Een zwijgend dagje samen uit

Monkeys in Paradise. Regie: Kenji Iwamoto. Met: Yuri Kohtari, Kurenai Kanda, Takaaki Kurihara, Aiko Marukoshi. In: Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt.

De Japanse regisseur Kenji Iwamoto (1961) is een produktief, veelzijdig en grillig kunstenaar. Aanvankelijk werkzaam als illustrator en cartoontekenaar, die succesvolle en verrassende stripboeken vervaardigde, begon hij in 1989 films te maken. Hij heeft al laten weten dat te willen blijven doen tot het jaar 2000, en dan ook zal hij zijn eerste film Kikuchi, weer vrijgeven voor distributie en verkoop. Hoewel de film in 1991 in Berlijn met een prijs voor het beste debuut bekroond werd en het jaar daarop voor Rotterdam geselecteerd werd, besloot Iwamoto in 1992 zonder opgaaf van redenen de roulatie te verbieden.

Dat kan een op publiciteit gerichte mystificatie zijn, maar die staat dan haaks op de nuchterheid van zijn stijl. Zelfs zijn dynamische produktiviteit lijkt daarmee in strijd. Nihilistisch kan men Monkeys in Paradise, een vervolg op Kikuchi en het tweede deel van een drieluik over 'menselijke communicatie', niet eens noemen. Dat zou al een te actieve stellingname suggereren, van een regisseur die zich afzet tegen een bestaande orde. Dat doet Iwamoto niet: hoewel Monkeys in Paradise in alle opzichten gestileerd is, lijkt de film een registratie van een aangetroffen werkelijkheid. Waardevrij, standpuntloos, vrijblijvend zelfs, als die werkelijkheid niet van zichzelf verrassend en verbazingwekkend zou zijn.

Iwamoto portretteert in zijn film een doorsnee gezin, bestaande uit vader, moeder, dochter, zoon. Hij toont in het begin van ieder gezinslid afzonderlijk de weinig opzienbarende bezigheden en handelingen, later maken ze gezamenlijk een uitstapje en dan blijkt hoe groot het gebrek aan contact is. Dat is geen bijster origineel thema, maar beklemmend is dat het zo volstrekt alledaags, natuurlijk en waarheidsgetrouw overkomt. Hij toont, zijn verleden getrouw, buitenkantige figuren, zonder hart. De titel is niet goed gekozen: apen zullen heel wat meer met elkaar te maken hebben en willen hebben dan deze gezinsleden. Voorzover niet bepaald door onverschilligheid, bestaan hun relaties uit ongemak en korzeligheid: jij zit mij dwars, laat me met rust.

De impressies van hun individuele levens leveren de achtergrond van het gebrek aan gemeenschapszin. De moeder zoekt haar heil in het contact met een kunstenaar, de zoon heeft moeilijkheden met zijn vriendinnetje, het dochtertje is behept met angst voor seksmaniakken en geeft steeds over, de vader is kantoorchef en valt zijn vrouwelijke ondergeschikten lastig. Iwamoto benadrukt hun persoonlijke besognes door ieder gezinslid letterlijk een eigen kleur te geven: heel kunstmatig, maar wel een bijdrage aan de vervreemdende sfeer van zijn film. Hetzelfde geldt voor de afwisseling van extreme close-ups met statische totalen, voor de kakofonische geluidsband, voor de onderverdeling van de film in drie episodes en voor de Schnitt-loze scènes uit het laatste deel. Die stilistische, niet eens heel spectakulaire kunstgreepjes maken Monkeys in Paradise persoonlijk en eigenzinnig, en Iwamoto veelbelovend.