Derde wereld herdenkt conferentie Bandoeng

BANDOENG, 25 APRIL. “Ik vraag u vandaag door te gaan met uw steun voor het werk van de Verenigde Naties”. Dat zei VN- secretaris-generaal Boutros Ghali gisteren bij de veertigste verjaardag van de Conferentie van Bandoeng, de Afro-Aziatische bijeenkomst die leidde tot de oprichting van de Beweging van Niet-gebonden landen in 1961.

De herdenking valt samen met een driedaagse ministersconferentie van de Niet-gebonden landen onder leiding van de huidige voorzitter, Indonesië. De ministers zullen de Niet-gebonden top voorbereiden, die in oktober in Colombia wordt gehouden.

De Conferentie van Bandoeng bracht van 18 tot 24 april 1955 29 landen uit Afrika en Azië bijeen en heeft geschiedenis gemaakt als de bijeenkomst waar voor het eerst de niet-Westerse wereld haar stem verhief. Voor het eerst vormde zich een groep landen die zich nadrukkelijk distantieerde van het conflict tussen Oost en West en die zich richtte op economische en culturele ontwikkeling, op naleving van de rechten van de mens, op zelfbeschikking van volkeren en op “de bevordering van vrede en samenwerking”.

Dit waren ook de doelen die de latere Beweging van Niet-gebonden landen zich stelde toen deze in Belgrado werd opgericht. Niet alle Bandoeng-deelnemers waren daar overigens van de partij. Zo werden China en Japan te weinig 'niet-gebonden' geacht om mee te kunnen doen. Maar de voortrekkers van Bandoeng - de Indonesische president Soekarno, premier Nehru van India en de Egyptische president Nasser - schitterden in Belgrado samen met gastheer Tito van Joegoslavië.

Wat later de 'geest van Bandoeng' is genoemd kwam vooral tot uiting in de tien principes van internationale politiek die de conferentie aannam en die de nadruk legden op niet-inmenging, de gelijkheid van alle naties, klein en groot, en de weigering de belangen van de grote mogendheden te dienen door lid te worden van een militair bondgenootschap.

Een diplomaat uit een Niet-gebonden land onderstreepte onlangs dat 'Bandoeng' vooral het recht op zelfbeschikking hoog in het vaandel had geschreven, wat uiteindelijk had geresulteerd in resolutie 1514 van de VN, die in l960 onder de titel 'Verklaring over de onafhankelijkheid van koloniale volken' werd aangenomen.

Na het einde van de Koude Oorlog en de val van het Sovjet-rijk leek de toch al weinig succesvolle Beweging van Niet-gebonden landen het bestaansrecht te ontvallen. Maar op haar tiende topconferentie, in 1992 in Jakarta, probeerde ze zich opnieuw te profileren door zich sterk te maken voor een nieuwe internationale orde waarin de landen van de Derde wereld politiek en economisch een belangrijker plaats moesten innemen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren door hervorming van de Verenigde Naties en door uitbreiding van de Veiligheidsraad met onder andere landen uit de Derde wereld.

De Indonesische minister van buitenlandse zaken, Alatas, had er gisteren alle vertrouwen in dat dat zou lukken: “Onze beweging heeft concrete actie ondernomen om de uitdagingen van het het tijdperk van na de Koude Oorlog aan te kunnen.” (Reuter, AFP)