, temeer omdat alle grote CAO's worden geënt op die bij het spoor.”

Niettemin: loopt uw programma geen gevaar? Veel Hongaren mopperen dat ze niet dáárvoor op de socialisten hebben gestemd. In maart zijn twee ministers boos opgestapt met de beschuldiging dat de socialisten hun verkiezingsbeloften hebben gebroken.

“Dat hebben we niet. Er is een verschil tussen wat is beloofd en wat mensen dènken dat er is beloofd. Ik heb dit beloofd: dit land heeft behoefte aan tien normale jaren en een regering die correct bestuurt. Maar veel mensen verwachtten snelle verbeteringen.”

Er wordt wel gezegd dat u deze harde maatregelen heeft genomen om de Hongaren dermate aan het schrikken te maken dat ze er eindelijk van doordrongen raken dat de toestand ernstig is.

“Nee: deze maatregelen móesten worden genomen. Punt. Als men schrikt, is dat een bijkomend effect. We zijn hard aangevallen, maar minder op het programma dan op de presentatie ervan. We hebben te weinig tijd genomen om de Hongaren op deze maatregelen voor te bereiden. Een voorbeeld: we korten het totale bedrag dat aan kinderbijslag wordt uitgekeerd met twintig procent. Nu krijgen alleen de mensen die het nodig hebben kinderbijslag. De rijken krijgen niks meer, de armen krijgen evenveel als vroeger. Maar iedereen dacht aanvankelijk dat iedereen minder zou krijgen, of zelfs niets meer. De commmotie was groot. We hadden dat beter moeten voorbereiden.”

De populariteit van premier Horn is in een vrije val beland: in één maand nam het percentage van de Hongaren dat hem vertrouwt af van 58 naar 47 procent.

“Dat trekt wel bij. Dat duurt een jaar.”

U bent wel optimistisch. Dat trekt misschien bij als u slaagt. Maar er zijn twee potentiële gevaren voor uw programma: ten eerste de inflatie, die toeneemt nu de invoer duurder wordt, en ten tweede een verdere daling van de economische groei als de export minder snel blijkt te groeien dan u hoopt.

“De inflatie zál groeien, tot - naar we denken - 28 procent. En dat komt zeker door deze maatregelen. Maar in het derde kwartaal zal de toename afnemen: veel maatregelen hebben nú hun effect, zoals de grote devaluatie van de forint en de hogere energieprijzen. En wat die export betreft: daar heb ik wel vertrouwen in, die dertig bedrijven waarmee ik heb gesproken en die kleiner wordende kloof op de handelsbalans sterken me in dat vertrouwen. Veel bedrijven weten heel goed dat de Hongaarse markt krimpt en dat ze zich op de export moeten richten. En dat doen ze ook.”