Voor het eerst daling van aantal overvallen

EDE, 25 APRIL. Het aantal overvallen daalde vorig jaar met 8,2 procent. Voor dit jaar wordt een verdere daling verwacht. In de eerste drie maanden van 1995 waren er bijna tweehonderd overvallen minder dan in dezelfde periode vorig jaar. In totaal registreerde de politie bijna 2.500 overvallen.

Dit maakte de Amsterdamse politiecommissaris R. Graëve, leider van het projectteam overvalcriminaliteit, gisteren in Ede bekend tijdens de studiedag criminaliteit en detailhandel. Het landelijk opererend projectteam werd twee jaar geleden geformeerd om een eind te maken aan de groei van het aantal overvallen.

“Dat lijkt te lukken”, zegt Graëve voorzichtig. “Vorig jaar nam het aantal overvallen voor het eerst af. Vooral in de jaren daarvoor was de groei enorm. Van ruim 1.600 in 1990 tot zeker 2.700 in 1993, tot nu toe het absolute topjaar.”

Volgens de Amsterdamse commissaris is de daling niet alleen het gevolg van een verhoogde inspanning van de politie. “Vooral in de 13 regio's waar een roofovervalteam is opgezet is het succes groot. De pakkans na een overval is daar in vergelijking met vijf jaar geleden verdubbeld. De samenwerking met justitie is goed. Alle daders die we oppakken verdwijnen achter de tralies. Ook de medewerking van bedrijven en geldinstellingen groeit. Omdat bij banken, benzinestations en geldtransporten inmiddels dusdanig goede maatregelen zijn getroffen zie je dat daar dat het aantal berovingen flink is teruggelopen.”

Graëve stelt vast dat de detailhandel en de horeca kwetsbaar zijn gebleven. “De detailhandel is het meest in trek bij overvallers. Vooral de wat kleinere winkels, zoals tabakszaken, supermarkten, videotheken, kledingzaken, juweliers en slijterijen.”

Volgens Graëve maken vooral jongere criminelen zich in toenemende mate schuldig aan overvallen. “Het zijn vaak jongeren vanaf ongeveer 15 jaar die snel een paar honderd gulden willen pakken met een overval. Waarbij het opvallend is dat zij veel meer geweld gebruiken dan de echte professionals.” (ANP)

Oosting heeft zich voor de komende jaren voorgenomen zijn beleid meer te richten op de verspreiding van de bekendheid van zijn instituut. Toen Rang tien jaar geleden via reclame-campagnes hetzelfde deed, kreeg hij het verwijt dat hij bezig was zijn eigen markt te creeëren. Oosting: “Dat verwijt vind ik niet terecht. Natuurlijk is het mogelijk om over deze materie in marketingtermen te spreken. Als ik dat zou doen dan zou ik zeggen: er ligt nog een gigantische groeimarkt. Maar het gaat niet om de vraag of de ombudsman meer personeel en meer werk wil. Dat vind ik absoluut de verkeerde ingang. Het gaat erom de burgers te informeren over een voorziening die voor hen is bedoeld en die zich voor hen inzet.”