Het zelfbewuste IMF doet nu aan 'zielknijpen'

WASHINGTON, 25 APRIL. In de wandelgangen van het IMF-gebouw in Washington wordt tegenwoordig veelvuldig 'zelfreflectie' gesproken. Sommigen nemen zelfs het woord 'zielknijpen' in de mond. Het altijd zo zelfbewuste Internationale Monetaire Fonds is niet meer hetzelfde als voor de financiële crisis in Mexico, die een enorme schokgolf door de wereld zond.

Hoe kon het gebeuren dat het IMF de klap niet zag aankomen? En hoe moet een dergelijke crisis in de toekomst worden voorkomen? Het Interim Comité - beleidsbepalend orgaan, waarin ministers van financiën en centrale-bankpresidenten zitten - zal zich morgen tijdens de halfjaarlijkse vergadering vooral over deze kwesties buigen, naast de onrust op de valutamarkten en algemene economische thema's.

Managing director van het IMF, Michel Camdessus, heeft de afgelopen dagen opvallend veel zelfkritiek getoond. Eerder al had hij de Britse sir Alan Whitome - voormalig IMF-functionaris - opdracht gegeven een rapport op te stellen over het falen van het fonds. Het document zal zeker door het Interim Comité worden besproken. Camdessus onderschrijft de conclusie van Whitome dat het falen in de Mexico-crisis vooral is te wijten aan 'de cultuur bij het Internationale Monetaire Fonds en de aard van de betrekkingen die met de aangesloten landen worden onderhouden'. Volgens Camdessus zijn bestuur en staf op een aantal concrete punten tekort geschoten.

Zo heeft het IMF zich in haar toezichthoudende taak altijd geconcentreerd op de lopende rekening van de betalingsbalans van landen. Naar de kapitaalrekening hoefde niet eens te worden gekeken. In een wereld met een sterk aan regels gebonden kapitaalverkeer was dat geen probleem. Nu is het IMF volgens Camdessus genoodzaakt de richtlijnen voor het toezicht aan te passen.

Een ander punt is het verzamelen van economische gegevens. Het IMF steunt hierbij in belangrijke mate op de bereidwilligheid en deskundigheid van de betrokken landen. In het geval van Mexico was dat niet erg verstandig, want het land maakte slechts drie keer per jaar de omvang van de officiële deviezenreserves bekend, totdat de voorraad in januari plotseling uitgeput bleek. Eén van de voorwaarden voor het omvangrijke internationale hulppakket van bijna 50 miljard dollar - waarvan 17,5 miljard van het IMF - was danook de maandelijkse publicatie van de reservecijfers. De gegevens staan nu zelfs op Internet. Vooral de Amerikanen, die 20 miljard van het hulppakket voor hun rekening namen, hadden dit als eis op tafel gelegd. IMF-topman Camdessus kondigde gisteren aan dat hij in de toekomst externe onderzoekscentra en deskundigen wil inschakelen om betrouwbare cijfers over landen te verzamelen.

Volgens Camdessus hebben stafleden ook te vaak de neiging landen bij de financiële steunoperaties het voordeel van de twijfel te geven. “We stellen samen met de landen programma's op en zijn voortdurend met ze in dialoog. En dus hebben we de neiging tegen onszelf te zeggen dat landen misschien niet genoeg doen, maar dat zien we door de vingers”, aldus de IMF-topman. “De les moet daarom zijn dat we bij tijden de mogelijkheid van een open conflict maar moeten accepteren.” Volgens ingewijden was vooral de staf die Mexico onder zijn hoede had uitermate zwak. Zelfs na het uitbreken van de crisis namen de betrokken stafleden het nog voor de Mexicaanse regering op.

De Nederlandse vertegenwoordiger bij het IMF, J. de Beaufort Wijnholds, meent dat vooral ten aanzien van Latijns-Amerika 'een te defensieve houding' door het fonds is aangenomen. Het is volgens hem een reactie op de 'overgevoeligheid' van Latijnsamerikaanse landen als het om hun soevereiniteit gaat. “Ze hebben het IMF altijd als een verlengstuk van Amerika gezien”. Hij ziet in dit verband een opmerkelijk verschil met de hardere opstelling jegens de Oosteuropese landen, die deel uitmaken van de Nederlandse kiesgroep bij het IMF.

Camdessus maakte tegenover verslaggevers al duidelijk dat versterking van de toezichthoudende rol van het IMF “verschrikkelijk moeilijk” is. “Landen houden van toezicht op anderen, ze haten het als het om henzelf gaat”. Tijdens de vergadering van het Interim Comité zal onder meer de mogelijkheid worden besproken landen frequenter te 'monitoren', ook nadat IMF-programma's zijn afgelopen.

In dit kader zou ook een grotere 'transparantie' - sinds de Mexico-crisis een woord dat in IMF-kringen ook luider klinkt - passen. Zo voelt Camdessus ervoor de stafrapporten over landen te publiceren, nadat ze in het IMF-bestuur zijn besproken. Maar hij zal hiervoor in het Interim Comite vrijwel zeker niet voldoende steun krijgen. Nederland is sinds enige tijd voorstander van publicatie.

Volgens Wijnholds mag dit er niet toe leiden dat de rapporten minder duidelijk worden, anders heeft publicatie geen zin. “Als het een soort OESO-rapporten worden waarover met een land wordt onderhandeld, willen we het niet”. De Verenigde Staten willen met de 'transparantie' het verst gaan. Amerikaanse functionarissen dringen er bij het IMF zelfs op aan een soort 'ratings' uit te delen op basis van economische en monetaire grootheden van landen. Het IMF zou zich op die manier ontwikkelen tot een soort Standard and Poor's - een bekend kredietwaarderingsbureau - voor soevereine naties. Investeerders weten dan waar ze aan toe zijn. Het is nog onduidelijk welke aanbevelingen op het gebied van de toezichtverscherping het Interim Comité zal overnemen. Wat er in elk geval niet komt is een speciale kredietfaciliteit voor crisisbestrijding.

Pag.14: Oproep van Camdessus alleen te horen bij IMF

Vooral de Europese landen, die nog altijd verbolgen zijn over de wijze waarop de VS hen in de Mexico-crisis tot financiële steun dwongen ten behoeve van Amerikaanse beleggers, vinden zo'n 'vangnet' uitermate riskant. Het zou de financiële discipline van de kwetsbare landen alleen maar aantasten. Hoe de hulp door het IMF dan wel vorm zou moeten krijgen is nog nauwelijks uitgekristalliseerd. Eén van de nog onvoldragen ideeën, geopperd door Amerikaanse functionarissen, is het IMF de rol te geven van een 'curator' die in overleg met crediteuren de schulden van een land tijdelijk kan bevriezen.

IMF-topman Camdessus heeft de crisis in Mexico aangegrepen om aan te dringen op een versnelling van de discussie over de (elfde) herziening van de quota, die alle lidstaten op basis van de omvang van hun economieën in het fonds moeten storten. De quota vormen de belangrijkste bron voor de activiteiten van het IMF. De laatste herziening vond eind jaren tachtig plaats. Camdessus acht een verdubbeling van de quota op zijn plaats, gezien de groei van de wereldeconomie en de nieuwe problemen die kunnen ontstaan door globalisering van de financiële markten. De industrielanden zien echter de noodzaak niet in de quotaherziening te versnellen, omdat het IMF nog zo'n 80 miljard dollar aan reserves heeft. Bovendien kan het IMF nog beschikken over ruim 28 miljard dollar in het kader van het zogenoemde Algemeen Leningsarrangement, dat de groep van tien industrielanden (G10) - waaronder Nederland - al in de jaren zeventig fourneerde als aanvulling op de quota.

De ministers van financiën van de zeven grootste industrielanden (G7) komen vanavond, voorafgaand aan de IMF-vergadering, al in Washington bijeen. Zij vergaderen over het functioneren van het IMF. De aanzienlijke daling van de dollar ten opzichte van de yen en de D-mark heeft de afgelopen dagen al krachtige reacties van bewindslieden uitgelokt. Zowel Duitsland als Japan maken zich zorgen. Bondskanselier Kohl noemde het Amerikaanse financiële en wisselkoersbeleid vorige week “niet acceptabel”. De Japanse premier Murayama drong er bij Washington op aan het overheids- en handelstekort terug te dringen ter ondersteuning van de dollar. De Amerikaanse minister van financiën Robert Rubin ontkende gisteren dat de VS met een lage dollarkoers Japan willen dwingen tot concessies in het slepende handelsconflict tussen beide landen.

Door vooraf stoom af te blazen kan mogelijk een harde confrontatie tijdens de G7 bijeenkomst worden voorkomen. Maar zelfs dat is onzeker. Niemand in Washington gelooft dat afspraken over een gecoördineerde actie kunnen worden gemaakt. Het pleidooi hiervoor dat Michel Camdessus gisteren hield, droeg niet verder dan het IMF-gebouw.