Gesloopte auto's en fietsen op een familiereünie

DEN HAAG, 26 APRIL. In de Houtrusthallen in Den Haag wijst niets erop dat de viering van de proclamatie van de Republiek van de Vrije Molukken (RMS) dit jaar anders is dan andere jaren. Uit het hele land zijn Molukkers gekomen voor een grote familiereünie. Folkloristische dans en zang en exotische hapjes en drankjes naast patat en een oud-Hollandse snoepkraam.

Het is nauwelijks voor te stellen dat even daarvoor een ware veldslag heeft gewoed tussen Molukkers en de mobiele eenheid, tijdens een demonstratie van voornamelijk Molukse jongeren. Ze zijn van het Malieveld, via de Indonesiche ambassade naar de Houtrusthallen getrokken. Tijdens die demonstratie zijn tientallen auto's volledig gesloopt, ruiten van woningen ingegooid, winkels geplunderd. Elf politiemensen zijn gewond geraakt, evenals een onbekend aantal journalisten, omstanders en demonstranten. En er is met pepergas in de gezichten van de agenten gespoten.

Eigenlijk had het een dag moeten zijn waarop de saamhorigheid binnen de Molukse gemeenschap tot uiting komt. Maar waar tegelijkertijd de verschillen tussen de diverse generaties zichtbaar worden. De veteranen, in vol ornaat op een ereplaats voor het podium, kunnen hun emoties af en toe nauwelijks de baas. De jongeren, met vaak Nederlandse vriend of vriendin, vermaken zich vooral met elkaar.

Van de toespraak van 'hun' president Tutuhatunewa, Krijgen de jongeren weinig mee. “We moeten de eenheid in eigen gelederen bewaren” zegt Tutuhatunewa, “want eens zullen we opstaan voor onze eigen Molukken”. De ouderen reageren enthousiast, weinig jongeren horen het. Voor een 71-jarige man uit Breda betekent dit niet dat het RMS-ideaal minder leeft bij jongeren. “We strijden voor hetzelfde, maar iedereen op zijn eigen manier. Demonstreren laten we bijvoorbeeld aan de jongeren over”. Over de rellen wil hij geen uitspraak doen.

Een 36-jarige vrouw uit Haarlem wil zich wel wagen aan een verklaring voor het geweld. “Ik denk dat het frustratie is. Frustratie dat het ideaal ons aan het ontglippen is. Je bent ermee opgegroeid, het is er als het ware ingeramd. Dan is het voor sommigen moeilijk te erkennen dat dat ideaal, in ieder geval in de oorspronkelijke vorm, niet realistisch meer is.”

Terwijl de Molukkers in de Houtrusthallen de rellen het liefst als afgedaan beschouwen, nemen de bewoners van de Groot Hertoginnelaan aan het eind van de middag de schade op. Bijna alle geparkeerde auto's hebben forse schade opgelopen, fietsen liggen vertrapt op de stoep. Bij een aantal woningen liggen de ramen eruit.

Omdat de daders niet persoonlijk zijn aan te wijzen, zullen de bewoners nog moeite hebben de schade te verhalen. Wellicht zal de RMS aansprakelijk worden gesteld. Of de gemeente. “Want we hadden in ieder geval moeten weten dat er een demonstratie aan kwam. Dan hadden we onze auto een paar straten verderop gezet”, zegt een gedupeerde verontwaardigd. Vooralsnog lijkt aansprakelijkheid niet de eerste zorg. “Ze komen na hun feest toch niet nog een keer hier langs, hè?” vraagt een bewoonster angstig. “Nee mevrouw, u kunt weer rustig naar binnen gaan” verzekert een politie-agent.

Een straat verder, bij de Indonesische ambassade, is de politie er minder gerust op. Meer dan twintig ME-busjes met volledige bezetting maken van de ambassade een ware vesting. Een politiewoordvoerder: “Het is niet de bedoeling dat ze hier op de terugweg nog langskomen, maar ja, er was vandaag wel meer niet de bedoeling.”