Zingende jongens

Bij het artikel 'De leerlingen van de koorschool St. Bavo' van Margriet Oostveen (NRC Handelsblad, 7 april) zou ik enkele kanttekeningen willen plaatsen. Met haar bewering dat deze jongens geen brave Hendrikjes zijn ben ik het volkomen eens. Ik heb zelf tientallen jaren meegewerkt aan de Passie-uitvoeringen en andere grote werken met een jongenskoor, dus weet ik waar ik over praat.

Geen brave Hendrikjes dus en ook niet de gehele dag in gebed verzonken, stelt Oostveen. Wat dit laatste met het zingen in de Matthäus Passion te maken heeft ontgaat me volkomen. Om toch maar vooral te laten blijken dat we met normale jongens te maken hebben, zijn ze dus niet de hele dag in gebed verzonken en “houden ze heel erg van 'house”'. Echter, iedere leider van een koorschool, en we hebben tegenwoordig verschillende goede tot uitstekende in den lande, zal met mij moeten beamen dat stem- en gehoorsvorming tot een totaal andere wereld behoren dan het beluisteren van housemuziek en dat dit laatste het muzikale gehoor volkomen afbreekt.

Tot slot wil ik opmerken dat zingende jongens in goed gezelschap verkeren. Immers niemand minder dan Gustav Leonhardt schreef in hetzelfde NRC van 7 april over jongens-solisten: “Ze zingen niet altijd perfect, maar àls ze mooi zingen, dan is het goddelijk.”