Honderdjarige koestert heilige hockeygrond van Zomerzorg

De Hockeyclub Bloemendaal bestaat vandaag honderd jaar. Sinds 1909 speelt de club haar wedstrijden op 'Zomerzorg', aan de voet van Het Kopje. Tegenwoordig is het geen doodzonde meer als baldadige jeugdspelers op het hoofdveld een balletje slaan.

BLOEMENDAAL, 26 APRIL. Cees de Jong, erevoorzitter van Bloemendaal, speelt voor geïnteresseerde gasten altijd graag “VVV-tje”. Hij is slechtziend, maar weet op het complex van zijn club toch feilloos de weg te vinden naar het oude houten huisje naast de velden 7 en 8. Daar verscholen de deelnemers aan de zogenaamde 'vinkensport' zich. Op de muur staat een datum en een recordvangst gekrabbeld, 9 oct. 1796 203.

De eerste sport die op het terrein van de huidige accommodatie werd beoefend was niet hockey maar vogels vangen. Vooral in de achttiende en negentiende eeuw floreerde op de buitenplaatsen van Bloemendaal de niet bepaald vreedzame vinkensport. De vogels werden in netten gevangen, doodgemaakt en opgegeten.

Officieel werd voor het eerst in 1909 op 'Zomerzorg' gehockeyed. Daar huurden de spelers van de twee jaar eerder opgerichte Bloemendaalsche Hockey Club een weiland - meer was het toen nog niet. Met uitzondering van het seizoen 1911-'12 toen een meningsverschil met de pachter bestond, is op die plek gespeeld.

Het duurde tot 1931 voordat er twee echte hockeyvelden werden aangelegd. De hockeyers kregen zelfs een sproei-installatie. Later kwamen er steeds meer velden bij, in november 1971 zelfs een zevende en een achtste. Tegenwoordig heeft Bloemendaal de beschikking over twee velden van kunstgras en vijf van gewoon gras.

Cees de Jong woont op een paar maanden na al zijn hele leven op een steenworp afstand van het hockeyveld. De 75-jarige oud-voorzitter ('73-'84) weet niet hoeveel stappen het van zijn voordeur naar veld 1 is. In ieder geval verkleedde hij zich altijd thuis voor een wedstrijd. “Ik heb me in al die jaren eigenlijk maar één keer op het veld omgekleed.” De Jong was toen terreincommissaris en wilde zelf weleens ondervinden waarom de leden zo klaagden over de kleedruimte. “Het was inderdaad niet best.”

De hockeyclub kocht in de beginperiode voor 160 geleende guldens een totalisatorhuisje van de renbaan Woestduin. De keet deed tot 1939 dienst als kleedhok met een paar kranen waaruit alleen koud water kwam. De club vond echter dat de tegenstanders van het eerste elftal zich daar niet konden verkleden. Daarom werd voor hen een kamer - kosten 2,50 gulden per keer - gehuurd in het aangrenzende hotel Zomerzorg. De overlevering zegt dat eigenaar Hupkes elke zondagavond steen en been klaagde over de troep die de hockeyers achterlieten. Zijn parelwitte beddenspreien zaten steeds onder de modder.

In september 1939 werd de vereniging de trotse eigenaar van een echt clubhuis. Voetbalclub BVC verhuisde naar een nieuw complex en de hockeyers namen de twee velden - op de plaats waar nu het kunstgras ligt - en de kleedruimte (met liefst 24 kranen!) over. Voor het niet geringe bedrag van 10.000 gulden werd een verdieping bij gebouwd en alles opgeknapt. Daardoor konden in het nieuwe clubhuis wel 150 personen, meldt het jubileumboek.

Het duurde heel lang voordat Bloemendaal een kunstgrasveld op zijn complex kreeg. Met gemengde gevoelens denkt men bij de club terug aan die woelige periode. Met de vreemdste argumenten probeerden omwonenden en milieu-activisten de aanleg van het kunstgras tegen te houden. Eén tegenstandster opperde zelfs dat meeuwen niet op kunstgras kunnen landen. Vijf keer diende de kwestie voor de Raad van State. In 1984, zes jaar na de eerste gesprekken, werd het kunstgras eindelijk aangelegd.

Cees de Jong, zelf een omwonende, vocht als voorzitter een verbeten strijd uit met zijn buurtgenoten om het kunstgras. Hij werd in die tijd tot 'Keesie Kunstgras' omgedoopt. Zelf speelde hij slechts twee keer een halve wedstrijd op het namaak-gras, één keer bij Kampong en, uiteraard, tijdens de officiële ingebruikneming van zijn 'eigen' veld. Een team met leden uit het eerste kabinet-Lubbers was toen de tegenstander. De Jong stond tegenover de premier. “Die kan niet hockeyen”, zegt de ere-voorzitter gedecideerd. De Jong kon toen al heel slecht zien, maar maakte toch een doelpunt. De foto van een sprintende Lubbers met De Jong naast zich werd later een prijswinnaar.

Door de slepende affaire was Bloemendaal lange tijd de enige club in de hoofdklasse die nog op gewoon gras speelde. Dat was niet echt een probleem omdat er uitstekende velden op 'Zomerzorg' lagen. Dat was volgens De Jong een kwestie van “zandgrond en goed onderhoud”. Terreinmeester Henk van der Veek noemt het hoofdveld “de heilige grond van Bloemendaal”. “Dat veld is altijd vertroeteld, kosten noch moeite werden gespaard.”

Het was vroeger ook een doodzonde om het hoofdveld te betreden. Alleen de eerste elftallen mochten er hun wedstrijden spelen. Er hing een oranje koord rondom dat magische veld 6, zo herinnert de naar Chicago verhuisde Bloemendaalse hockeytopper Floris Jan Bovelander zich in het jubileumboek. “Dat koordje had een grotere afbakende waarde dan welk hek ook.” Als een baldadige jeugdspeler werd gesnapt wanneer hij toch even snel een bal op het doel van het hoofdveld sloeg, kregen hij en zijn hele team straf. Dan moesten ze hun volgende wedstrijd aan de Donkerelaan spelen. Ook daar beschikte Bloemendaal over een veld.

Dat terrein was op loopafstand van het clubhuis en lag achter het huis van Cees de Jong. “Er was niets ergers dan op die verre Donkerelaan spelen”, meent Bovelander. “Daar regende het altijd, waren de netten log, zwaar en vol gaten. Daar waren de lijnen als greppels en was het gras veel te lang.”

De hockeyers zijn trots op hun schitterend gelegen accommodatie. Oud-voorzitter De Jong zou het jammer vinden als niet iedereen die er speelt ook even “onder bekoring komt van de mooie natuur”. De vereniging huurt het complex voor een symbolische gulden, maar is verplicht om het zelf te onderhouden. Daarbij is de club aan strenge regels gebonden. Zo mogen bijvoorbeeld de reclameborden pas een uur voor wedstrijden van de eerste teams worden opgeklapt. Een uur na afloop mogen ze al niet meer zichtbaar zijn. Want wie naar het tussen de hockeyvelden gelegen historische Meertje van Caprera wil kijken mag daarbij niet gestoord worden door reclame-uitingen. De huidige voorzitter van Bloemendaal, Lo van Noordwijk, vindt dat een goed argument. “Bovendien blijven onze borden op deze manier zo goed als nieuw.”

Bloemendaal is vandaag de tweede Nederlandse hockeyclub die het honderdjarig jubileum viert. De huidige vereniging ontstond na vier fusies. De oprichtingsdatum van 26 april 1895 is die van de eerste van de vier fusiepartners.

De stamboom ziet er als volgt uit:

1885: oprichting Hockey en Bandy Club 'Haarlem & Omstreken'

1907: oprichting Bloemdaalsche Hockey Club 'Bloemendaal'; oprichting Haarlemsche Hockey Vereeniging 'De Musschen'

1914: oprichting Haarlemsche Dames Hockey Club HDHC, later BDHC

1915: fusie De Musschen en Haarlem, tot Musschen Haarlem Combinatie (MHC)

1936: fusie Bloemendaal en MHC, tot BMHC

1973: fusie BMHC en BDHC, tot Hockeyclub Bloemendaal