Vrijspraak voor Amsterdamse ex-politieman

AMSTERDAM, 25 APRIL. Het gerechtshof in Amsterdam heeft gisteren een Amsterdamse ex-rechercheur vrijgesproken die was beschuldigd van verkoop van honderd kilo hasj.

Tegen de oud-politieman was in hoger beroep tien maanden gevangenisstraf geëist, waarvan de helft voorwaardelijk.

De rechereur werd in april 1990 samen met een collega aangehouden op de parkeerplaats van het Euromotel bij Schiphol. Beide rechercheurs werden gearresteerd nadat verschillende 'pseudo-kopers' in opdracht van de Rijksrecherche waren ingezet om de betrokkenheid van de twee rechercheurs bij de handel in verdovende middelen te bewijzen. Een van de gearresteerde politiemensen zag gedurende de nu vijf jaar slepende rechtsgang af van verder procederen.

Het hof constateerde dat het dossier gedurende de negen terechtzittingen die aan de zaak tegen de ex-rechercheur zijn besteed, onvolledig is gebleven. De verdediging heeft steeds volgehouden dat er door de politie stukken werden achtergehouden en dat niet moest worden uitgesloten dat de rechercheurs door de pseudo-kopers waren uitgelokt.

Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie van Amsterdam in gebreke is gebleven alle rapporten, verslagen en processen-verbaal in het dossier op te nemen. Daardoor is het hof de mogelijkheid onthouden om te controleren of het opsporingsmiddel van pseudo-koop op een juiste en verantwoorde wijze is gehanteerd. Om deze reden is “alle uit de pseudokoopactie verkregen bewijs” terzijde geschoven, aldus het hof. De ex-rechercheur werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

De rijksrecherche verrichtte vanaf april 1989 een groot onderzoek op het Amsterdamse politiebureau Raampoort. Het onderzoek was vooral gericht op veronderstelde corruptie. Beide politiemensen werkten al meer dan tien jaar bij het Amsterdamse politiekorps.

Tegen de ex-rechercheur werd een onderzoek ingesteld wegens het 'stuklopen' van een aantal zaken van het team pseudo-koop van de Amsterdamse recherche. Volgens de advocaat van de man, N. Meijering, had het openbaar ministerie te lichtvaardig tot vervolging besloten. Het hof meende dat er inderdaad geen informatie heeft bestaan die het vermoeden van de politie ondersteunde dat de ex-rechercheur zich met criminele activiteiten zou bezighouden. Ook stelde het hof vast dat tijdens het vijf maanden durende gerechtelijk vooronderzoek waarin het pseudo-koopteam actief was geen feiten zijn geconstateerd waaruit zou blijken dat de ex-rechercheur betrokken was bij de handel in verdovende middelen.

De verdediging voerde aan dat de pseudo-kopers, teneinde de rechercheur te bewegen tot handel in verdovende middelen, zelfs een feestje hadden georganiseerd in een bordeel. De ex-rechercheur was ook uitgenodigd. Tijdens het feest werd hem gevraagd of hij niet in hasj wilde handelen. De ex-rechercheur verklaarde dat hij met de psuedo-kopers over hasjhandel sprak omdat hij daarin beroepshalve was geïnteresseerd. Het hof achtte deze verklaring “niet onaannemelijk”.

De Hoge Raad heeft pseudo-kopers gebonden aan een aantal strakke regels. Zo is het verboden strafbare handelingen uit te lokken. Bovendien moeten van iedere activiteit van de pseudo-koop twee processen-verbaal gemaakt worden. In bijna de helft van de zeventig gevallen waarbij de pseudo-kopers tegen de ex-rechercheur werden ingezet waren de processen-verbaal niet volledig. Het openbaar ministerie heeft twee weken de tijd om in cassatie te gaan.