Lacaniaans denkbeest

De Gids, 1995/4. Meulenhoff, 80 blz. ƒ 15,90

Van de nieuwe Gids valt voor een gewone literatuurlezer haast geen chocola te maken. Het gaat voor het overgrote deel over de Sloveense filosoof Slavoj Zizek, het lacaniaanse denkbeest dat op dit moment erg in de mode schijnt te zijn. “Wat Zizek laat zien is precies hoe achter de zelfrechtvaardigende houding van de gangbare rationalismen de economie van verlangen en betekenis woekert als een onbegrepen drift”, licht redacteur Stefan Hertmans goedbedoelend toe. Spannender, maar uiteindelijk nog even raadselachtig klinkt Thomas Elsaesser: “Zizek spreekt onze eigen taal, verwoordt onze problemen, streelt én kastijdt onze eigenliefde en weigert de rol te spelen die van een boodschapper uit Oost-Europa wordt verwacht - ons om sympathie en medeleven vragen.” En Christel van Boheemen, bewonderend moet erbij gezegd: “Zizek is een fenomeen dat de cultuurgeschiedenis carnavaliseert. Hij (-) projecteert een soort macho-stijl voor de cultuurkritiek, die zelf lijkt te participeren in de 'zappende' stijl van de moderne beeldcultuur”.

In 'Kijkgenot' heeft Marc de Kesel het over Zizeks opinies over de oorlog in Bosnië, maar op zo'n abstracte manier dat het helemaal niets meer met de perverse dodelijke realiteit van alledag te maken lijkt te hebben.

Ex-Yu PEN auteur Predrag Dojcinovi'c is al even ondoorgrondelijk in zijn tekst over de beroemde verwoeste oude brug in Joegoslavië's voornaamste toeristische trekpleister van voorheen.

De gewone Gids-lezer kan zich troosten met een tweetal gedichten van Margreet Schouwenaar ('En niemand / die de kolder als een klamgeslapen / laken terugslaat') en twaalf fraaie 'Psalmen' van Leo Vroman: “Daarbij zal ik Uw hoeder zijn en / Uw Vader en Uw Moeder. / Dan wordt Gij zo geheel de mijne / dat ik ten slotte zelfs Uw kleine / billetjes bepoeder.”