Gaat het goed in Nederland, of niet?

De winsten van de grote beursgenoteerde bedrijven zijn vorig jaar met 34 procent gestegen. De dividenden voor hun aandeelhouders gaan met meer dan 15 procent omhoog, zo heeft de zakenbank MeesPierson dezer dagen berekend.

Beleggers plukken de vruchten van de spectaculaire winstgroei, de werknemers zien daarvan (nog) maar weinig terug. De loonstijging komt dit jaar gemiddeld op ongeveer 2 procent uit, schat De Nederlandsche Bank (DNB) en het Centraal Planbureau (CPB) becijfert 85.000 extra banen.

Wel meer banen, maar - paradoxaal genoeg - ook stagnatie van de werkgelegenheid. Nieuwe deelnemers aan het arbeidsproces melden zich in dezelfde getalen als er nieuwe banen bijkomen, zodat er per saldo geen werkloosheid verdwijnt. En volgend jaar wordt dat niet beter, zo voorspellen het CPB en De Nederlandsche Bank.

De twee raadgevers van het kabinet zijn het in het Centraal Economisch Plan 1995 (CPB) en het jaarverslag (DNB) in vrijwel gelijke bewoordingen roerend met elkaar eens. De omstandigheden voor de bedrijvensector zijn bijna ideaal. De economie trekt aan, de afzetperspectieven zijn goed. Het winstherstel is onderweg, maar moet nog beter. Bedrijven hebben ondanks de economische teruggang van 1992 en 1993 stevige financiële buffers.

De vraag wat de bedrijven met hun opgehoopte winsten doen, wordt echter nauwelijks aangeroerd. Diep verborgen in de statistieken van het DNB-verslag staan wel wat aanwijzingen. Bedrijven hadden eind vorig jaar meer dan 137 miljard gulden in kas, een geringe daling ten opzichte van 1993, maar dicht bij historische records. De buitenlandse investeringen lagen vorig jaar zo'n 2 miljard gulden hoger dan in 1993 en bedroegen in totaal bijna 21 miljard gulden. Met name de investeringen in de snel groeiende economieën van het Verre Oosten stijgen spectaculair. Vorig jaar investeerden Nederlandse bedrijven daar ruim 2 miljard gulden, een record. Bijna evenveel als in de drie voorgaande jaren bij elkaar. Vrijdag meldde het accountantskantoor KPMG dat Nederlandse bedrijven in het eerste kwartaal voor 1,6 miljard dollar buitenlandse firma' kochten, 15 procent meer dan het eerste kwartaal van 1994.

Het beeld dat Nederlandse bedrijven hier hogere winsten rapporteren, maar in het buitenland investeren vindt DNB-president dr. W. Duisenberg “gechargeerd”. Hij ziet de toekomst juist zonnig in. “De werkgelegenheidscreatie die nu op gang komt, is niet gering. Wij zijn nog wat optimistischer dan het CPB.”

Tegelijkertijd signaleert de centrale bank een opvallend verschijnsel. Nederlandse bedrijven geven niet minder uit aan onderzoek en ontwikkeling, een cruciale motor voor economische groei, dan buitenlandse concurrenten. Nederlanders “doen dat alleen relatief veel in het buitenland.” DNB laat het bij die constatering. Het ligt voor de hand dat investeringen in research & development gevolgd worden investeringen in fabrieken en werkgelegenheid.

Nederland heeft de “pech” van een kleine thuismarkt. Dat dwingt bedrijven snel buiten de landsgrenzen te gaan. Nederland heeft dan ook het “geluk” van een groep sterke multinationale ondernemingen: in de financiële sector (ABN Amro, ING, Aegon, Fortis), uitgeverijen (Reed Elsevier, Wolters Kluwer), diensten en detailhandel (Ahold, Vendex) en natuurlijk Shell, Philips, Unilever, Akzo en KNP BT.

Deze bedrijven hebben vrijwel stuk voor stuk hun organisaties de afgelopen jaren drastisch aangepast aan de concurrentie op de wereldmarkt. Dat heeft jaarlijks vele duizenden arbeidsplaatsen gekost en het einde van deze reorganisatiedrift is nog niet in zicht. Het paradoxale is echter, zo kan uit cijfers over de investeringslust worden afgeleid, dat deze concerns wèl in Nederland blijven investeren. Zij doen dat om hun activiteiten op hun thuisbasis rendabel te houden. Hun inkomstenstroom uit winst en afschrijvingen is echter dusdanig riant, dat zij genoeg surplus overhouden voor tempoversnelling van hun buitenlandse expansie. Het is de vraag of deze wijziging in het ondernemersgedrag al is verwerkt in de rekenmodellen van het CPB en DNB.