Onderzoek tribunaal naar verantwoordelijkheid Karadzic; Slecht nieuws voor Serviërs èn VN

De outfit van de Verenigde Naties in de oorlog in ex-Joegoslavië wordt steeds gevarieerder. Na de blauwe helmen van de VN-vredesmacht, de groene uniformen van de - vooral in de lucht optredende - 'onderaannemer' NAVO en de maatpakken van de gezanten en vredesbemiddelaars komen nu ook de rood-zwarte toga's van het VN-tribunaal uit de garderobe te voorschijn.

De eerste verdachte, de Bosnische Serviër Tadic, is gisteren in Den Haag gearriveerd, en voorts heeft de aanklager meegedeeld een onderzoek in te stellen naar de persoonlijke verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdaden van de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic en zijn generaal Ratko Mladic. Wie kortweg wil dat de bad guys worden aangepakt, zal zich kunnen vinden in de stap van aanklager Richard Goldstone tegen de leiders. En inderdaad, in Washington klonken gisteren meteen instemmende geluiden op. De Verenigde Staten hebben nooit onder verzwegen wie in hun ogen daders of slachtoffers in ex-Joegoslavië zijn, en zijn altijd sterke voorstanders van het tribunaal geweest.

Maar wie het besluit van Goldstone nader beziet, kan zich afvragen of de gedaante van de VN door deze verschillende uitdossingen en bijbehorende rollen niet diffuser en onverenigbaarder wordt. Een nieuwe identiteitscrisis binnen de VN lijkt geenszins uitgesloten. De bestaande verdeeldheid binnen de internationale contactgroep voor Bosnië - met Rusland als belangenbehartiger van Servië - en de eerdere ruzies van de VN met de NAVO over luchtaanvallen zijn steeds terug te voeren geweest op één probleem: de onwil en wellicht onmogelijkheid van de VN om collectief repressief op te treden tegen de voornaamste agressoren.

De tot nu toe gebruikte repressie tegen de Bosnische Serviërs, de speldeprikken uit de lucht van de NAVO, hebben al geleid tot represailles zoals het gijzelen van blauwhelmen. Kunnen de VN het verenigen om ten velde in Bosnië neutraliteit en op afstand in Den Haag een repressieve aanpak na te streven?

De oorlog is nog gaande, maar de internationale 'justitie' in Den Haag begint alvast met de vervolging van een van de partijen - waarmee de opdrachtgever van justitie nog onderhandelt. Het Joegoslavië-tribunaal verschilt daarin van de VN-tribunalen in Neurenberg en Tokio, die destijds nà de Tweede Wereldoorlog in actie kwamen. Het is onzeker of deze trendbreuk de effectiviteit van het tribunaal ten goede komt. Anders en dichter bij huis geformuleerd: justitie begint alvast met de vervolging van de daders van een gijzeling, terwijl die nog gijzelaars in hun macht hebben. En dat terwijl justitie niet eens een duidelijk anti-gijzelingsbeleid voert.

Nu de juridische 'arm' van de VN in beweging komt, rijzen nog meer prangende vragen: zijn de andere VN-instanties en belangrijke lidstaten (Rusland) op dit initiatief voorbereid? Wààr kan er nog vredesoverleg worden gevoerd met Karadzic als het mogelijk tot een internationaal opsporingsbevel komt dat zijn bewegingsvrijheid inperkt? En welke organisatie kan er überhaupt vrede tot stand brengen met leiders die op de internationale opsporingslijst staan?

De VN-vredesmacht UNPROFOR heeft zich bezorgd uitgelaten over de beslissing van het tribunaal. Volgens VN-woordvoerders in Sarajevo zal die leiden tot meer militaire confrontaties en tot een hardere opstelling van de Serviërs jegens UNPROFOR. “Het is voor ons van geen enkel praktisch nut als ze [Karadzic en Mladic] worden aangeklaagd als oorlogsmisdadigers. Feit blijft dat zij bepalen wat er met hulpkonvooien gebeurt. We zijn afhankelijk van hun goede wil”, aldus een VN-woordvoerder. Anderen speculeren over een verharding van de standpunten van de Bosnische Serviërs in het vredesproces, als de paria-status van hun leiders wordt aangescherpt.

Het is onwaarschijnlijk dat het besluit van het tribunaal veel militaire consequenties heeft: de Bosnische Serviërs hebben het militair al moeilijk genoeg. Het zijn nu doorgaans de moslims die aanvallen. De Bosnische Serviërs hebben 1.700 kilometer frontlijn te verdedigen met een strijdmacht van 80.000 man. Het moreel is slecht en de desertie omvangrijk. Verder is hun leger niet mobiel genoeg door een nijpend benzinegebrek, onvoldoende verholpen door de smokkel vanuit Servië.

Toch is de bezorgdheid van UNPROFOR niet zonder grond: zonder medewerking van de Bosnische Serviërs kan de vredesmacht zijn taak niet vervullen. En de onberekenbaarheid van Karadzic is legendarisch.

Een hardere opstelling in het vredesproces is nauwelijks mogelijk: de Serviërs zeggen al een jaar hardnekkig nee tegen een vredesplan. Aannemelijk is dat het besluit van het tribunaal zo ongeveer de laatste prikkel om het vredesplan te accepteren bij Karadzic c.s. wegneemt.

Als het tot een internationaal opsporingsbevel komt, kan hij zich nergens ter wereld meer vertonen. Hij kan zich dan alleen nog vrij bewegen tussen Pale en Prijedor en mag zijn vakanties voortaan doorbrengen aan de oever van de Una. Wie daarmee gediend is, blijft een grote vraag.