Eerste verdachte tribunaal in Den Haag

DEN HAAG, 25 APRIL. Morgen verschijnt voor het eerst een van oorlogsmisdaden in Bosnië verdachte voor het VN-tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië. Dusan Tadic, een Bosnische Serviër die wordt verdacht van moord, mishandeling en verkrachting in het gevangenkamp Omarska, werd gisteren door Duitsland uitgeleverd en ingesloten in de Scheveningse gevangenis.

Tadic werd in februari vorig jaar in München gearresteerd na te zijn herkend door enkele voormalige slachtoffers van zijn folterpraktijken in Omarska. Hij werd gisteren per helikopter uit de gevangenis van Stadelheim gehaald en met een zwaarbewaakt konvooi naar Nederland overgebracht.

Tadic was bij het uitbreken van de oorlog in Bosnië in 1992 cafébaas en karate-instructeur. In datzelfde jaar nam hij dienst in het leger van de Bosnische Serviërs en kwam hij als bewaker terecht in het kamp Omarska bij Prijedor in het noorden van Bosnië, een regio waar de Serviërs al in datzelfde jaar begonnen met hun 'etnische zuivering'. Tadic wordt formeel beschuldigd van deelname aan de moord op dertien met name bekende slachtoffers - Bosnische Kroaten en moslims -, van het mishandelen en folteren van zestien andere met name bekende slachtoffers, van één geval van verkrachting van een alleen met haar initialen bekende vrouw en van het folteren van een niet geïdentificeerde groep slachtoffers. Ooggetuigen hebben hem ook beschuldigd van deelname aan de verdrijving van moslim-dorpelingen, waarbij een aantal moslims in hun woningen werd doodgeschoten.

Wanneer het proces precies begint is nog niet duidelijk. Morgen verschijnt hij, gezeten achter kogelvrij glas, voor drie rechters die hem met de aanklacht confronteren en hem vragen of hij zich schuldig acht of niet. Tadic heeft tot nu toe elke betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven ontkend. Het proces tegen Tadic is het eerste wegens oorlogsmisdaden voor een internationaal tribunaal sinds de processen van Neurenberg en Tokio, vijftig jaar geleden. Gisteren maakte de aanklager van het tribunaal Richard Goldstone bekend dat het tribunaal juridische stappen zal ondernemen tegen de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic, commandant Ratko Mladic van de Bosnisch-Servische troepen en Mico Stanisic, het voormalig hoofd van de speciale Bosnisch-Servische politie. Zij worden officieel verdacht van het plegen van oorlogsmisdaden.

Het zal echter nog geruime tijd duren alvorens het tot een proces komt tegen de drie. Op 9 en 15 mei zullen de rechters van het tribunaal in een openbare hoorzitting het verzoek van Goldstone moeten goedkeuren waarin hij vraagt om de overheveling naar het tribunaal van het onderzoek dat momenteel door de Bosnische regering wordt ingesteld tegen de Bosnisch-Servische leiders.

Vervolgens krijgt de Bosnische regering zestig dagen de tijd het onderzoek van de nationale rechtbanken te staken en alle resultaten aan het tribunaal over te dragen. Volgens de woordvoerder van het tribunaal, Christian Chartier, zal de Bosnische regering gezien haar medewerking tot dusver ruim binnen de vastgestelde tijd reageren.

Met de nieuwe informatie gaat aanklager Goldstone weer aan het werk en is de vraag of het tot een aanklacht komt, afhankelijk van de gevonden bewijslast. Hoe lang dat gaat duren kan Chartier niet zeggen. “We hebben onlangs een geval gehad waarbij de aanklacht vrijwel rond was, maar toen de onderzoekers van het tribunaal terugkeerden uit Bosnië bleken zij nog zoveel extra bewijzen te hebben verzameld dat de aanklacht moest worden uitgesteld.”