'Re-export' 3 procent hoger; Export groente en fruit neemt toe tot 6 miljard

DEN HAAG, 25 APRIL. De export van groente en fruit uit Nederland is vorig jaar in tonnage afgenomen met drie procent, maar in guldens gestegen van 5,5 miljard naar 6 miljard gulden.

De zogeheten re-export - buitenlandse produkten die via Nederland naar een ander buitenland gaan - steeg in guldens met drie procent en vormt op het ogenblik bijna een derde van de totale export.

Deze cijfers zijn gisteren bekend gemaakt door de voorzitter van de Algemene Bond van Groente- en Fruitexporteurs, J.N.A. Verbeek. De verbetering van de omzet is te danken aan enig prijsherstel in 1994 ten opzichte van het jaar daarvoor. Ook de toename van de re-export heeft er aan bijgedragen. Het gaat bij re-export nadrukkelijk niet om 'transito-handel'. In dat geval worden produkte doorgevoerd zonder in Nederland te worden ingeklaard. Hoeveel die transito-handel bedraagt valt moeilijk precies aan te geven, maar geschat wordt dat hij even groot is als de re-export.

De afgelopen acht jaar is die re-export steeds belangrijker geworden. Het geeft volgens Verbeek aan dat Nederland voortdurend vooraanstaander wordt als distributieland. Vooral de export van niet Nederlandse produkten door Nederlandse handelshuizen naar Oosteuropese landen is vorig jaar spectaculair toegenomen. Verbeek juicht die ontwikkeling toe, omdat steeds meer exportbedrijven een zodanige omvang hebben gekregen, dat zij onmogelijk zouden kunnen bestaan van de uitvoer van Nederlandse produkten gedurende globaal zes maanden per jaar. Twaalf van de 127 leden van de Bond zetten jaarlijks meer dan honderd miljoen gulden om. De grootste heeft een omzet van ruim 900 miljoen gulden. Nog eens twaalf zitten tussen vijftig en honderd miljoen gulden.

Voor het oorspronkelijk Nederlandse land- en tuinbouwprodukt is marktaandeel verloren gegaan in traditioneel belangrijke landen als Duitsland, Frankrijk en België, maar bijvoorbeeld ook in Polen. Rusland is de belangrijkste stijger en kwam vorig jaar uit het niets in de top vijf. Ook het Verenigd Koninkrijk en Finland nemen meer produkten af. Dat landen als Duitsland, Frankrijk en België een teruggang laten zien is te wijten aan een verminderd aanbod vanuit Nederland. Verbeek acht het echter van het grootste belang dat de markten in de buurlanden zo veel mogelijk in tact blijven. Het behouden van deze afzet is minstens zo belangrijk als het verwerven van nieuwe, ver weggelegen afnemers.

Precieze gegevens over hoe de handelshuizen het afzonderlijk hebben gedaan in 1994 zijn niet te geven, omdat het merendeels familiebedrijven betreffen. Uit bedrijfsvergelijkend onderzoek blijkt echter vooralsnog dat gemiddeld anderhalf procent van de omzet als winst kon worden geboekt, een tiende procent minder dan in 1993. Dat resultaat zou echter positiever kunnen zijn als na de zomer meer gegevens beschikbaar zijn.

De tendens van exporteurs om zich te gaan bundelen zal zich de komende jaren doorzetten, zo verwacht Verbeek. De exporteurs zijn daar ook wel toe gedwongen, omdat enerzijds de aanbieders - de veilingen - steeds meer een blok gaan vormen en anderzijds de afnemers door hun omvang steeds machtiger worden. Binnen de Europese Unie wordt op dit ogenblik ruim zeventig procent van alle groente en fruit geditribueerd en aan de klant verkocht door slechts vijftien supermarktketens.

De eerste drie maanden van dit jaar laten zien dat het omzetvolume vrijwel gelijk is aan dat van de eerste drie maanden van 1994. De prijzen liggen echter wat lager. Daarnaast wordt de concurrentie harder. Maar Verbeek verwacht dat het dieptepunt op met name de Duitse markt inmiddels is gepasseerd. Vooral een aantal nieuwe tomatensoorten lijken het goed te doen bij de Duitse consument. De markt zal daar echter lastig blijven, vooral door de concurrentie uit Spanje. Spaanse producenten hebben het op dit ogenblik relatief eenvoudig door de goedkope peseta en forse subsidies uit Brussel. “De harde gulden en de valuta-ontwikkelingen veroorzaken bij menig exporteur flinke buikpijn”, zegt Verbeek, “wat ons betreft is het hoog tijd voor de Ecu”.