Voorstel Clinton tegen terrorisme ontmoet verzet

WASHINGTON, 25 APRIL. De maatregelen tegen terrorisme die de Amerikaanse president Clinton heeft voorgesteld na de bomaanslag van vorige week in Oklahoma-City zijn gisteren op zware kritiek gestuit. Vertegenwoordigers van burgerrechtenorganisaties, voormalige functionarissen en commentatoren die machtsmisbruik van de FBI in de jaren '60 en '70 hebben meegemaakt, vrezen dat de voorgestelde richtlijnen inbreuk maken op burgerrechten.

“De haast om dingen te veranderen is iets waar we heel voorzichtig mee moeten zijn”, zei voormalig minister van justitie, Griffin Bell, gisteren. Hij heeft eind jaren '70 de onderzoeksregels voor de FBI en andere federale onderzoeksinstellingen strenger gemaakt na veelvuldig misbruik, met name door de roemruchte eerste en langst zittende FBI-directeur J. Edgar Hoover maar ook door president Nixon.

In de jaren '60 en '70 werden politieke tegenstanders van de president achtervolgd en afgeluisterd door de zogenoemde Cointelpro. Demonstranten tegen de Amerikaanse bemoeienis met de oorlog in Vietnam, opponenten tegen de Amerikaanse rol bij de burgeroorlog in El Salvador, studenten, feministen en leden van linkse bewegingen werden bespionneerd. Post werd geopend. Dreiging van terrorisme was in 1970 een belangrijke motivatie voor vergroting van de macht van de FBI. In een memo zei de FBI toen dat “zwarte en blanke wilden in oorlog zijn met het Amerikaanse volk”.

President Clinton wil het naar aanleiding van de bomaanslag in Oklahoma - waarbij mogelijk extreem-rechtse bewapende groepen Amerikanen (militia) zijn betrokken - gemakkelijker maken om binnenlandse en buitenlandse groepen te onderzoeken, te infiltreren en af te luisteren. “Ik begrijp niet hoe je de drempel nog lager kunt stellen”, zei Victoria Toensing, voormalig topfunctionaris onder de Republikeinse president Reagan gisteren voor de televisie. “Wij werkten eerst met de richtlijn dat je alleen groepen kunt onderzoeken, die worden verdacht van een misdrijf. Dat hebben wij veranderd. Nu kun je groepen onderzoeken die openlijk aanzetten tot het plegen van misdrijf. Dat lijkt me genoeg. Anders kom je in strijd met de vrijheid van godsdienst en vergadering. Je krijgt ook onduidelijke wetgeving.”

Andere voorgestelde maatregelen zijn het zonder opgave van redenen deporteren van immigranten, het aftappen van glasfibernetwerken en het gebruik van telefoonstaten, hotelrekeningen en de geoorloofdheid van anonieme getuigen. Dergelijke praktijken vinden mogelijk al plaats zij het nog niet voor bewijsvoering in processen en moet de minister van justitie formeel toestemming vragen van een rechter. Bij nieuwe wetgeving zou deze controle vervallen. Sommige Congresleden hebben positief gereageerd. De Republikeinse senator Arlen Specter zei dat een “duidelijk en onmiddellijk gevaar” dergelijke maatregelen rechtvaardigt.

Ook de vrijheid van meningsuiting is ter discussie gesteld. Clinton zei gisteren nogmaals dat “tegenover het recht op vrije meningsuiting ook de verantwoordelijkheid staat om niet te zwijgen bij misbruik door anderen”. Hij doelde vooral op de radio-talkshows waarin soms wordt opgeroepen tot geweld tegen de federale overheid. “Als zij [deelnemers in de shows] over haat en geweld praten, dan moeten wij tegen hen protesteren”, aldus Clinton terwijl hij met zijn vuist op het katheder sloeg. “Hun uitoefening van het recht op vrije meningsuiting maakt ons zwijgen onvergeeflijk.”

Rechtse 'talkshow-gastheren' reageerden fel en soms woedend. Toch zijn ze in de verdediging gedreven. Ze deden gisteren hun best om extreme ideeën van de gebruikelijke ultrarechtse opbellers tegen te spreken. Maar ook mensen die tegen rechtse ideeën protesteerden, kwamen aan het woord. De conservatieve talkshow-host Rush Limbaugh en de voormalige hoofdfiguur van het Iran-contra-schandaal, Oliver North, werden plotseling voorvechters van het pluralisme. “Ik laat ook de andere kant aan het woord”, zei Limbaugh. “De belangrijkste regel voor de hosts is dat als iemand een dwaas wil zijn voor de natie, wij opzij moeten stappen om hem zijn gang laten gaan.”

Limbaugh vond de kritiek dat rechtse talkshows hebben bijgedragen tot de bomaanslag “typisch links-liberaal”. “Ze maken weer slachtoffers van de daders”, zei hij. “De verdachte kan het niet alleen hebben gedaan, vinden ze. Het moet het werk zijn van anderen. Ze hebben excuses gezocht voor de plunderingen in Los Angeles [1992] en nu leggen ze de schuld voor de bomaanslag ook bij anderen.”

Alleen de voormalige Watergate-inbreker Gordon Liddy die een snel in populariteit groeiende talkshow heeft en vaak te keer gaat tegen federale agenten, bleef onverzettelijk. De voormalige gevangene zei gisteren dat hij absoluut geen verantwoordelijkheid droeg voor wat er op zijn show wordt gezegd. Hij waarschuwde wapenbezitters gisteren dat ze “eerst moeten schieten en dan pas moeten denken” als een federale agent hun huis zou betreden om wapens af te nemen.