Diplomatie per megafoon over lage dollar; Absurdistisch theater op financiële G-7

WASHINGTON, 26 APRIL. De bijeenkomst van de ministers van financiën en bankpresidenten van de zeven belangrijkste industrielanden (G-7) kreeg gisteren iets van een absurdistisch theater, vooral door wat eraan voorafging. De zorg om de lage dollar bracht menigeen ertoe diplomatie per megafoon te bedrijven.

Hoogtepunt waren de uitlatingen van de Duitse bondskanselier, Helmut Kohl, die het Amerikaanse beleid vorig week “onaanvaardbaar” noemde en tot sanering van het overheidstekort maande. Minister van financiën Theo Waigel vertelde gisteren dat hij zijn Amerikaanse collega Robert Rubin 's ochtends had opgebeld om hem nogmaals te verstaan te geven dat de VS als wereldmacht en uit eigenbelang “in een sterke dollar geïnteresseerd moet zijn”. En de VS en Japan wisselden dreigementen uit in hun langdurige handelsconflict. Voor Tokio staat vast dat Washington de koersval van de dollar ten opzichte van de yen bewust als handelsinstrument gebruikt.

Het waren dan ook opvallende woorden van minister Rubin die na afloop meende dat de bijeenkomst van de G-7 “de geest van een gezamenlijke onderneming” ademde. Zijn Britse collega Kenneth Clarke had het over een “vriendschappelijke en coöperatieve” sfeer. Het gezamenlijke communiqué moest de eensgezindheid nog eens onderstrepen in een kennelijke poging de turbulente financiële markten snel gerust te stellen. De ministersbijeenkomst had plaats in de marge van de voorjaarsvergadering van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank.

Volgens de verklaring zijn de landen van de G-7 overeengekomen de inspanningen te vergroten om onevenwichtigheden in de betalingsbalans (lees: het Japanse handelsoverschot en het Amerikaanse handelstekort) en tekorten op het overheidsbudget weg te werken. En op het gebied van de wisselkoers wordt de “nauwe samenwerking voortgezet”. Waaruit die samenwerking de afgelopen maanden dan wel heeft bestaan, kon minister Rubin gisteren niet erg duidelijk maken. De bewindslieden besteedden verreweg de meeste tijd aan de valutaperikelen. Ook de hervorming van het IMF - waarvan de noodzaak door de Mexicaanse crisis is onderstreept - kwam aan de orde.

De ministers van de G-7 bleken het er gisteren over eens dat de recente valutabewegingen te ver zijn doorgeschoten en dat ze “niet worden gerechtvaardigd door de economische omstandigheden” in de belangrijkste landen. Volgens de verklaring vinden de bewindslieden een “ordelijke omkeer” van die bewegingen wenselijk. Dat zal bijdragen aan een houdbare en niet-inflatoire groei. “Deze zal op haar beurt bijdragen aan stabiliteit op de financiële markten”, zo staat in het communiqué.

Hoe de gewenste omkeer in de koersen moet worden bereikt bleef tamelijk vaag. Rubin zei dat het contraproduktief zou zijn openlijk over strategieën te spreken. Minister Clarke gaf echter toe dat de meningen over coördinatie uiteenlopen.

Uit de uitlatingen van minister Rubin viel op te maken dat de VS tijdens de bijeenkomst van de G-7, die de hele middag duurde, enigszins in het defensief werden gedrongen. De bewindsman verklaarde dat men in het buitenland nog “niet volledig heeft begrepen” welke aanzienlijke vorderingen op veel gebieden in de Amerikaanse economie zijn gemaakt.

Rubin moest zijn collega's gisteren een uitvoerige toelichting geven op het begrotingsbeleid, omdat hierover in brede kring ongerustheid bestaat vooral door de wens van het Congres de belasting te verlagen. “Ik heb duidelijk gemaakt dat, zoals president Clinton meermalen heeft gezegd, we ons hebben verplicht tot een verdere terugdringing van het financieringstekort”, zo zei Rubin. “We zullen geen belastingverlagingen accepteren die het tekort zouden vergroten. De president heeft een begroting voorgesteld die het tekort als percentage van het nationaal inkomen verder terugbrengt. En ik geloof dat we, na een ongetwijfeld langdurige procedure in het Congres, precies dat zullen bereiken.” President Clinton leek gisteren de woorden van Rubin kracht bij te willen zetten, door in een rede voor een aantal Congresleden de noodzaak van een vermindering van het overheidstekort te onderstrepen.

In de gezamenlijke verklaring van de ministers van de G-7 wordt onderstreept dat in veel landen het overheidstekort moet worden teruggedrongen. Ook zijn verdere inspanningen nodig om de besparingen in de VS op te voeren en het vertrouwen van financiële markten te versterken. Zo ontstaan de voorwaarden voor een lagere lange rente en duurzame groei, aldus het communiqué. Volgens minister Rubin moet elk land zijn eigen programma uitvoeren om de economische 'fundamentals' te versterken.

Minister Waigel sprak gisteren van een “bevredigende” verklaring. Zijn Japanse collega Takemura had het zelfs over een “indrukwekkende” vastbeslotenheid van de partners van de G-7. De president van de Bundesbank, Hans Tietmeyer, concludeerde echter droog dat “de beslissing bij de markt ligt”.