De aanslag

Iets meer dan vier maanden geleden, op 14 november 1994 publiceerde de New York Times een onthullende reportage over de Michigan Militia, een particuliere militaire club die zich voorbereidt op het gewapend verzet nadat de macht in de Verenigde Staten zal zijn overgenomen door de Verenigde Naties en de NAVO. Vermoed wordt dat de daders van de aanslag in Oklahoma uit de kringen van deze weerbaarheidsvereniging afkomstig zijn. In de reportage wordt niet alleen beschreven wat de militie doet - oefenen op de vrije zaterdag en 's nachts de politie ('punkers in uniform') controleren - maar ook wat daar wordt gedacht. Men is ervan overtuigd dat onder de dekmantel van een 'nieuwe wereldorde' een samenzwering zich erop voorbereidt, de aarde in één groot concentratiekamp te veranderen. De federale regering in Washington verleent aan dit streven hand- en spandiensten, o.a. door de vrije verkoop en het bezit van vuurwapens te beperken. Op geheime plaatsen worden overal in het land concentratiekampen gebouwd. “Het is niet gemakkelijk, alle bezwaren van de militie tegen de regering weer te geven, onder andere omdat veel leden daar zelf de grootste moeite mee hebben”, schrijft de verslaggever. Hij laat zich er overigens van verzekeren dat “95 procent van de aanhang bestaat uit brave, eerlijke, hard werkende mensen wier enige zorg is dat de regering het vuurwapenbezit zal beperken. Dat weegt hier zwaar”.

Daar staat het probleem van de Verenigde Staten compact samengevat. Hoe wordt een groot land met een traditie van negentiende-eeuws individualisme en een burgerij, bewapend met het beste dat de handvuurwapenindustrie te bieden heeft, de postindustriële maatschappij van dit fin de siècle binnengeleid? Misschien is deze operatie in haar soort wel even ingrijpend als die waaraan de Russen worden onderworpen bij de overgang naar de economie van de vrije markt en alles wat daarmee in het dagelijks leven samenhangt.

Mag de aanslag in Oklahoma onder één noemer worden gebracht met de 'conservatieve revolutie' ingeluid door de vernieuwde Republikeinen onder leiding van Newt Gingrich? Het hangt ervan af op welke manier. Gingrich heeft het rechtsradicalisme niet uitgevonden. Het is meer dan veertig jaar geleden, de politieke omgeving is veranderd, maar in wezen en effect doet de 'revolutie' van Gingrich sterk denken aan die van de Republikeinse senator Joseph McCarthy. Hij verwierf zich zijn reputatie door zich buitengewoon agressief te gedragen tegen de linkse samenzwering die hij had ontdekt, eerst in het State Department en vervolgens hoe langer hoe meer in alle instellingen van de overheid. In zijn agressie was hij verdedigend; zijn commissie tegen onamerikaanse activiteiten kreeg de allure van een bloedraad.

Gingrich roept een gevoel van déjà vu op, in zijn gedrag als openbare aanklager, zijn agressieve verdediging van 'oude waarden' en in het effect dat hij daarmee bereikt. Of hij het zo heeft bedoeld of niet - laten we hopen van niet - dat effect is terroristisch. In het begin van de jaren vijftig, toen de Sovjet-Unie op haar machtigst was en het leek alsof de Koude Oorlog ieder ogenblik in een werkelijke oorlog kon veranderen, mobiliseerde McCarthy de publieke opinie en maakte die tot een hysterisch monster. Niet alleen de liberals werden tot zwijgen geterroriseerd; ook de gematigde, onverdachte politieke tegenstanders hielden hun mond en ten slotte werd ook van president Eisenhower en zijn minister van buitenlandse zaken, de gezworen vijand van het communisme, Foster Dulles, niet veel meer vernomen. Aan de terreur van de senator kwam pas een eind toen hij probeerde het leger te zuiveren.

De door Gingrich ontdekte en voor een belangrijk deel zelf ontworpen vijand is ook een soort samenzwering: van de Democraten met hun 'tegencultuur' en de bureaucratie die zich samen hebben verschanst in Washington van waar ze hun gluiperige veldtocht leiden, met het doel het Amerikaanse volk de macht over zichzelf te ontnemen. Aan het hoofd van die onderneming staat ogenschijnlijk de president, maar alles wijst erop dat hij eigenlijk een marionet is in handen van de tegencultuur en waarschijnlijk in het bijzonder van zijn vrouw, de 'teef' Hillary, zoals de schoonmoeder van Gingrich haar in een onbewaakt ogenblik heeft genoemd - een verspreking die veel gnuivende bijval heeft gewekt.

Op de Amerikaanse samenleving valt veel aan te merken, zoals op iedere samenleving in het Westen, maar zo slecht gaat het nu ook weer niet. De Amerikanen voelen zich belaagd door de onzekerheden van een overgangstijd. Ook dit is een overeenkomst met de periode van McCarthy's glorie, toen het publiek moest wennen aan de aanwezigheid van een gelijkwaardige wereldmacht en het, tegelijkertijd, in de waan was gebracht dat verraders de vijand al binnen de muren hadden toegelaten. Er werd toen serieus gesproken over een preventing war, een oorlog om de oorlog te voorkomen, en een roll back, het gewapenderhand terugdringen van de Sovjet-Unie. Denkbeelden voortgekomen uit paniek.

Zo heeft ook het programma van Newt Gingrich, zijn Contract with America en de fermheid van zijn eerste honderd dagen een vleugje paniek. Meer nog geldt dit voor het toenemend kabaal waarmee zijn 'revolutie' wordt begeleid. Hij zou niet de eerste zijn die door zijn eigen beweging op sleeptouw werd genomen. Dan breekt het ogenblik aan waarop de vraag wordt gesteld in hoeverre de oorspronkelijke leider en denker nog voor de daden van zijn volgelingen verantwoordelijk kan worden gesteld. Clubs als de Michigan Militia zijn typisch Amerikaans, ondenkbaar in West-Europa. Maar de consequentie van dat bestaan is niet dat militialeden zich gaan toeleggen op het opblazen van overheidsgebouwen. Daarvoor is meer nodig: een hysterisch politiek klimaat dat de terroristen hun rechtvaardiging geeft.

Laten we hopen dat de politie de daders heeft gearresteerd, ook al omdat het interessant zal zijn te horen met welke argumenten ze hun aanslag verklaren.