Films van Duitse vazalstaat Kroatië en video's van nu

De Kroatische regisseur Lordan Zafranovic werd na de vertoning van zijn film Decline of the century door zijn landgenoten gebrek aan vaderlandsliefde verweten. “Ik houd me niet bezig met politiek”, zegt Zafranovic, maar zijn film wordt in Kroatië niet vertoond.

“Ik houd meer van Kroatië dan U”, bijt regisseur Lordan Zafranovic een Kroatische toeschouwster toe, die suggereert dat de film Decline of the century geen universele strekking heeft, en de nietsvermoedende wereld een verkeerd, te negatief beeld geeft van Kroatië. Emoties lopen vlug hoog op in de Amsterdamse bioscoop Rialto, waar een overwegend ex-Joegoslavisch publiek na drie-en-een-half uur kijken naar de film, moeiteloos tot uren discussie bereid blijkt. Met het verwijt van gebrek aan vaderlandsliefde maakt Zafranovic korte metten: “Wij Kroaten zijn de eersten om kwaad over onszelf te spreken. Zonder dat geen democratie”.

En kwaadspreken, dat doet Zafranovic over zijn vaderland, dat sinds 1991 voor de tweede keer in zijn geschiedenis (de middeleeuwen even daargelaten) een onafhankelijke, door burgeroorlog geplaagde staat is. Over die nieuwe staat rept de filmmaker met geen woord, maar de vorige, de Kroatische Duitse vazalstaat NDH uit de jaren van de Tweede wereldoorlog, komt uitvoerig aan de orde door middel van beelden uit het wekelijkse filmjournaal van die tijd.

Het zijn filmrollen die in de naoorlogse veelvolkerenstaat Joegoslavië door censuur werden bedekt: dictator Tito decreteerde dat elk volk in de jaren van de Tweede wereldoorlog zijn fascisten en anti-fascisten had gekend, en dat het tonen van dit soort filmjournaals onnodig stigmatiserend zou werken en de vriendschap tussen de volkeren in de weg zou staan. Rond 1990 viel die censuur echter weg en kon Zafranovìc naar hartelust de films kopiëren.

Inmiddels zit in de filmarchieven van Belgrado, Ljubljana en Zagreb echter het slot weer op de deur - vooral in laatstgenoemde stad misschien, want de machthebbers in de Kroatische hoofdstad hebben er geen enkel belang bij te laten zien dat hun symbolen, anti-servische propaganda, uniformen en meer in het algemeen hun stijl rechtstreeks aan de NDH uit de oorlogsjaren zijn ontleend. Die NDH stond onder leiding van een eigen 'Führer', Ante Pavelic, aan wie veel van de filmjournaals zijn gewijd: te paard door de straten van Zagreb rijdend, in schijnbaar innige verstandhouding naast katholieke geestelijken staand. Pavelic bleef Hitler tot het eind toe trouw, maar volgde deze niet in de zelfmoord - hij stierf in de jaren zestig vredig, ergens in Latijns-Amerika.

“De film is een projekt van twintig jaar”, vertelt Zafranovic enigszins korzelig onder het spervuur van kritiek en lof uit de zaal. Hij is er in 1981 mee begonnen, toen in Zagreb de minister van binnenlandse zaken van de NDH, Andrija Artukovic, terecht stond wegens de organisatie van massamoord op joden, zigeuners en Serviërs. Hij ontkende, maar de door Zafranovic opgediepte filmjournaals wekken een andere indruk. De film kwam af in 1993, maar is binnen de grenzen van het huidige Kroatië nog niet in het openbaar vertoond en ook elders in de wereld maar zelden te zien: “Ik wil de film pas commercieel gaan exploiteren na vertoning in Kroatië”.

Dat moment lijkt echter nog ver weg, want in Kroatië heeft de overheid ervoor gezorgd dat ook Zafranovic' eerdere speelfilms nu uit roulatie zijn genomen. Ook filmen is hem onder de huidige regering onmogelijk gemaakt, vertelt de regisseur, zodat hij voor zijn nieuwe speelfilm, Lacrimosa, noodgedwongen de wijk heeft genomen naar de Tsjechische hoofdstad Praag, waar hij in de jaren zeventig ook zijn opleiding ontving aan de filmacademie.

Wonen doet hij nog wel in Zagreb. Hoewel hij in het agitatorische weekblad Globus voor landverrader en volksvijand is uitgemaakt ('alsof ze zo'n wanted dead or alive poster voor je hebben opgehangen') acht hij zijn persoonlijke veiligheid niet sterk in gevaar. “Ik houd me niet bezig met politiek”, vindt Zafranovic ook, enigszins verrassend. “Dit is een gecompliceerde tijd, niet de tijd voor traktaten. Film gaat over emoties”. Decline of the century bestaat, behalve uit oude filmjournaals en beelden van het proces tegen Artukovic, dan ook voor een groot deel uit home-movies waarin de filmmaker zelf in beeld komt, zich overgevend aan sombere bespiegelingen over oorlog, wreedheid, en zijn eigen mal-de-vivre in oorlogstijd. Ook zijn er beelden uit zijn eerdere speelfilms over de oorlogsjaren, zoals Pad Italije en Okupacija u 26 slika.

Van Decline of the century heeft Zafranovic inmiddels wat handzamer, wel te exploiteren versies gemonteerd, van twee en van één uur, de laatste bedoeld voor televisie. Dat op afzienbare termijn de Kroatische televisie zo'n film zou kunnen uitzenden mag rustig uitgesloten worden geacht want, zoals overal in ex-Joegoslavië, is ook de Kroatische televisie niets meer dan een agressieve propaganda-machine van de machthebbers van het moment. “De ware oorlogsmisdadigers in Joegoslavië”, meent de regisseur, “zitten in de televisiestudios.”

Decline of the century is te zien in het kader van een filmweek over de opkomst en ondergang van de Joegoslavische cinema, die van 27 april tot 5 mei in Lantaarn-Venster in Rotterdam plaatsvindt, en van 4 tot 17 mei in het Haagse Filmhuis.